Zonnewind verstoort het kompas van potvissen

Zeebiologie

Een grote zonneuitbarsting in 2016 verstoorde het aardmagnetisch veld. En daardoor verdwaalden potvissen in de Noordzee.

Een aangespoelde potvis bij Texel. Foto ANP / Dutchphoto

Het is december 2015 en het stormt op de zon. Vanaf het zonneoppervlak schieten heftige fonteinen van geladen deeltjes de ruimte in. Korte tijd later nemen bijna 150 miljoen kilometer verderop tientallen potvissen de verkeerde afslag. Ze zwemmen de fuik van de Noordzee in. Binnen twee maanden stranden er maar liefst 29, van Calais tot Norfolk en van Texel tot Sleeswijk-Holstein. Toeval? Nee, zeggen Duitse onderzoekers. Jonge, onervaren potvissen raken gedesoriënteerd doordat de zonnestorm het aardmagnetisch veld verstoort (International Journal of Astrobiology, 15 augustus).

Vrouwelijke potvissen en hun jongen blijven het hele jaar in de subtropen, bijvoorbeeld bij de Azoren. Maar mannetjes trekken elke zomer naar Arctische wateren, die dan veel voedselrijker zijn. In de winter zwemmen ze weer naar het zuiden. Vanaf Zuid-Noorwegen buigen ze af richting Schotland. Tenminste, als het goed is. Eén navigatiefoutje en ze zitten in de Noordzee. Die is te ondiep voor hun prooi: diepzeeinktvissen. De Noordzee is geen goede plek – ook al omdat de kans groot is dat ze er aan de grond lopen. Gelukkig voor de potvissen gebeurt dat niet zo heel vaak, in de hele Noordzee gemiddeld één potvis per anderhalf jaar. De 29 strandingen van begin 2016, waarvan zes op Texel, zijn dus zeer uitzonderlijk. In de war gebracht door de zonnewind dus?

Allerlei theorieën

„Er bestaan allerlei theorieën over waarom potvissen de afslag missen”, vertelt Guido Keijl, beheerder van walvisstrandingen.nl van Naturalis Biodiversity Center. Het sterke vermoeden is dat ze zich oriënteren aan de hand van het aardmagnetisch veld, vertelt hij. „Er is al vaker geopperd dat een verhoogde zonneactiviteit dat magnetisch veld verstoort. Deze massastranding past heel mooi in dat plaatje.”

Door sterke zonnewind, schrijven de Duitsers, verandert het patroon van de magnetische veldlijnen. Dat zijn onzichtbare lijnen tussen noord- en zuidpool die de richting van het aardmagnetisch veld aangeven. Hier en daar vertonen ze afwijkingen rond bergen of dalen in de aardkorst. De zonnewind kan dat patroon wel 460 kilometer naar het noorden duwen. Genoeg om een potvis te foppen die vertrouwt op zijn herinnering van de magnetische kaart. De potvis denkt dat hij nog maar bij Midden-Noorwegen is, terwijl hij al bijna in de Noordzee zwemt. In 2009 publiceerden de Duitsers al een tijdreeks vanaf 1712 die een verband laat zien tussen potvisstrandingen en zonneactiviteit.

Andere factoren

Maar niet iedereen is overtuigd. „Ik blijf het een vage correlatie vinden”, zegt Keijl. “Volgens mij is er een samenspel van factoren. Bijvoorbeeld ook de beschikbaarheid van inktvis tussen Schotland en Noorwegen. We weten nauwelijks hoe die varieert van jaar tot jaar, en met de temperatuur.”

Ook Mardik Leopold van Wageningen Marine Research plaatst kanttekeningen. “Deze auteurs zoeken natuurlijk naar gebeurtenissen die in hun eigen theorie passen”, zegt hij. “Als er een massastranding is, dan zoeken ze er een zonnestorm bij en dan zeggen ze: kijk, ik heb gelijk!”

De match ziet er wel sterk uit, merkt hij op, zeker in combinatie met de eerdere tijdreeks. Maar er is nooit enig bewijs gevonden dat potvissen een magnetisch zintuig hebben. Nu is het ook niet makkelijk om daar naar te zoeken tijdens sectie op die enorme walvislijven, zo weet hij uit eigen ervaring. Hoe dan wel het ‘interne kompas’ aan te tonen? Bij postduiven zijn experimenten gedaan met magnetische helmpjes, waarvan ze hun richtingsgevoel kwijtraakten. Ook daarvoor lenen potvissen zich slecht. “Als je iets niet vindt, wil dat natuurlijk nog niet zeggen dat het er niet is”, merkt Leopold op. “Dus we blijven ernaar zoeken. Ook bij andere dieren zien we correlaties tussen magnetische afwijkingen en raar trekgedrag.”

Potvis op het strand bij Texel, januari 2016. Foto ANP

Zonneactiviteit zal in elk geval niet de enige verklaring zijn, denkt Leopold. Zelf vermoedt hij dat potvissen een warmtegradiënt opzoeken – in dit geval de Warme Golfstroom – en daar ‘s winters tegenin zwemmen. Als de Noordzee warmer is dan normaal, kan ook dat de potvissen verwarren. Een eerdere studie vond een positief verband tussen Noordzeetemperatuur en strandingen. “Maar begin 2016 was de Noordzee niet uitzonderlijk warm”, zegt hij.

Inktvissen bij Schotland

De voedselbeschikbaarheid dan? “Daar geloof ik niet in. Dan zou er aan de Noorse kant langdurig meer inktvis gezeten moeten hebben dan aan de Schotse kant, en daar is geen enkele aanwijzing voor. Niet vanuit de visserij, en ook niet vanuit waarnemingen van concentraties potvissen.”

Nee, de theorie van de zonnewind heeft volgens hem nu wel aan kracht gewonnen. Keijl van Naturalis: “Het blijft heel intrigerend.”