Zo vervuilen onze t-shirts de wereld

De kledingproductie is in de afgelopen 15 jaar wereldwijd gigantisch toegenomen maar wat betekent dat voor het milieu?

Foto Ed Oudenaarden/ANP Photo

We hebben er allemaal wel eentje in de kast liggen: een gewoon wit t-shirt. Maar voor de productie van een t-shirt en spijkerbroek samen, kun je 175 keer in bad. En dat is niet de enige manier waarop de kledingindustrie voor grote vervuiling zorgt. TED-Ed, bekend van de inspirerende lezingen, legt in een video van zes minuten de levenscyclus van een t-shirt uit. Alvast een tipje van de sluier: de kans is groot dat je t-shirt op meer plaatsen ter wereld geweest is dan jij.

Water en bestrijdingsmiddelen

Per jaar worden er zo’n twee miljard t-shirts verkocht en daarmee is het gewone t-shirt één van de meest gedragen kledingstukken ter wereld. Het vervaardigen van een t-shirt begint bij het kweken van katoen. Het meeste katoen komt van plantages in de Verenigde Staten, India en China. Om katoenplanten te laten groeien, is ontzettend veel water nodig. Voor de productie van een t-shirt en spijkerbroek wordt 20.000 liter water verbruikt. Naast watervervuiling wordt er bij de kweek van katoen veel pesticiden (bestrijdingsmiddelen) ingezet. Geen gewas ter wereld heeft zoveel pesticiden nodig als het katoengewas: een kwart van alle pesticiden in de landbouw wordt gebruikt in de katoenteelt.

Zodra de katoen is geplukt, gaat het naar India of China waar het ruwe materiaal bewerkt wordt tot draden. Die draden gaan weer door naar weverijen waar van de katoen lange stroken stof gesponnen wordt. Die stof wordt gebleekt of gekleurd maar bij beide processen worden opnieuw chemicaliën gebruikt. Nadat de stof is geverfd, wordt deze opnieuw verscheept, vaak naar Bangladesh of China. En zo kan het gebeuren dat een kledingstuk de halve wereld al heeft afgelegd nog voor het gedragen is.

Grote vervuiler

Zodra het t-shirt klaar is verkoop wordt het opnieuw per boot, vrachtwagen of trein verscheept met als gevolg: het verder vergroten van de ecologische voetafdruk. Om die reden kiezen sommige landen ervoor om zelf katoen te produceren maar dat gebeurt nog weinig. Naar schatting is textiel goed voor 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot.

Doordat kleding in het Westen zo goedkoop is, is de productie van kleding in een periode van tien jaar (1994-20114) toegenomen met 400 procent. Tieners en jonge twintigers zijn vermoedelijk de grootste vervuilers. Zij zijn opgegroeid met de ‘fast fashion’ van grote winkelketens. Voor een paar tientjes kopen zij zakken vol razendsnel geproduceerde, goedkope trends die na een paar maanden weer worden afgedankt. Maar met de aankoop van een t-shirt is de vervuiling nog niet voorbij: wasmachines verbruiken naast veel water ook stroom. Al met al maakt dat mode, na olie, tot de grootste vervuiler ter wereld.