Recensie

Laagbouw is net zo eigentijds als hoogbouw

Essay stedenbouw

Amsterdam moet meedoen met Dubai en Shenzhen en hoge woontorens bouwen. Onzin, laagbouw is beter en veiliger, zeggen tegenstanders. Het debat gewogen.

 
Links: het gemeentelijke plan. Rechts: het alternatieve plan van Sjoerd Soeters. Foto Gemeente Amsterdam

Stedenbouw is een zinloze bezigheid geworden, beweerde Rem Koolhaas (1944) in zijn Mondriaanlezing uit 1995. Sterker nog, in het tijdperk van de globalisering is stedenbouw een hinderpaal geworden en leidt alleen maar tot onnodige vertragingen in de bouw, zo hield hij, als een verkondiger van het neoliberale geloof, zijn gehoor in de Doelen in Rotterdam voor. Stedenbouw is een illusie geworden, zo ging hij verder, en stedenbouwers gaan ten onrechte nog steeds uit van een rationeel ontwerp waarin de verschillende onderdelen van de stad – straten, pleinen en gebouwen – een samenhangend geheel vormen. Dit is allang niet meer mogelijk: in het laatste decennium van de 20ste eeuw is stedenbouw een onbeheersbaar proces geworden.

Koolhaas illustreerde dit aan de hand van Aziatische steden als Hongkong en Shanghai, waar ‘de dingen gewoon gebeuren’ en waar onvoorspelbare opeenhopingen van gebouwen als vanzelf ontstaan. Wonderlijk genoeg zijn ze vaak niet anders dan geplande stadsdelen, stelde hij vast: de nieuwe Aziatische steden verschillen nauwelijks van bijvoorbeeld La Défense, de zakenwijk in Parijs die in jaren zeventig en tachtig geheel planmatig werd gebouwd.

Grappig genoeg was op het moment dat Koolhaas de planmatige bouw van stadsdelen naar de mestvaalt van de geschiedenis verwees, overal in Nederland te zien dat stedenbouw helemaal geen oneigentijdse discipline was. In Amsterdam bijvoorbeeld werd toen in het voormalige Oostelijk Havengebied de laatste hand gelegd aan drie nieuwe keurig geplande stadswijken die in de verste verte niet leken op Aziatische steden, maar op oudere, beroemde Amsterdamse stadsdelen. Zo is het Java-eiland, ontworpen door Sjoerd Soeters, met zijn grachten geënt op de 17de-eeuwse grachtengordel. Ook IJburg, de Amsterdamse vinexwijk waarvan de bouw toen begon, staat, met zijn woningblokken met hoven op een opgespoten eiland, in een oude Amsterdamse traditie.

Maar nu dreigt de gemeente Amsterdam met zijn nieuwste plan voor een grote nieuwbouwwijk, de Sluisbuurt aan het Buiten-IJ, Koolhaas alsnog gelijk te geven. Als het ontwerp van de dienst Ruimte en Duurzaamheid voor 28 hoge woontorens met 5.500 woningen op het Zeeburgeiland wordt uitgevoerd, heeft Amsterdam over een jaar of tien een stadsdeel dat inderdaad lijkt op Dubai, Shenzhen of een andere Aziatische stad die de afgelopen twintig jaar planloos en razendsnel zijn gebouwd.

Over het gemeentelijke plan voor de Sluisbuurt is de afgelopen maanden een heftige discussie gevoerd, die op de derde debatavond over hoogbouw van het Amsterdamse architectuurcentrum Arcam op dinsdag 12 september een vervolg krijgt. Op de tweede debatavond, in maart, presenteerde Sjoerd Soeters een alternatief plan met een onvervalst Amsterdams karakter. Hierin worden de gewenste 5.500 woningen hoofdzakelijk ondergebracht in zes verdiepingen tellende woningblokken met grote binnentuinen die aan te graven grachten liggen. Niet alleen wordt de Sluisbuurt zo veel herbergzamer, socialer, veiliger en minder winderig dan in het gemeentelijke plan, legde Soeters onder meer in NRC Handelsblad uit, maar ook zijn de woningblokken goedkoper te bouwen op de Amsterdamse moerasgrond dan torens met een hoogte tot 140 meter.

