Cultuur

Interview

Interview

Miele staat op elektronicabeurs IFA. Als 117 jaar oud familiebedrijf moet de Duitse witgoedproducent balanceren tussen oude waarden en nieuwe gimmicks.

Foto Krisztian Bocsi/Bloomberg

Hoe familiebedrijf Miele overleeft tussen alle witgoedgiganten

Elektronicabeurs IFA

Familiebedrijf Miele moet opboksen tegen veel grotere witgoedfabrikanten. Vroeg investeren in technologie is het geheim, zegt de topman.

Hij wilde eigenlijk beroepsmilitair worden, maar ging huishoudelijke apparaten verkopen. Net als zijn vader en grootvader dat deden.

Reinhard Zinkann junior is de achterkleinzoon van een van de oprichters van machinebouwer Miele uit Gütersloh, in het Duitse Westfalen. Hij heeft samen met Markus Miele (achterkleinzoon van de andere oprichter) de leiding over een concern met 19.000 werknemers en een omzet van 3,9 miljard euro.

Op elektronicabeurs IFA in Berlijn neemt Miele deze week, samen met andere witgoedfabrikanten, de meeste ruimte in beslag. Vaatwassers en koelvriescombinaties nemen immers meer plek in dan een tv of smartphone. Qua technologie beginnen witgoed en consumentenelektronica elkaar te overlappen. Veel huishoudelijke apparaten worden ‘smart’ – verbonden met het thuisnetwerk, bedienbaar via spraakbesturing of een telefoon.

Het moet wel simpel blijven, vinden ze bij Miele. „Ik ken niemand die zich verheugt op een nieuwe gebruiksaanwijzing. Sowieso is het niet erg ‘sexy’ om een nieuwe koelkast of wasmachine te kopen”, zegt Reinhard Zinkann. Het is vooral gedoe: thuis zijn voor de monteur, een nieuwe uitzoeken en opnieuw thuis zijn voor de installatie.

Eén merk, één markt

Dat Reinhard junior in ‘de zaak’ kwam lag niet van te voren vast. „Ik mocht zelf beslissen en het duurde even voordat ik de klik voelde. Bovendien heeft Miele een strenge selectieprocedure. Het is zeker niet vanzelfsprekend dat een familielid de leiding overneemt. Mijn zoon van 22 mag zelf weten wat hij doet. Laat ‘m eerst maar eens lekker 22 zijn.”

Vergeleken met concurrenten als Whirlpool, Electrolux en BSH, die allen volop fuseerden, is Miele klein. Hoe kan het bedrijf zelfstandig blijven en het grootste deel van de productie in Duitsland houden?

Zinkann: „We hebben als familiebedrijf geen schulden, hebben maar één merk en maar één markt; het premiumsegment. Dat maakt ons wendbaar. Zonder aandeelhouders kunnen we het ons veroorloven om vroeg in nieuwe technologie te investeren, al levert die eerste generatie producten niet meteen geld op.”

„Miele kwam in 1929, net na de beurskrach, met de eerste vaatwasser van Europa. Dat ding was een totale flop – hij kostte drie jaarsalarissen van een huishoudster en mensen waren bang dat hun serviesgoed zou breken. Na acht of negen jaar ontwikkeling sloeg het toch aan. Dat zag je ook bij onze stoomoven - het duurde jaren voordat dat een succes werd. Maar we hadden het wel als eerste.”

Het duurt vijf jaar om een volgende generatie apparatuur te ontwikkelen. Mieles nieuwste vondst is de Dialoggarer, een oven die je met je telefoon bedient en die gebruik maakt van elektromagnetische straling en traditioneel bakmethodes. Geavanceerder dan een magnetron, sneller dan een oven – pulled pork in 2,5 uur in plaats van een halve dag – en veel duurder: 8.000 euro. Zinkann: „Dit product zal niet snel verkocht worden in grote oplages, maar het is een technologie waar we bij willen zijn.”

Als bedrijf van 117 jaar oud balanceert Miele tussen oude waarden en nieuwerwetse gimmicks. Zinkann: „Sommige mensen willen een koelkast met camera die ze op afstand inschakelen. Ik ga liever winkelen met een boodschappenbriefje.”

Klanten boven de vijftig jaar vinden smart home-toepassingen niet zo nodig, zegt de Miele-baas. „De jongere generatie groeit er mee op. Uiteindelijk wint smart home aan betekenis.”