Het gebouw wordt een verticale tuin

Groene architectuur Steeds meer architecten bekleden gebouwen met planten en bomen. Het is een wereldwijde trend. „De groene gevel helpt problemen oplossen.”

‘Sportplaza Mercator’ in Amsterdam foto Luuk Kramer

In Utrecht wordt volgend jaar begonnen met de bouw van een negentig meter hoge groene woontoren aan de Jaarbeursboulevard. Daar moeten op de gevel zo’n tienduizend planten van dertig verschillende soorten groeien. Het is een project van de Italiaanse architect Stefano Boeri. Hij maakte in 2014 furore met zijn ‘Bosco Verticale’, het verticale bos, twee woontorens in Milaan waarop bij elkaar meer dan 900 bomen groeien.

Het is een wereldwijde trend die ook in Nederland terrein wint: steeds meer gebouwen krijgen een ‘groene huid’.

De Australische architect Richard Hassell, die in Singapore kantoor houdt, is een van de internationale trendsetters op dit gebied: „We hebben groen op en aan gebouwen steeds harder nodig om ons het hoofd te helpen bieden aan de verandering van het klimaat”, zegt hij, hoewel hij nauwelijks te verstaan is. Het is buiten zo hard gaan regenen en de donderslagen volgen elkaar zo snel op, dat je hem bijna niet meer kan horen praten. Het water klotst over de randen van het bronzen bassin op de binnenplaats van zijn architectenstudio. Hij kijkt er nauwelijks van op: in het tropische klimaat van Singapore regent het vaak en veel. Sterker nog, dit weer lijkt het levende bewijs van zijn stelling.

De ‘Green Plot Ratio’

Groene gevels zijn, vindt Hassell, voor veel stedelijke problemen een oplossing – zoals het opvangen van regenwater. „Steden over de hele wereld hebben immers last van extreem weer waarbij het steeds vaker en steeds harder regent. Door de vele harde oppervlaktes raken steden verhit, en het vasthouden van meer water is een goede manier om die verhitting tegen te gaan. En al dat groen biedt insecten en vogels een leefomgeving daar waar biodiversiteit ver te zoeken is.” Een van hun tools is de ‘Green Plot Ratio’, de verhouding tussen de oppervlakte aan groen en de oppervlakte van het perceel. „In een woongebouw dat we in 2003 ontwierpen was die verhouding 130, dat wil zeggen dat het oppervlak aan groen 130 procent groter was dan het bebouwde oppervlak van het gebouw. In ons nieuwste gebouw is de Green Plot Ratio 1.100 procent.”

De Australiër Hassell is de HA van WOHA, het bureau dat hij in 1994 samen met zijn compagnon Wong Mun Summ oprichtte hier in Singapore. Zij werken vooral in Azië, maar hebben brede bekendheid gekregen met hun ontwerpen die even sculpturaal als functioneel zijn. Bijvoorbeeld het vijfsterren Parkroyal Hotel in Singapore, waar elke rand en richel beplant is: de balkons tussen de glazen blokken met kamers, langs de stoep, in de lobby, om het zwembad op het dak heen. En midden in het zakencentrum van Singapore bouwden ze het Oasia Hotel, waarvan niet alleen de rode aluminium gevels begroeid zijn, maar ook de vier open ‘pleinen’ die op verschillende hoogten in de toren zijn aangebracht.

Natuurlijk heeft Singapore een klimaat waar álles groeit.

Bekijk ook het vlog van Tracy Metz:

Maar de trend van het bedekken van de gevels met planten – de ‘verticale tuin’ – is intussen de hele wereld overgegaan. Een van de eerste, in 2004, was het etnografisch museum Quai Branly in Parijs van architect Jean Nouvel, die een aantal gevels liet ‘aankleden’ door de Franse wetenschapper, kunstenaar en plantenkenner Patrick Blanc. In 2008 stal Madrid de show, met cultuurcentrum Caixa Forum en de 24 meter hoge blinde gevel ernaast die – opnieuw door Patrick Blanc – als verticale tuin is bekleed. Blanc heeft deze wand niet alleen bedekt, hij is erop gaan schilderen met planten in verschillende kleuren en texturen. Als bezoeker weet je niet waar je moet kijken, naar de spectaculaire architectuur van Herzog De Meuron of naar het levende kunstwerk van de botanicus.

