Denken over de toekomst, in een Drentse legertent

Kunstkolonie

In Drenthe is een tentenkamp verrezen dat precies lijkt op de oude Nederlandse basis in Irak. Maar in plaats van soldaten zitten er kunstenaars, die samen nadenken over een betere samenleving.

Landgoed Overcinge in Havelte, waar de Open Monumentendag begint dit jaar Foto Bas Uijlings

Vijftien legertenten zijn het, met militaire precisie opgesteld binnen al even streng ogende, versterkte zandwallen. Op de hoeken: uitkijktorens. Rondom: een anti-tankgracht. Basiskamp Entre Nous is gemodelleerd naar Al-Aser Al-Jadit, dat eerder door Nederlandse militairen werd gebouwd in Al Khidr (Irak). Maar in plaats van soldaten zijn er kunstenaars gehuisvest, uit alle provincies één.

Wie het kamp bezoekt, komt eerst door een minstens even strak en recht aangelegd patroon van wegen en paden, voormalige arbeiderswoningen, directiehuizen en faciliterende gebouwen (scholen, fabriekjes, hoeves). Hier, in Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord, stichtte Johannes van den Bosch tweehonderd jaar geleden zijn ‘landbouwkoloniën’, bedoeld voor arme gezinnen, bedelaars en wezen. Koning Willem I (de dorpen zijn vernoemd naar hemzelf, zijn vrouw en zijn tweede, jong overleden zoon) liet ze vanuit alle provincies ‘opzenden’ naar Drenthe.

En ja, er is een verband tussen het legerkamp van nu en de straf georganiseerde kolonies van toen, waarvan de restanten intussen rijksmonumenten zijn. Organiseerde Johannes van den Bosch (generaal in het leger) met zijn ‘Maatschappij van Weldadigheid’ op een onorthodoxe manier werk en onderdak voor de behoeftigen van zijn tijd, Edwin Stolk (kunstenaar) wil met zijn proefkolonie „maatschappelijk onderzoek doen naar alternatieven voor de verzorgingsstaat van nu’’.

Juist voor die verzorgingsstaat legden Van den Bosch’ ‘landbouwkoloniën’ de grondslag: voor de bewoners was medische zorg, ouderenzorg en onderwijs geregeld. Er is zelfs, zou je kunnen zeggen, een koninklijke parallel tussen de kolonies en Basiskamp Entre Nous: het begrip ‘participatiesamenleving’ werd in 2013 gemunt door koning Willem-Alexander. Edwin Stolk: „Maar hoe moet die samenleving er dan uitzien? En kunnen wij daar als kunstenaars over meedenken?’’

Foto Sake Elsinga

Deze maandagmiddag is het rustig in het kamp. De zon schijnt, veel kunstenaars zitten buiten hun tent te werken: aan vlogs, aan beelden, aan performances. Zo nu en dan fietsen of wandelen bezoekers het terrein op. Soms maken ze een praatje, ook komt het voor dat ze weer omkeren. Misschien hadden ze een tentoonstelling verwacht – die is er niet. In het weekend was het drukker: dan zijn er workshops, lezingen en debatten. Het kamp zal er de hele maand september staan.

„Een humanitaire missie in eigen land”, noemt Edwin Stolk (43) Basiskamp Entre Nous, Frans voor ‘tussen ons’. Dat begrip komt uit zijn eigen ervaring in het leger, hij zat bij de laatste lichting dienstplichtigen. „Entre Nous verwijst naar een oefening aan het begin van mijn militaire diensttijd, die moest leiden tot verbroedering. Er werden dan twee soldaten van elkaar afhankelijk gemaakt, bijvoorbeeld doordat ze elk een halve tent in hun bepakking droegen. Ze deelden het gewicht, maar waren ook op elkaar aangewezen om de hele tent op te kunnen zetten.”

Edwin Stolk was in die tijd vrachtwagenchauffeur, zijn eerste beroep. Pas later volgde hij een opleiding tot beeldend kunstenaar. Hij hield aan zijn loopbaan het idee over dat iedereen in zijn eigen werkelijkheid zit: chauffeurs, militairen, maar kunstenaars ook. Met allemaal een beeld van elkaar dat niet per se hoeft te kloppen. Militairen vechten, maar dragen ook bij aan een socialere wereld. Kunstenaars creëren een eigen werkelijkheid, maar zijn ook maatschappelijk betrokken. „Dus dat is mijn doel geworden: beeldvorming doorbreken, zodat je alternatieve mogelijkheden gaat zien.” Bij Basiskamp Entre Nous is dat: een samenwerking tussen ongebruikelijke partners, die moet leiden tot andere gezichtspunten.

Foto Sake Elzinga

En dat zou zomaar kunnen gebeuren. Want ook al had het wat voeten in de aarde (het project heeft drie jaar voorbereiding gekost), uiteindelijk werken ze inderdaad allemaal samen. De Landmacht, die het basiskamp heeft opgebouwd als oefening. De ‘Maatschappij van Weldadigheid’, die een paar jaar lang het terrein buiten de pacht hield. En provincie en gemeente, die de kunstenaars voorzien van thema’s die spelen (de omgang met ouderen, bestrijding van armoede en werkloosheid, publieke versus private taken) en die deze maand een keer hun openbare vergadering houden in de grote tent op het terrein.

Wat straks het resultaat moet worden? Edwin Stolk: „De kunstenaars zijn geen wonderdokters, maar ze kunnen helpen bij het vormen van een alternatieve kijk op de actualiteit. Dit project draait om een gemeenschappelijke vraag: hoeveel weldadigheid maakt samen een leefbare samenleving?

En als mensen het terrein opkomen en vragen: waar is nou de kunst? „Dan zeg ik: het terrein is het canvas en dit kamp een kunstwerk, waarin we met elkaar werken en nadenken over een andere toekomst. Zie het als een gezamenlijk schilderij waar iedereen die hier komt aan mee kan werken. Ook u.”