Misdaden tegen de menselijkheid in Burundi

VN-rapport

In Burundi zijn executies, verdwijningen, martelingen en verkrachtingen aan de orde van de dag.

Een lid van de jeugdmilitie van de regeringspartij vraagt soldaten om bescherming tegen een groep demonstranten, nadat hij vluchtte via een riool in de wijk Cibitoke in Bujumbura. In Burundi zijn honderden mensen gedood en honderdduizenden op de vlucht sinds de protesten tegen een nieuwe ambtstermijn van president Pierre Nkurunziza. Foto Jerome Delay/AP

In Burundi begaan de regering en de veiligheidstroepen misdaden tegen de menselijkheid en het Internationale Strafhof (ICC) moet een onderzoek instellen. Er is haast geboden, want Burundi trekt zich eind oktober terug uit het ICC.

Deze ernstige beschuldigingen aan de overheid van het kleine land in het hart van Afrika, komen van een onderzoeksteam van de Raad voor de Mensenrechten van de VN in Genève. „We zijn geraakt door omvang en wreedheid van de schendingen”, zei Fatsah Ouguergouz van de commissie. Ruim 400.000 Burundezen ontvluchtten het land de afgelopen twee jaar; er kwamen zo’n 2.000 burgers om.

We zijn geraakt door omvang en wreedheid van de schendingen

De in 2015 begonnen politieke crisis in Burundi wordt in de regio overschaduwd door burgeroorlogen in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Zuid-Soedan. Maar de begane misdaden en de mogelijke effecten op buurlanden zijn even angstaanjagend. De relaties met buurland Rwanda zijn tot een gevaarlijk dieptepunt gedaald, onderlinge handel en ontwikkelingsprojecten vertragen, in het toch al instabiele Oost-Congo vestigen zich Burundese rebellengroepen en de leiders in de Oost-Afrikaanse regio slagen er niet in een eenheidsfront te vormen om vrede af te dwingen.

Lees ook dit opiniestuk over de situatie: Voorkom een oorlog in Burundi

In het gewelddadige ‘Gebied van de Grote Meren’ waart gauw het spookbeeld van een genocide rond. In 1972 elimineerde een jeugdmilitie van de regeringspartij bijna het hele opgeleide deel van de Hutu-bevolking. Het lange bloedspoor begon al voor de onafhankelijkheid in 1961 met de moord op Rwagasore, prins van de Tutsi-dynastie en premier. Genadeloze strijd tussen de Tutsi’s (14 procent van de bevolking) en de Hutu’s (85 procent) bepaalden hierna Burundi’s historie.

Het geweld komt niet alleen van de overheid tegen opposanten. De onderzoekscommissie signaleert haatcampagnes op raciale basis, maar neemt het woord ‘genocide’ niet in de mond. Wel spreekt het over haatdragende uitspraken door de regering, leden van de regeringspartij en vooral door de Imbonerakure, de jeugdmilitie van de regeringspartij.

De meeste misdaden worden begaan door politie, leger en geheime dienst. De misdaden door Imbonerakure blijven ongestraft. Het gaat om buitenrechtelijke executies, arbitraire arrestaties, verdwijningen, martelingen en verkrachtingen van zowel mannen als vrouwen. De onderzoekscommissie interviewde alleen 500 getuigen buiten het land, want ze mocht Burundi niet in.

De meeste misdaden worden begaan door politie, leger en geheime dienst

Het conflict in Burundi is in de kern politiek en geen gevolg van de competitie tussen Hutu’s en Tutsi’s. Het besluit van president Pierre Nkurunziza begin 2015, ondanks clausules in de grondwet, voor een derde ambtstermijn te gaan, stortte het land in chaos. Een brede coalitie van Hutu’s en Tutsi’s, evenals de VN, veroordeelden dat besluit. Binnen het leger en in de politiek bestond grote verzet tegen Nkurunziza maar de oppositie bleek te zwak om zijn pogingen te blokkeren. Zo suddert de crisis voort. De oppositie is te zwak en de regio te verdeeld. Nkurunziza heeft al laten weten best nog een nieuwe ambtstermijn te ambiëren „als de Burundezen dat willen”.