Column

Schrik en schatje, met één masker

Joyce Roodnat

Iedereen verbergt zich achter maskers. Draag een masker en je bent een ander.

Jean-Paul Gaultier, Herfst/Wintercollectie,1991/1992

Podcasts zijn verslavend intiem. Ik zet ze op mijn telefoon, luister er overal en nergens naar. De Amerikanen zijn er meesters in, maar in Nederland kunnen ze er ook wat van. Ooit

Ik wil die makers wel eens zien, dus ik ga naar de podcastmakersdag in sociëteit Sexyland (een compleet onsexy honk in het Amsterdamse havengebied, maar dat is een ander verhaal). Het is er afgeladen en informeel. Podcasts maken is cool, dat willen we allemaal wel. Lekker in de microfoon kruipen en de luisteraar medeplichtig maken. Je verbergen in de vluchtigheid van het gesproken woord. En toch jezelf en je verhalen voluit gas geven: dit ben ik, vind er maar wat van. Het is een maskerade, die podcast. Wie ben je, wie ben je niet – op dat snijvlak balanceert hij als hij goed is.

Aan de Rotterdamse haven wandel ik door de zalen van het Wereldmuseum, waar de woeste Vlaamse modeontwerper Walter Van Beirendonck een overweldigende expositie neerzet: Powermask. Met muziek, film en maskers. Etnische maskers. De hoedenmaskers van de Brit Stephen Jones. Een antiek papoeamasker: een enorme vissenkop. Maskers met hazenoren uit alle tijden. De helm van Darth Vader, schurk van Star Wars. Mijn favoriet: de catsuit waarmee Jean-Paul Gaultier een vrouw van kruin tot teen, ook plu en tas, behekst met pied-de-poule-motief: wie dit draagt is schrik én schatje.

Maskers verstoppen, vertellen, verlokken, bevrijden. Het masker imponeert, claimt schoonheid, abstraheert de mens. Draag een masker en je bent een ander. Intussen ben je stiekem jezelf. Met een goed masker kun je je veilig laten kennen.

Klaver is een erg jonge man

In een theater zie ik Jesse, de film van Joey Boink over Jesse Klaver, GroenLinks-coryfee. Het mag hier wemelen van de tv-camera’s, die tv wilde de film niet uitzenden, met als argument dat de maker niet objectief zou zijn. Ik wandelde vorige week in het park en liep te bedenken of ik één objectieve documentaire kende, toen de filmer Pieter Verhoeff voorbij fietste. Hij stapte af. Hij maakte legendarische documentaires, dus ik vroeg hem of hij misschien een objectieve documentaire wist. Nou, nee. Want: „Je gaat altijd van je onderwerp houden.” En hij kan het weten.

Ik kijk naar Jesse. De filmer kneedt zijn onderwerp: Jesse Klaver op verkiezingscampagne. Zijn charisma is een masker, zien we, erachter zit een erg jonge man. Iedereen wil van hem houden, maar hij duikt weg. Hij wint maar hij kan zelfs nog niet goed juichen. En zonder juichen gaat het niet.