Recensie

In acht minuten door Amsterdam

Napoleon kreeg in 1811 geen toestemming om er zijn komst te vieren, dat zou te druk zijn voor de oude besjes. Drie jaar later mocht de nieuwe Nederlandse koning Willem I er wel zijn eerste hofbal geven. De kerkzaal met zicht op de rivier was toen een van de grootste zalen van de stad. Daarna raakte het bejaardentehuis aan de Amstel steeds meer vergeten, tot het in 2009 opende als de Hermitage Amsterdam, een dependance van het gelijknamige Russische museum in Sint Petersburg dat uit de schatten van de tsaren kan putten voor tentoonstellingen.

Binnenkort zijn hier de schilderijen van Rembrandt en andere meesters te zien die zij in de zeventiende eeuw in Nederland kochten. Maar de Hermitage wordt ook steeds meer een museum óver Amsterdam. In 2014 werd hier al een presentatie geopend met schutterstukken, de zeventiende-eeuwse groepsportretten die zo fors van formaat zijn dat ze in het Amsterdams en het Rijksmuseum niet vaak getoond werden.

In de Amstelhof is nu ook een kleine multimediapresentatie te zien over de geschiedenis van de stad en van het statige classicistische gebouw, dat een heel blok tussen de Keizers- en de Herengracht beslaat. In 1683 werd het neergezet om protestante oude vrouwen te huisvesten. Het bleef tot de komst van de Hermitage een verzorgingstehuis.

In acht minuten de geschiedenis van de Amstelhof én van Amsterdam door, dat vraagt om grote stappen, vaardig gezet met kaarten, prenten, schilderijen, foto’s en filmpjes. We zijn al snel in de zeventiende eeuw, de belangrijkste eeuw voor het aanzien van de stad. Een schilderij van Gerrit Berckheyde laat de aanbouw van de grachten zien. Ook de bron van de nieuwe welvaart wordt genoemd en middels prenten getoond: de handel in specerijen, wapens en slaven.

Bij de bespreking van het rampjaar 1672 gaat het even mis omdat het lijkt alsof Amsterdam toen zelf oorlogstoneel was. Aan dat rampjaar, waarin Engelse, Franse en Duitse troepen de republiek binnenvielen, heeft Amsterdam wel de Amstelhof te danken; de bouw in de stad lag door de oorlog vrijwel stil, en daardoor werd grond aan de overkant van de Amstel weggegeven aan liefdadigheidsinstellingen.

Over hoe het er in het begin binnen toeging, kom je in de presentatie weinig te weten. Dat er een gekkenkelder was bijvoorbeeld, voor dementerende bejaarden, en een schandtafel, waar vrouwen die dronken waren geweest moesten zitten met lege brandewijnflesjes om hun nek.

De Tweede Wereldoorlog concentreert zich op de Holocaust. De Duitsers worden door de voice-over niet genoemd. Ook het verzet vanuit dit gebouw blijft buiten beschouwing, want die acht minuten zijn al bijna voorbij. In het laatste deel tonen filmbeelden wie de bejaarden over de rivier hebben kunnen zien varen; van de Beatles tot de Gay Pride. Dan worden de schermen opgetrokken en kun je door de ramen zelf naar de Amstel kijken. Een mooi einde dat een goed begin is, een aansporing om zelf in die stad te duiken.