Actie in Syrië

‘Israël valt fabriek chemische wapens aan’

Israël heeft donderdagmorgen luchtaanvallen uitgevoerd op militaire doelen in het westen van Syrië. Daarbij zou ook een fabriek in het westen van Syrië zijn geraakt waar het regime van president Assad volgens de Verenigde Staten chemische wapens vervaardigt. Ook zouden de Israëlische toestellen een raketbasis van het Syrische leger hebben bestookt.

Israël heeft de aanval zelf niet bevestigd, maar doet dat zelden in zulke gevallen. Het Syrische regime verklaarde echter dat er twee militairen bij de aanval nabij de plaats Masyaf om het leven zijn gekomen en dat er aanzienlijke materiële schade is aangericht.

Het doorgaans goed ingelichte Syrische Observatorium voor Mensenrechten, dat vanuit het Britse Coventry de oorlog in Syrië volgt, meldde dat de Israëlische toestellen een vestiging van het Wetenschappelijk Centrum voor Studie en Onderzoek van de Syriërs hebben geraakt. De VS beschuldigen Syrië ervan daar chemische wapens te maken – in strijd met zijn toezegging zich daarvan voortaan te onthouden. Ook hadden de Israëliërs volgens het Observatorium een naburige basis verwoest waar raketten waren opgeslagen.

De Israëlische aanval komt een dag na de bevestiging door de Verenigde Naties dat Assads regime in april van dit jaar sarin-gas had gebruikt bij gevechten in het noorden van Syrië. Daarbij kwamen ten minste 83 mensen om het leven.

Syrië ontkent formeel dat het nog over chemische wapens beschikt en dat het die nog op het slagveld zou gebruiken. Onder leiding van de VN werden na 2013 grote hoeveelheden Syrische chemische wapens en bestanddelen daarvoor vernietigd.

Israël heeft vaker zulke aanvallen gedaan, onder meer in 2013 op een ‘onderzoekscentrum’ bij Damascus.