Wereldwijd groeit het aantal gebouwen met een groene huid nu snel. De Japanse architect Kengo Kuma lanceerde onlangs zijn Eco-Luxury hotel aan de Rive Gauche in Parijs waar het groen uit alle openingen sijpelt. Ook voor Parijs tekende zijn landgenoot Sou Fujimoto een sculpturaal gebouw naast de Périphérique met de veelzeggende naam Mille Arbres. In New York heeft de alomtegenwoordige architect Bjarke Ingels The Spiral betekend, een kantoortoren van 65 verdiepingen waar een strook terrassen met bomen zich om het gebouw heen slingert.

De trend heeft ook Nederland bereikt – hoewel nog mondjesmaat. De eerste was Sportplaza Mercator in Amsterdam-West (2006) van architect Ton Venhoeven. Zijn motivatie had toen niets met het klimaat te maken, vertelt hij, maar met het verzet uit de buurt. „Er was al een zwembad met een zonneweide en de buurt had geen behoefte aan een groot nieuw gebouw. Door de groene gevel als een verzachtende huid over het complex heen te trekken, als een soort camouflage, leek het allemaal wat minder groot.” Want is het wel groot, met yoga-studio’s, fitness, een fysiotherapiepraktijk, een zwembad, een pierenbad en een therapiebad én twee fastfoodtenten. Het groen staat er nog altijd goed bij, waarbij de wortels van de planten in een inkeping zitten van een soort vilten huid.

Op andere gebouwen groeien de planten, net als tomaten in een kas, op substraat dat aan een voorzetwand is vastgemaakt. Dat systeem heeft landschapsbureau Poelman Reesink uit Arnhem gebruikt op een gebouw in de Arnhemse wijk Spoorhoek, een naoorlogse wijk met weinig groen. „Dat soort wijken, met veel grote gebouwen met blinde gevels, lenen zich prima voor begroeiing”, zegt partner Theo Reesink. Hij ontwierp ook de beplanting voor een parkeergarage op de Arsenaalplaats in Nijmegen. „Ook ideaal: garages hebben geen ramen die vrij moeten blijven en met dat groen kun je een lelijk gebouw verzachten.” Ondanks het wijdverbreide enthousiasme ziet hij nog niet veel voorbeelden. „Het vergt zowel investering als onderhoud.”

Wordt het groen een gordijn?

Utrecht krijgt zoals gezegd een groene woontoren, het nieuwe circulaire paviljoen van ABN Amro op de Zuidas in Amsterdam is aan één kant helemaal met planten begroeid, en het nieuwe Paleis van Justitie in Amsterdam aan het IJ heeft groene binnenwanden vol planten.

De felste kritiek op de groene aankleding kwam van Edwin Heathcote, criticus bij de Financial Times, in een artikel getiteld ‘The Curse of the Green Fuzz’, de vloek van het groene pluis. Al dat groen is al gauw een gordijn waarachter slordige, lelijke gebouwen zich kunnen verschuilen, vreest hij. En zo mooi als het op het bouwbord staat getekend, wordt het nooit. Hij ziet het zelfs als een gebrek aan vertrouwen van ontwikkelaars en architecten in de taal en de kracht van de architectonische expressie. De mode – want dat is het, denkt hij – moet maar gauw overgaan.

WOHA vreest dat het inderdaad een hype aan het worden is, en dat er dus een terugslag zal komen, maar zou dat betreuren. Het gaat juist om een fundamentele manier om de stad weer leefbaar te maken, vindt Hassell. Het een inhaalmanoeuvre, of beter gezegd, een broodnodige correctie. In hun vorig jaar verschenen boek Garden City Mega City: Rethinking Cities for the Age of Global Warming, zijn de trefwoorden re-greening en ‘ecologische verzoening.’ „Ons stedelijk landschap heeft dringend behoefte aan een proces van re-greening dat decennia aan verlies moet compenseren.” Ton Venhoeven: „We gaan dit nog veel meer zien, met name in de binnensteden. Zoals groene daken nu volkomen normaal zijn, worden met planten bedekte gevels dat straks ook.”