Picnic had nep-Verstappen niet mogen gebruiken

De supermarkt schond het portretrecht van de autocoureur door een lookalike te gebruiken in een ‘ludiek’ filmpje.

Screenshot van het filmpje van Picnic, waarin een lookalike van Max Verstappen langs een Jumbo-wagen loopt.

Een ‘ludieke actie’ van Picnic zou de supermarktketen wel eens tienduizenden euro’s kunnen gaan kosten. In een rechtszaak die Max Verstappen en zijn management hadden aangespannen oordeelde de rechter in Amsterdam donderdag dat Picnic niet een dubbelganger van Verstappen had mogen gebruiken voor een reclamefilmpje. Of Picnic in beroep gaat, is nog niet bekend.

Op 28 september 2016 plaatste Picnic, de supermarkt zonder winkels die inmiddels in zo’n tien Nederlandse plaatsen boodschappen aan de deur bezorgt, het filmpje op zijn openbare Facebook-pagina. Die pagina wordt vooral gebruikt om nieuwe bezorgers te werven. In dat filmpje is te zien hoe ‘Max Verstappen’, in werkelijkheid een 19-jarige Tom uit Rotterdam, in Red Bull-outfit boodschappen langs de deuren brengt.

Eerst loopt ‘Verstappen’ langs een Jumbo-bestelbus. Een knipoog naar een commercial van Jumbo, waarin de echte Verstappen boodschappen thuisbezorgt in zijn raceauto, en die de dag ervoor online ging. Maar in de Picnic-reclame stapt ‘Verstappen’ niet in een raceauto, maar in een koddige Picnic-bus. „Als je op tijd bent, hoef je niet te racen”, valt te lezen.

Diezelfde dag sommeerde het management van Verstappen Picnic het filmpje offline te halen wegens inbreuk van het portretrecht. Dat deed Picnic direct, al ontkende het dat het bedrijf het portretrecht had geschonden. Team Verstappen eiste een schadevergoeding van 350.000 euro, het bedrag dat Verstappen had kunnen bedingen bij een reclamecontract met Picnic, was de redenering. Raymond Vermeulen, manager van Verstappen: „Picnic heeft het wereldwijde imago van Verstappen gebruikt om hun eigen bedrijf onder de aandacht te brengen.” Jumob heeft geen bezwaar gemaakt.

De advocaat van Picnic, Matthijs Kaaks, vindt de uitspraak „teleurstellend”. „Het was een ludieke post, bedoeld als grapje, en amateuristisch gefilmd. Die omstandigheden hadden zwaarder moeten wegen.” Vermeulen ziet het al vanaf dag één anders: „Dit was een goedgeplande marketingactie, op de dag nadat Jumbo met eenzelfde soort campagne naar buiten kwam.”

Volgens Kaaks wist Picnic niet dat Jumbo met de Verstappen-commercial zou komen, toen Picnic het filmpje opnam. Toen de Jumbo-reclame online kwam, werd het filmpje aangepast. Die toevalligheid gaat voor manager Vermeulen niet op. „Ook niet voor de rechtbank.”

Het portretrecht is ook van toepassing bij een lookalike, zegt Frans de Voldere, gespecialiseerd in dit recht bij Blenheim Advocaten. „Als maar duidelijk is dat iemand specifiek wordt bedoeld.” Belangrijk is of het een al dan niet ludieke marketingcampagne is, zegt De Voldere. „Als een commercieel belang speelt, en je maakt gebruik van een portret van een BN’er, maak je gebruik van diens verzilverbare populariteit. Verstappen had hier geld voor kunnen vragen.” Dat de rechter de schadevergoeding van 350.000 euro toewijst, is volgens hem niet waarschijnlijk. „BN’ers kunnen hoge bedragen vragen voor reclamecampagnes, maar het is de vraag of Picnic voor zo’n filmpje Max Verstappen voor dat bedrag had gecontracteerd.”

Welke schadevergoeding Picnic nu moet gaan betalen, is nog niet bekend. Eerst moet Team Verstappen het bedrag beter onderbouwen, vindt de rechtbank, maar manager Vermeulen verzekert dat het bedrag in „dezelfde orde van grootte” zal blijven. Advocaat De Voldere denkt dat de rechter eerder akkoord gaat met een tiende van het bedrag. Volgens Kaaks kostte het filmpje Picnic, dat in maart een investering van 100 miljoen euro kreeg, 180 euro.