Het 76ste Kamerlid: wie kan de coalitie doen wankelen?

Meerderheid van één

Het volgende kabinet-Rutte leunt op de steun van 76 Kamerleden. De krappe meerderheid van slechts één zetel kan nog grote problemen opleveren.

Illustratie NRC

Hij of zij zit al in de Tweede Kamer, of komt er nog in. Wie het is, weten we op dit moment niet. Toch zweeft het ‘76ste Kamerlid’, de man of vrouw die straks met een tegenstem of zelfs afsplitsing de coalitie gaat doen wankelen, al voortdurend boven de formatietafel.

Als het kabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie er komt, steunt het in de Tweede Kamer straks op een meerderheid van maar één zetel – overigens net als in de Eerste Kamer.

Dat maakt alle 76 Tweede Kamerleden van de coalitie-in-wording cruciaal voor het voortbestaan van het kabinet.

De vier partijen proberen het risico op een tegenstem uit de eigen gelederen te verkleinen door Kamerleden te laten mee-onderhandelen aan ‘zijtafels’ van de formatie. Hoe intensiever je parlementariërs betrekt bij de onderhandelingen, is het idee, hoe meer je ze bindt aan het uiteindelijke compromis.

Het zorgt ervoor dat de formatie nóg langer duurt. Maar de onderhandelende partijen willen koste wat het kost voorkomen wat er in 2012 gebeurde, toen de fracties van VVD en PvdA amper betrokken werden bij de formatie – en er daarna voortdurend gedoe was, van de inkomensafhankelijke zorgpremie tot de strafbaarstelling van illegaliteit.

Welke Kamerleden kunnen de coalitie de komende jaren stress gaan bezorgen? NRC legde die vraag voor aan ruim tien zittende of afgezwaaide Kamerleden. Ze noemden een aantal namen. Met stip op één: CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. Maar het meestgehoorde antwoord: we weten het nog niet. Je kunt een regeerakkoord tot op de centimeter dichttimmeren, onverwachte gebeurtenissen kunnen een Kamerlid tijdens de regeerperiode toch onder hoogspanning zetten. Denk aan een mediagenieke zaak van een asielzoeker die dreigt te worden uitgezet of nieuwe Europese schuldverlichting voor Griekenland.

De Kamerleden die zich in het verleden bij dit soort gebeurtenissen aan de fractiediscipline onttrokken, kwamen vaak uit onverwachte hoek. Wie had in 2012 gedacht dat PvdA-Kamerleden Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk twee jaar later hun eigen partij Denk zouden oprichten? Wie kende Ad Koppejan en Kathleen Ferrier als principiële CDA-parlementariërs voordat ze zich verzetten tegen de gedoogconstructie met de PVV? En wie voorzag dat VVD’er Joost Taverne in 2015 als enige in zijn fractie tegen het derde Griekse steunpakket zou stemmen?

Toch zijn er criteria waaraan het 76ste Kamerlid voldoet. Hij of zij heeft een diep verankerde, principiële overtuiging – vaak bij een emotioneel beladen onderwerp dat raakt aan moraal en ethiek. Hij kan gefrustreerd zijn in zijn ambities, bijvoorbeeld omdat er geen kabinetspost of prominente rol in de fractie inzat. Het kan ook zijn dat ‘de dissident’ juist niets te verliezen heeft; omdat hij de politiek bij nader inzien vreselijk vindt, of binnen de eigen partij op een zijspoor is geraakt.

Wat de overweging ook is, het 76ste Kamerlid moet niet angstig aangelegd zijn, zegt Myrthe Hilkens. In 2013 vertrok ze uit de PvdA-fractie en de Tweede Kamer omdat ze niet kon leven met het beleid van Rutte II. „Er ontstaat meteen een dramasfeer om je heen, de pers pakt het heftig op. Er is coalitiediscipline en van fractiegenoten krijg je het verwijt dat je je moreel verheven voelt.”

Alles bij elkaar zijn er drie types te onderscheiden.

1. De gewetensbezwaarde

Het Kamerlid dat toch niet kan leven met de uitruil of het uitonderhandelde compromis in het regeerakkoord. In de vorige coalitie had je hier een heel gezelschap van in de PvdA-fractie. De huidige vier partijen hebben veel meer pragmatici in de gelederen. Dat wil niet zeggen dat het geen pijn kan doen.

De meest explosieve dossiers voor de beoogde coalitie zijn het asielbeleid en medisch-ethische kwesties. Een veelgenoemde naam is Joël Voordewind (CU). Hij ijvert onvermoeibaar voor een kinderpardon en voor asielzoekers die dreigen te worden uitgezet – en staat bovendien bekend als eigenheimer. Voordewind zal vrijwel zeker een steviger asielbeleid moeten accepteren dan onder het vorige kabinet. Dat maakt hem een potentieel 76ste Kamerlid. Alleen: in zijn bijna elf jaar als Kamerlid stemde Voordewind nog nooit tegen de partijlijn in. De CU heeft sowieso geen traditie van eigenwijze Kamerleden.

De vraag is wat Voordewind zal doen bij een volgend pijnlijk geval – denk aan de dreigende uitzetting van Mauro in 2011, of de zelfmoord van de Russische activist Dolmatov in 2013.

