Tegenstanders Bashar al-Assad geven toe: de strijd was voor niets

Oorlog Syrië

President Assad, die chemische wapens tegen zijn eigen bevolking gebruikte, heeft de jarenlange strijd in Syrië gewonnen. Zal hij zich ooit nog moeten verantwoorden?

President Bashar al-Assad begroette aan het begin van het Offerfeest, op 1 september, na het gebed Syriërs bij de Bilal-moskee in de stad Qarat, ten westen van Damascus. Foto SANA/AP

Het zijn prettige weken voor de Syrische president Bashar al-Assad. Terwijl zijn troepen, gesteund door Rusland en Iran, op het slagveld van het ene succes naar het andere snellen, beginnen zijn tegenstanders mokkend toe te geven dat hij de oorlog na ruim zes jaar van meedogenloze gevechten heeft gewonnen. Nog maar een paar jaar geleden had hij daar niet van durven dromen.

Weliswaar zijn er nog steeds gebieden waar de opstandelingen de dienst uitmaken maar het is uitgesloten dat de rebellen, of ze nu gematigd of radicaal zijn, Assad nog ten val kunnen brengen. Juist deze week slaagde Assads leger erin om het al drie jaar durende beleg door Islamitische Staat van de noordoostelijke stad Deir al-Zor te breken. Donderdag arriveerde het eerste hulpkonvooi voor de militairen en de 93.000 uitgeputte inwoners van de stad.

Het valt velen zwaar onder ogen te zien dat de bloedige strijd tegen Assad, die zoveel offers vergde, voor niets was. Dat de man die niet aarzelde chemische wapens tegen zijn eigen bevolking in te zetten en verantwoordelijk is voor de dood van honderdduizenden Syriërs, gewoon kan doorregeren alsof er niets is gebeurd. Dat geldt niet alleen voor miljoenen Syriërs in Syrië zelf en in vluchtelingenkampen maar ook voor Assads tegenstanders in het buitenland.

Sommigen leggen zich bij het onvermijdelijke neer. Jordanië bij voorbeeld, lang een verbeten tegenstander van Assad, liet vorige week via een regeringswoordvoerder verrassend weten: „Onze betrekkingen met de Syrische staat en het regime gaan in de goede richting.” Met enige nadruk voegde hij eraan toe dat dit „een zeer belangrijke boodschap is die iedereen moet horen”. Syrië op zijn beurt liet honingzoet weten dat het liever naar de toekomst dan naar het verleden kijkt in de relatie met Jordanië. Met andere woorden: een normalisatie van de relatie tussen beide landen is ophanden.

„Voor de oppositie is de boodschap heel helder”, verklaarde ook Staffan de Mistura, de VN-bemiddelaar voor Syrië, woensdag in Genève tegenover journalisten. „Misschien hadden ze gedacht de oorlog te gaan winnen, maar de feiten wijzen uit dat dat niet het geval is. Daarom is het nu tijd om de vrede te winnen.”

Robert Ford, de voormalige Amerikaanse ambassadeur in Syrië die in 2011 kort na het begin van de opstand de rebellen een hart onder de riem stak tijdens een bezoek in de stad Hama, draaide er niet om heen. „De oorlog loopt beetje bij beetje af”, zei Ford, tegenwoordig werkzaam als analist, tegen The National, een krant uit Abu Dhabi. „Assad heeft gewonnen en hij zal blijven. Misschien zal hij zich nooit hoeven te verantwoorden. Dit is de nieuwe realiteit die we moeten aanvaarden en we kunnen er weinig aan veranderen.”

Niet iedereen is zo openhartig. Westerse staten en sunnitische Arabische landen, die het verzet de afgelopen jaren met wapens, geld en militaire adviseurs hebben gesteund, hebben de zege van Assad en zijn bondgenoten nog niet met zoveel woorden bevestigd.

Waarom is Assad nog altijd aan de macht? Die vraag beantwoordt columnist Carolien Roelants in onderstaande video

Einde Saoedische steun oppositie

Maar hun daden spreken boekdelen. Naar eigen zeggen kregen de opstandelingen onlangs in Riad van de Saoedische autoriteiten te horen dat de Saoediërs een einde maakten aan hun steun. Ze hebben andere zorgen dan Syrië, vooral de oorlog in Jemen en de gespannen relatie met Qatar.

Vorige maand al werd bekend dat de Amerikaanse president Trump besloot het geheime CIA-programma voor hulp aan de Syrische opstandelingen te staken. Het was in 2013 begonnen onder zijn voorganger Barack Obama. Stilzwijgend beëindigden ook Britse militairen hun trainingen van rebellen in het zuiden van Syrië vorige week.

Lees ook: De Syrische dictator Assad presenteert zich graag als westers verlicht. Maar deze Franse documentaire laat zien dat achter dat imago een monster schuilgaat.

De zege van Assad plaatst met name de 5,5 miljoen Syrische vluchtelingen en ruim zes miljoen ontheemden voor de ongemakkelijke vraag of ze dan toch maar weer moeten terugkeren naar hun huis, als dat er tenminste nog staat. Dit hoewel de meesten Assad intens haten. Tegelijkertijd snakken ze vrijwel zonder uitzondering naar het einde van de oorlog, naar rust.

Grotere invloed Iran en Hezbollah

Hoewel Assad er nog zit, keren ze hoe dan ook naar een heel ander land terug dan ze verlieten. Niet alleen door de enorme verwoestingen die zijn aangericht maar ook door het feit dat met name Iran en Hezbollah veel meer invloed in het land hebben dan voor de oorlog, omdat zij een groot deel van het vuile werk hebben gedaan. Hetzelfde geldt voor Rusland, maar naar verwachting zal dat weer grotendeels vertrekken uit Syrië.

Of Iran en het Libanese Hezbollah, dat sterk onder invloed van Iran staat, dat ook zullen doen, betwijfelen veel analisten. Uit Israël, dat de opmars van Iran in Syrië ongerust volgt, komen berichten, geïllustreerd met satellietfoto’s, dat Iran in het noordwesten van Syrië zelfs al een basis bouwt, vanwaar gemakkelijk Scud-raketten op Israël kunnen worden afgevuurd. Met Assad aan zijn grens kon Israël leven maar als hij niet meer zou zijn dan een zetbaas van Iran, veranderen de zaken. Zo’n ontwikkeling kan gemakkelijk tot een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten leiden.

Lees ook: Zes jaar geleden begon de opstand tegen de Syrische president Assad. Hoe gaat het nu met de mensen die leven onder zijn regime?