Kolder in mijn kop

De stad uit (1)

Veel Amsterdammers denken er stiekem wel eens over na: de stad uit, weg van de drukte. Journalist en radiomaker Petra Possel (54) deed het. Na 30 jaar Amsterdam verhuisde ze naar een klein dorpje in Friesland. In NRC brengt ze regelmatig verslag uit.

Ik had de kolder in mijn kop. Ik wilde de stad uit, verkassen naar het platteland. Ik wilde rust, reinheid en regelmaat.

Ik verlangde naar boerenjongens in blauwe overalls met knoopgulpen die balen hooi op de kar werpen, koeien die ineens een flats uit hun achterste laten vallen, norse knoesten die in het bruine dorpscafé Berenburg drinken.

Ik wilde dat het leven weer langzaam werd.

Een leven zonder liken.

Een leven zonder bereik.

Het begon allemaal met die hipsters waarvan de stad vergeven is. Jongens met gecoiffeerde baarden, tatoeages en een staartje of knotje in de nek, die op hun stoere fietsen niets dan wereldwijsheid uitstralen. In de winkelstraat om de hoek van mijn appartement stonden ze rijen dik voor een macchiato met wortelcake, de jongen achter de koffiebar sprak alleen Engels.

Een eindje verderop was het dringen voor groente- of fruitsap met tarwegras en gemberknol. Of linksdraaiende yoghurt met chiazaden. De slowjuicer draaide overuren, jonge vrouwen renden langs de toonbank met hun dopjes nog in de oren, net terug uit het park waar ze hun laatste grammetje vet eraf gerend hebben.

In een nieuw restaurant aan de gracht wachtte mijn bestek op een ouderwets geblokte theedoek die dienst deed als servet, vanaf de ongepolijste muur staarden dode varkensogen me aan. ‘Varken van kop tot staart’.

Laatst bezocht ik een restaurant in de grachtengordel waar de tafels van elkaar gescheiden werden door bakken groenten. Gecultiveerd boerenleven, de schijn van natuur en authenticiteit.

Kennissen lieten iedere week een groentekrat komen, één deed aan ‘het oerdisdieet’, zelf haalde ik soms groente bij een boerderij waar de Suv’s in het weekend tot aan de weg in de file stonden.

Ik ben een vreemde in mijn eigen wereld geworden.

Ik verlang naar filterkoffie, uitvaartcake en uitsmijters op klef witbrood, de culinaire succesnummers van de provincie.

Ik verlang naar een leven buiten de kring van hip, hot en hype.

Ik wilde een praatje over de heg met de buurman over de droge zomer, de zachte winter, de zieke koe en het manke been van zijn vrouw die binnen aan tafel een kruiswoordpuzzel zit te maken.

Ik ging de stad uit, de dijk over. De Afsluitdijk.

Op weg naar een nieuw leven.