Recensie

Le Marais: fijne tussenstop op de ‘zandlijn’

Wim de Jong is culinair recensent in de regio Rotterdam. Deze week: Le Marais.

Foto Rien Zilvold

Het zal de leeftijd zijn. Woon je al bijna veertig jaar met alle plezier in de drukke binnenstad van Rotterdam, raak je als bij toverslag ineens bekoord door al dat ‘pittoreske platteland’ om de stad heen. Bolnes, Kinderdijk, Delfgauw, Brielle, Oostvoorne: tot je eigen verbazing haak je ineens moeiteloos bij al die fietsende en wandelende pensionado’s aan om trapgeveltjes, molens en poldertjes te gaan bewonderen. Dat had tot tot nu toe alleen maar voordelen (leeg hoofd, zen-momentjes, frisse neus, enz.), zij het dat het op al die tochtjes helaas nooit vanzelfsprekend is dat je onderweg ook lekker kunt eten. Buiten de randstad en de grote Nederlandse steden zijn de carpaccio met pijnboompitjes en het stokbroodje-met-smeerseltjes nog altijd king, zo leert althans mijn ervaring. Waardoor het dus vaak kiezen blijft tussen twee kwaden: of doorfietsen met de hongerklop, of de tanden dan toch maar gezet in een ‘catamaran kipsaté’. Attenooije, alleen de naam van zo’n hapje al.

Goed, fijne uitzonderingen zijn er in ons deel van het land uiteraard ook. In Maassluis kwam ik vorige week terecht in Le Marais, een bistrot die zijn naam ontleent aan die prachtige Parijse wijk en dat ook met recht doet. Eigenaren Bas Borkent en Joranne van der Marel openden Le Marais in maart van dit jaar nadat ze waren uitgekeken op het restaurantje dat ze hiervoor hadden: het toch heus wel populaire Memory Lane aan de Rotterdamse Hoogstraat. Met het oog op de komst van de Hoekse Lijn, ofwel de metroverbinding tussen Rotterdam en Hoek van Holland, achten ze de kans niet gering dat reizigers op dat traject een smakelijke onderbreking in Maassluis willen overwegen. De opening van de ‘zandlijn’, zoals het metrospoor in de volksmond heet, laat weliswaar nog een poosje op zich wachten, maar het moet niemand ervan weerhouden om nu al bij Borkent en Van der Marel aan te schuiven.

Le Marais serveert een menu du chef van drie-, vier- of vijfgangen, te bestellen voor een alleszins schappelijke vanafprijs van 34,50 euro. A la carte kan er worden gekozen uit zes entreés, vier plats, drie desserts en een klein kaasplateau. Voor die optie gaan mijn tafelgenote en ik. Na de amuse van huisgemaakte pastrami, kapperappeltjes, gerookte boter en brood kiest zij voor de oeuf cocotte (9,50 euro) waar we in het Parijse Le Marais ooit voor het eerst mee kennis maakten. (Net echt ook: vanuit het plaatsje aan het raam kijken we uit op een etalage met daarin een schaalmodel van de Eiffeltoren.) Chef Van der Marel bereidt de oeuf cocotte in Maassluis met blauwe kaas uit de Auvergne en met een duxelle (mengsel) van girolles-paddenstoelen op toast. Vrouwen in mijn gezelschap bezigen liever nooit dat bête zinnetje ‘Hier word ik nou blij van!’, maar dat is haar na de twee volle lepeltjes die ze me toesteekt onmiddellijk vergeven. Omgekeerd word ik, eh, ook blij van mijn bavette met een vinaigrette van hazelnoot-oester, geschaafde koolrabi en een crème van witte bonen en salie (11,50 euro).

Het zijn verfijnde, vindingrijke en eenvoudige gerechtjes tegelijk

Aansluitend blijven we in die nette staat van opwinding dankzij de in spek gebakken kalfswang met abrikoos en specerijenjus (zij; 21,50 euro) en door de schol nr 1 (een lengtemaat en kwaliteitsaanduiding) met Bayonne-ham, boontjes en kreeftensaus (ik; 20,50 euro). Het zijn verfijnde, vindingrijke en eenvoudige gerechtjes tegelijk, en verdomd als het niet waar is: we vinden ze stuk voor stuk allemaal smakelijker dan wat we de afgelopen maanden in menig Rotterdams restaurant voorgezet hebben gekregen. Ik herhaal het na mijn meloen met pistachenoten en verveinepoeder (7,50 euro) derhalve nog maar eens hardop in Le Marais: leve de zandlijn! Een favoriete tussenstop heb ik alvast.