De namen die meteen opduiken bij de medisch-ethische kwesties zijn Pia Dijkstra en Vera Bergkamp, allebei van D66. Dijkstra is het gezicht van ‘voltooid leven’ en de verplichte donorregistratie, Bergkamp van de homo-emancipatie en legalisering van wietteelt. Allemaal onderwerpen die gevoelig liggen tussen D66 en CU.

Mochten hun onderwerpen in de knel komen onder Rutte III, dan verwachten Kamerleden eerder een principiële opstelling van Bergkamp. In een vorig leven was ze voorzitter van homobelangenvereniging COC en ze kreeg veel voorkeurstemmen bij de verkiezingen. „Vera gaat haar achterban niet verloochenen”, zegt Kamerlid Liesbeth van Tongeren (GroenLinks).

Dan een principiële gevoeligheid voor de VVD: alles wat te maken heeft met de euro. Een Europese minister van Financiën, zoals de Franse president Macron wil? Eurobonds? En dan is er nog Griekenland. In 2015 ging de VVD-fractie pas na veel pijn en moeite akkoord met een derde steunpakket – en dat loopt komende zomer af. Een van de Kamerleden die zich verzetten, was Anne Mulder.

2. De beroepsdwarsligger

Eigenlijk gaat het bij deze categorie maar om één persoon: Pieter Omtzigt van het CDA. Hij staat bekend om zijn kritische houding, ook tegenover bewindslieden van zijn eigen partij. Hij is vasthoudend, op het irritante af. Of het nou gaat om het onderzoek naar MH17, afluisteren door veiligheidsdiensten of de problemen bij de Belastingdienst – Omtzigt bijt zich vast in een dossier en doet wat een volksvertegenwoordiger hoort te doen: kritisch naar het kabinetsbeleid kijken. Omtzigt durft alleen te staan én hij heeft een eigen mandaat. Bij de afgelopen verkiezingen haalde hij bijna 98.000 voorkeurstemmen. Hij staat bekend als iemand die zich niet laat ‘regisseren’. Zijn oud-fractievoorzitter Pieter van Geel zei ooit: „Pieter is net slagroom. Hoe harder je hem klopt, hoe stijver hij wordt.” Anderen wijzen op Omtzigts loyaliteit aan het CDA. Een veelgehoorde oplossing, die ook geldt voor andere potentiële nummers 76: geef Omtzigt een plekje in het nieuwe kabinet.

3. De vrijbuiter

Dit type openbaart zich meteen aan het begin van een kabinetsperiode – of juist tegen het einde ervan. Bijvoorbeeld: het Kamerlid voor wie geen plek is in het kabinet. Die vraag zou bijvoorbeeld kunnen gaan spelen bij VVD’er Han ten Broeke en CDA’ers Mona Keijzer en Madeleine van Toorenburg. Ook zij verlaten meestal de Tweede Kamer, naar een burgemeesterschap of een polderclub. Maar ze kunnen ook blijven en zich ontpoppen tot dwarsligger in de fractie.

Of: een nieuw Kamerlid dat al snel ontdekt dat de politiek een verkeerde keuze was. Zich ongelukkig voelt in het corset van het regeerakkoord. Denk aan PvdA’er Hilkens, of aan haar partijgenoot Desirée Bonis, die er al na negen maanden mee ophield. Meestal geeft dit type Kamerlid zijn zetel op en komt er iemand die zich wél naar de fractiediscipline schikt.

De enige van de 76 parlementariërs van Rutte III die dankzij voorkeurstemmen in de Tweede Kamer kwam, is CDA’er Maurits von Martels. Hij is melkveehouder in Dalfsen, dus gevoelig voor afspraken die zijn boerenachterban treffen. Bovendien is hij vermogend en dus niet van de politiek afhankelijk.

Later in de kabinetstermijn zijn er Kamerleden die inzien dat ze geen kans meer maken om hoog op de kandidatenlijst te komen. Die kunnen onvoorspelbaar worden, legt een oud-Kamerlid uit. Ze zijn, net als de gewetensbezwaarden, vatbaar voor een ‘pestmotie’: de oppositie die een Kamerlid dwingt tegen iets te stemmen waar hij of zij als ‘vrij’ Kamerlid altijd uitgesproken vóór was. Ineens kan het dan te veel worden.

De vrijbuiter kan ook iemand zijn die in zijn persoonlijke leven in het nauw komt. VVD’er Johan Houwers werd uit de fractie gezet wegens geknoei met zijn hypotheek en splitste zich af. Wéér een zetel minder.

Er is één geruststellende gedachte voor de nieuwe coalitie: afsplitsen is een stuk minder aantrekkelijk geworden. ‘Zetelrovers’ in de Tweede Kamer krijgen sinds deze verkiezingen minder geld, spreektijd en personeel.

De meeste partijen hebben hun kandidaten deze verkiezingen grondiger doorgelicht dan voorheen, om herhaling te voorkomen. Maar brokken in de privésfeer zijn niet te voorkomen. Het grootste risico op ‘thuisknoeiers’ zien Kamerleden bij de VVD – de partij waar het vaker misging.

Het prettigste voor het kabinet-in-wording is als het niet aankomt op die 76ste zetel. Dat kan door gedoogsteun te regelen bij de SGP, zoals Rutte I ook al had.

Komt die gedoogsteun er niet, dan zal op een avond in de komende jaren een Kamerlid aller ogen op zich gericht weten. „Die avond gaat er komen”, zegt een oud D66-Kamerlid. „We weten alleen nog niet wie het is en wanneer.”