Column

‘Het is vast de eerste keer dat je onder een zeemeermin ligt?’ vraagt ze

Schrijver Arnon Grunberg vervangt twee weken non-stop een vader in een Zutphens gezin met vier kinderen. Hij doet dagelijks verslag.

De nacht begint vroeg in het vakantiepark in Zutphen bij het gezin, waar ik mijn diensten als vervangvader heb aangeboden, al zei een ex smalend dat ik niet meer ben dan een reserve-oppas. Marjolein, de moeder, oppert daarentegen dat ze, mocht dit experiment slagen, een vaderschool wil beginnen. Ik zou weleens de eerste student kunnen zijn die aan haar school afstudeert.

Een robot-stofzuiger, door de familie Stoffie genoemd, beweegt zich over het tapijt. De vier meisjes liggen in de bedstee, waar Marjolein ook slaapt. Ze zegt: ‘Misschien is het goed dat je de eerste nacht in de kinderkamer gaat liggen, de meisjes zijn nog niet helemaal aan je gewend.’

Ik begrijp dat, stiekem is het een opluchting. Daarom stel ik meteen voor in het lege bed van de oudste, Ronja, te gaan liggen, maar Marjolein wil naast dat kinderbed een matrasje leggen. Ze gooit er een kinderdeken overheen. ‘Het is vast de eerste keer dat je onder een zeemeermin ligt?’ vraagt ze.

We drinken nog een kopje thee beneden, kijkend naar Stoffie, die voor eenzame mensen een troost zou kunnen zijn.

‘Ja die Rini,’ zegt Marjolein over haar vriend, tevens vader van de kinderen, ‘het probleem is dat ik hem niet nodig heb. Ik heb niemand nodig. Al voel ik me zonder kinderen bloot.’

‘Bloot,’ zeg ik, ‘grappig.’

Rini, die op zakenreis was in Brazilië, zwerft momenteel door Lissabon om de vervangvader niet voor de voeten te lopen. Het gaat misschien ver de echte vader toegang tot zijn huis te ontzeggen omdat de vervangvader er is en ik merk dat Marjolein er ook niet gerust op is dat haar Rini blij is in Lissabon.

Ik ga slapen. Een pop die op een embryo lijkt voor medisch onderzoek, inclusief piemeltje, hangt naast mijn matras in een emmer en staart me aan. Beneden hoor ik de jongste hoesten. ‘Morgen om zes uur begint het leven,’ had Marjolein mij gewaarschuwd.

De volgende ochtend wordt er een zondags ontbijt geserveerd. ‘Voor jou heb ik jam gehaald,’ zegt Marjolein. ‘We eten geen suiker.’

Na het ontbijt hangt Marjolein de was op. Ik vraag of ik kan helpen.

‘Nee,’ zegt ze, ‘dat doet Rini ook niet.’ Ik moet doen wat Rini doet.

Marjolein kijkt een beetje aangeslagen.

‘Ben je verdrietig?’ vraag ik.

‘Ja,’ antwoordt ze.

‘Komt dat door mij?’

‘Ongetwijfeld.’

Dan worden we allebei besprongen door een kind. De kinderen zijn klimapen deze ochtend.

(Wordt vervolgd)