Foto Gemeente Amsterdam

Tegen Soeters’ plan kwam een groep architecten, onder wie Bjarne Mastenbroek, in het geweer. In een open brief in Het Parool riepen ze het Amsterdamse gemeentebestuur op Soeters’ alternatief af te wijzen. Hun voornaamste en eigenlijk enige argument is dat Soeters’ Sluisbuurt niet ‘eigentijds’ is en niet past in een geglobaliseerde, neoliberale wereldeconomie. Wil Amsterdam meetellen in de wereld, dan moet het, net als Aziatische en Amerikaanse steden, torens bouwen, vinden ze.

De bestempeling tot oneigentijds is nu al meer dan een eeuw hét argument om ontwerpen te diskwalificeren die eenvoudigweg niet in de smaak vallen. De eeuwig terugkerende dooddoener heeft een lange geschiedenis. Hij komt voort uit het Duits-romantische geloof in de Zeitgeist. Volgens een van de grondleggers van het Zeitgeistgeloof, de filosoof Wilhelm Hegel, beweegt de geschiedenis zich voort naar een einddoel en zorgt de Zeitgeist er op geheimzinnige wijze voor dat dit wordt bereikt.

Lees ook: Geef mij maar Amsterdam, dat is mooier dan Dubai

Twee eeuwen later geloven nog maar weinig mensen dat de geschiedenis onvermijdelijk uitmondt in het communisme of al is geëindigd in een neoliberale wereldorde. Toch is het geloof in de tijdgeest vooral in de kunst en de architectuur nog altijd springlevend en wijdverbreid. Maar als de geschiedenis geen doel heeft, dan bestaat er ook geen Zeitgeist die de wereld voortbeweegt en is eigentijdsheid een nietszeggend begrip.

Alles wat gebeurt – of wordt gebouwd – is eigentijds, anders bestond het niet. Natuurlijk kent ook de huidige architectuur het raadselachtige fenomeen mode, maar van een tijdgeest die architecten dicteert, is ook de afgelopen decennia niets te merken geweest. Sinds Koolhaas stedenbouw tot oneigentijdse bezigheid verklaarde, stampte Helmond bijvoorbeeld het geheel geplande Brandevoort uit de grond, een als gezellig bakstenen vestingstadje vermomde vinexwijk. Zelf bouwde Koolhaas De Rotterdam, een gigantische muur van glas, beton en metaal op de Rotterdamse Kop van Zuid die inderdaad even goed in Shenzhen had kunnen staan. Ook in de architectuur geldt nu, net als in de popmuziek of beeldende kunst: anything goes, en dus is Soeters’ plan voor de Sluisbuurt even ‘eigentijds’ als het gemeentelijke torenplan.

De huidige architect kan hoogstens onmodieus zijn, maar niet oneigentijds. Of, zoals Igor Strawinsky, de componist die een eeuw geleden wegens zijn terugkeer naar het classicisme al het verwijt kreeg dat hij de raad van de Zeitgeist niet volgde, eens zei: „Er wordt wel gezegd dat men met zijn tijd mee moet gaan. Een overbodige raad: hoe kan men anders? Ook al zou ik ‘vroeger’ willen overdoen, dan nog zouden de hevigste pogingen van mijn boze verlangens vergeefs blijven.”

Van Bernard Hulsman verschijnt zaterdag Apenrotsen en andere nauwe verwanten. Een reis door de wereld van de moderne architectuur. Uitg. Nieuw Amsterdam, 384 blz. € 29,90
Derde debat hoogbouw ‘Een vorm van verdichten’ op 12-9 om 20 u. in OBA Theater, Centrale OBA. Oosterdokseiland, Amsterdam. Toegang €7,50