Onrust in je hoofd en geen plek waar je hulp kunt krijgen

GGZ

Instellingen voor psychiatrische patiënten verminderen het aantal ‘bedden’. Voor Leontine en Sebastiaan is dat een ramp. Zij voelen een crisis aankomen, maar kunnen dan nergens terecht.

Mensen met een psychiatrische aandoening worden steeds vaker thuis behandeld. Het aantal bedden in psychiatrische ziekenhuizen, zoals hier in Delft, daalt snel. De gedachte daarachter is dat patiënten meer gebaat zijn bij behandeling in hun vertrouwde omgeving dan in een kille – en dure – kliniek. Foto’s David van Dam

Een paar keer per maand gaat Leontine op zwerftocht. Het begint ermee dat ze de wereld om haar heen niet meer zo goed begrijpt, er hangt een mist om de werkelijkheid. Ze krijgt aandrang de straat op te gaan. Rondlopen. Soms ploft ze ergens neer en zit ze er stilletjes bij, soms ziet ze eruit alsof ze een epileptische aanval heeft. Regelmatig belandt ze langs de snelweg, geen idee waarom juist daar. Herinneringen aan haar zwerftochten zijn altijd vaag.

Leontine (49) heeft een borderline persoonlijkheidsstoornis en een dissociatieve identiteitsstoornis. Ze wil niet met haar achternaam in NRC. Vorig jaar is ze wel dertig keer „ergens opgeraapt”. Als ze weer bij kennis komt, is dat meestal in het ziekenhuis, op het politiebureau of in een separeercel op de spoedeisende psychiatrische hulp – geen fijne plekken voor mensen met onrust in hun hoofd. Leontine zou willen dat ze naar een veilige plek kan als ze haar „toestand” voelt naderen. Maar er is helemaal geen plek meer om tot rust te komen. „Er is pas hulp als het te laat is.”

Minder bedden

Nederland telt ongeveer 160.000 mensen tussen de 18 en de 65 jaar met een ernstige psychische aandoening. Ongeveer de helft van 10.000 ondervraagden, zegt dat goede zorg slechts soms of nooit beschikbaar is, bleek uit onderzoek dat Landelijk Platform GGz, Patiëntenfederatie Nederland en Ieder(in) begin dit jaar publiceerden. Dat zou mede kunnen liggen aan een grote verandering die al jaren gaande is in de GGZ. De overheid heeft in 2012 met de sector afgesproken het aantal opnameplekken – ‘bedden’ – flink te verminderen. Sindsdien verdwijnt per jaar ongeveer 6 procent van het totaal aantal bedden – in 2015 waren dat er naar schatting van het Trimbos-instituut 34.000. In plaats daarvan moet er intensieve zorg bij de patiënten thuis zijn, de ambulante zorg. Opnameplekken zijn duur, en de patiënt is meer gebaat bij behandeling in zijn vertrouwde omgeving dan in een kille kliniek, is de gedachte daarachter.

„De aandacht wordt verschoven naar het thuis behandelen van patiënten die in crisis dreigen te raken”, zegt hoogleraar psychiatrie Aartjan Beekman. „Het idee is dat we daarmee sneller kunnen handelen en dat patiënten en hun families meer zeggenschap krijgen.” Maar, concluderen verschillende experts, de afbouw van bedden in de psychiatrie gaat sneller dan de opbouw van ambulante zorg.

„Het komt nu vaker voor dat patiënten of hun familieleden duidelijk aangeven dat ze meer hulp nodig hebben, waarna het te lang duurt voordat er echt iets gebeurt”, zegt Beekman.

Laatst wist Leontine tevoren dat het hommeles zou worden. Ze zou naar Amerika gaan voor een workshop. „De afgelopen jaren ben ik elke keer na thuiskomst ingestort.” Daarom vroeg ze haar begeleider, een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, of ze vooraf extra steun konden organiseren. Kon niet, geen plek. In het vliegtuig terug verloor Leontine het contact met de werkelijkheid. Ze eindigde in het ziekenhuis, op de somatische afdeling, en moest zich twee dagen afmelden op haar werk.

Leontine vertelt erover in haar knusse appartement in Amsterdam. Op de vloer ligt glimmend hout, op de achtergrond klinkt een praatprogramma op de radio. Een deel van de tijd lijkt haar leven heel normaal. De meeste dagen van de week werkt zij als reparateur van instrumenten.

Zelfmoordpoging

Net als Leontine leidt Sebastiaan (30) een normaal leven. Hij heeft een goede baan als ICT’er, een huis in Den Haag, een vriendin en een kat. Ook hij wil niet met zijn achternaam in NRC. Maar sinds begin 2016 heeft hij last van suïcidale gedachten. Zijn vorige relatie ging na twaalf jaar uit, zijn werk bezorgde hem veel stress. In november vorig jaar deed hij voor het eerst een zelfmoordpoging.

Als Sebastiaan nu weer zo’n bui voelt opkomen, probeert hij via de huisarts in contact te komen met de crisisdienst. Deze dienst, die werkt onder de vleugels van GGZ-instelling Parnassia, beoordeelt mensen die in noodsituaties verkeren en verwijst waar nodig door naar psychische hulp. Maar voor Sebastiaan is die hulp er niet altijd. Eerder dit jaar bijvoorbeeld: het ging al een tijdje niet goed binnen zijn nieuwe relatie, op zijn werk rommelde het weer. Toen hij suïcidaal begon te worden, kreeg hij te horen dat de crisisdienst het te druk had, vertelt hij. Hij zou worden teruggebeld. De volgende dag probeerde hij het zelf nog maar eens: de crisisdienst was nog steeds te druk.

