Cultuur

Interview

Interview

Monument in Pyongyang ter ere van het verzet tegen de Japanse kolonisatie, gemodelleerd naar de Franse Arc de Triomphe maar 10 meter hoger.

Foto Eddo Hartmann

Fotograferen in een lege filmset

Pyongyang in beeld

Eddo Hartmann maakte foto’s van de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang. Vier keer bezocht hij de stad.

Géén soldaten in uniform fotograferen. Géén bruggen en controleposten. Géén panden in aanbouw.

Toen fotograaf Eddo Hartmann in 2014 voor het eerst naar Pyongyang reisde, kende hij de regels van het Noord-Koreaanse regime. Als hij binnen die regels ruimte vond, besefte hij, kon hij met iets moois thuiskomen.

Gids bij expositieruimte waar de industriële verworvenheden van Noord-Korea worden getoond.Foto Eddo Hartmann

Hartmann (43) heeft zijn leven lang al interesse voor geschiedenis, in het bijzonder voor de Koude Oorlog. Hij wilde de gevolgen van de gewapende vrede voor Noord-Korea vastleggen, „een land waar veel over gesproken wordt, maar waar we weinig vanaf weten”.

Trolleybus voor de portretten van oud-leiders Kim Il-sung (links) en Kim Jong-il, die 24 uur per dag verlicht zijn.
Foto Eddo Hartmann
Man op het Kim Il-sungplein (75.000 m2). Op zijn borst draagt hij een speldje met ‘eeuwige president’ Kim Il-sung (1912-1994).
Foto Eddo Hartmann

Hartmann zocht lang naar betrouwbare contacten. Hij kwam uit bij een paar Britten en Chinezen die hadden meegewerkt aan documentaires over Noord-Korea. „Ik vertelde hun dat ik iets over het Noord-Koreaanse systeem wilde blootleggen door de architectuur van de stad te fotograferen. Alle gebouwen zijn van de staat. Hoe beweegt het individu zich in een omgeving die voor het collectief is gemaakt?”

Zijn idee viel in de smaak. Voor zijn eerste reis sloot Hartmann zich aan bij deze routiniers. Zij leerden hem het Noord-Koreaanse protocol.

In Pyongyang werd Hartmann „overdonderd” door indrukken. Hij vroeg zich af of hij zich moest beperken tot de modelstad of toch ook op het platteland moest fotograferen. In het eerste geval legde hij de nadruk op artificiële architectuur, in het tweede geval had hij meer – of ánders – oog voor de leefsituatie van Noord-Koreanen. Hij koos voor het eerste. „Er zijn weinig plekken waar het vacuüm van een voorgeschreven leven zo duidelijk in de architectuur wordt vormgegeven als in Pyongyang.”

Schietinstructeur met geweer op de Maeri-schietbaan in Pyongyang, waar gasten onder meer kunnen schieten op vogels, die ze mee naar huis mogen nemen om op te eten. Foto Eddo Hartmann

De stad heeft volgens hem iets van een lege filmset. De pleinen zijn aangelegd om monumenten mooi te laten uitkomen. De breedte van de straten wordt afgestemd op de grootte van de parades. „De leiders hadden een duidelijk plan voor ogen: een utopische hoofdstad voor de gemiddelde Koreaan maken, met Moskou als het grote voorbeeld.”

Hartmann zou nog drie keer naar Noord-Korea teruggaan: in oktober 2015, in september 2016 en in juni dit jaar. Tijdens al zijn bezoeken werd hij ‘geschaduwd’ door begeleiders, die hem op de voet volgden en tot wie hij zich moest zien te verhouden. Het contact was „behoorlijk formeel”, maar zijn gidsen deden hun best hem ter wille te zijn. De twee jonge vrouwen die bang waren dat hij zou wegrennen – zij waren verantwoordelijk voor zijn acties – stelde hij gerust: ik ga er niet vandoor.

Bij Hartmanns laatste bezoek was de sfeer gespannen. Noord-Korea had een test met een middellange-afstandsraket uitgevoerd. President Trump zette het land onder druk met een marinevloot. „Mijn gidsen waren nors”, zegt Hartmann. „Het fotograferen werd mij bijna onmogelijk gemaakt. Ik wist: dit is de laatste keer.”