Toen hij suïcidaal begon te worden, kreeg hij te horen dat de crisisdienst het te druk had

Parnassia wil niet ingaan op specifieke gevallen. Een woordvoerder houdt het algemeen: „Het zou kunnen dat iemand zich bij de crisisdienst meldt terwijl die thuis zit met suïcidale gedachten, en er tegelijkertijd twee mensen bellen die al op een gebouw staan.” Dan gaan de mensen op het gebouw voor.

Omdat de crisisdienst steeds gebeld werd door mensen met hogere prioriteit dan Sebastiaan, werd hem aangeraden de politie te laten komen. Die kon hem dan naar de opvang voor verwarde personen brengen, de OVP, om daar te wachten tot er plek zou zijn bij de crisisdienst.

De OVP is een verblijf van Parnassia op het hoofdbureau van de politie in Den Haag. Mensen ondergaan er een medische check, om vast te stellen waarom ze zich verward gedragen. Dat kan immers ook aan iets anders liggen dan een psychische stoornis, zoals verslaving, een hoge suikerspiegel of dementie.

Sebastiaan moest op de OVP blijven slapen. Volgens hem is die niet berekend op zo’n lang verblijf. „Je ligt er op een matrasje onder tl-licht, er zijn alleen maar tosti’s te eten.” Op de OVP zijn geen psychiaters, alleen GGZ-artsen en verpleegkundigen.

Sebastiaan wilde naar huis, wat de OVP-medewerkers geen goed idee vonden. Na een kleine schermutseling ging de deur van zijn verblijf op slot. „Dat maakte me helemaal gek”, zegt hij. Het gevoel machteloos te zijn, niet weg te kunnen, veroorzaakte angstaanvallen. Hij begon tegen de deur te schoppen en te slaan. „Ik heb de bel wel honderd keer ingedrukt.”

Met hulp van de politie plaatsten de OVP-medewerkers Sebastiaan over naar een prikkelarme ruimte. „Dat doen we als we niet kunnen instaan voor iemands eigen veiligheid en die van onszelf”, zegt Tjarda van Geffen, die bij Parnassia verantwoordelijk is voor de crisisdienst en de OVP. Sebastiaan verzette zich hevig, sloeg in het prikkelarme verblijf de camera aan de muur kapot met het matras. Daarop besloten de OVP-medewerkers in samenspraak met een psychiater bij Parnassia hem noodmedicatie toe te dienen en in bewaring te stellen, vertelt Sebastiaan. „Toen heb ik daar nog twaalf uur gezeten, naakt, met alleen zo’n onscheurbaar hesje aan. Zonder matras, zonder wc – ik moest plassen in een bekertje.”

De volgende ochtend om 10 uur had de crisisdienst tijd om Sebastiaan door te verwijzen. Hij werd, nadat hij zich „had opgefrist met water uit een emmer”, onder politiebegeleiding naar de Klinisch Centrum Acute Psychiatrie (KCAP) gebracht. Daar was nog plek. Na een dag hief de psychiater van dienst Sebastiaans bewaring op en ontsloeg hem.

Sebastiaan denkt dat zijn verblijf op de OVP hem eerder kwaad dan goed heeft gedaan. „Ik kan me niet inbeelden dat er iemand is die rustig wordt van die plek.” Hij heeft een advocaat in de arm genomen en een klacht ingediend bij Parnassia. Die is in behandeling. De crisisdienst durft hij via de huisarts niet meer in te schakelen als hij een suïcidale bui voelt opkomen; bang om weer in de OVP te komen.

Bedden op recept

Een paar jaar geleden waren er ook andere mogelijkheden voor mensen als Leontine en Sebastiaan. Zij konden zich bijvoorbeeld melden voor een ‘bed op recept’, waar ze met zorgverleners konden praten of gewoon even liggen. Leontine maakte er regelmatig gebruik van. „Het hielp”, zegt ze. Als ze weet dat er een plek is waar ze naartoe kan, zakt ze minder snel weg.

Lees ook een interview met Vincent Swierstra, die last heeft van psychoses: ‘Een psychose is zwaar, maar ook fascinerend’

Hoogleraar Aartjan Beekman is ook bestuurder van GGZ inGeest, dat ook ‘bedden op recept’ aanbood. „Als patiënten het nodig hadden, konden ze altijd naar ons toe komen. Sommige mensen hadden een strippenkaart”, zegt hij. Er kwamen patiënten die, net als Leontine en Sebastiaan, zelf goed kunnen inschatten wanneer ze extra zorg nodig hebben. „Tevoren werd afgesproken wat we tijdens een opname doen en dat het om maximaal vijf dagen verblijf gaat. Dat werkte heel goed”, legt Beekman uit. Maar het was financieel „niet meer te runnen”, zegt hij. „Omdat je altijd bedden beschikbaar moet hebben, zijn er ook altijd bedden leeg.”

Een mogelijke oplossing voor patiënten die nu tussen wal en schip belanden, is Intensive Home Treatment, aldus Beekman. „Een goed uitgewerkte vorm van thuisbehandeling die ellende kan voorkomen.” Invoering ervan verkeert echter op veel plekken nog in de beginfase. „We hebben het in Nederland heel goed voor elkaar op het gebied van psychische zorg”, zegt Beekman. „Maar de beste vorm hebben we nog niet gevonden.”