Commentaar

Farmaceutische industrie

Gezamenlijke inkoop van dure medicijnen is stap in goede richting

Het medicijn tegen leukemie, Gleevec, is in tien jaar tijd drie keer zo duur geworden. Terwijl de fabrikant er juist meer van verkocht. Nederlandse onderzoekers onderbouwden vorig maand in een artikel in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Plos One de al langer bestaande vermoedens dat farmaceutische bedrijven onevenredig hoge prijzen vragen voor hun producten. Hun winstmarges liggen met 15 tot 20 procent hoog ten opzichte van andere bedrijfstakken. Een van de onderzoekers sprak in NRC van een „volstrekte mismatch tussen ontwikkelingskosten en prijsstelling”. En dat is ernstig want niet alleen de individuele patiënt is daarvan de dupe, maar uiteindelijk iedereen die met ziektekostenpremies meebetaalt aan het feestje van de farmaceutische industrie.

Al veel langer probeert de politiek een oplossing te vinden voor de vraag wat er te doen is tegen deze anomalie. Natuurlijk staat het bedrijven in een vrije markt vrij om zoveel mogelijk winst te maken. Maar de gezondheidszorg is nu eenmaal zwaar gereguleerd en daar zijn goede redenen voor. Hoe kan de industrie ertoe gebracht worden betaalbare prijzen te vragen hun medicijnen?

Dat is niet zo eenvoudig. Zo liet hetzelfde onderzoek zien dat een deel van de gestegen prijzen het gevolg is van goedbedoeld overheidsingrijpen. Zo had het zogeheten preferentiebeleid, dat artsen en apothekers verplichtte een goedkoper generiek alternatief voor een merkmedicijn voor te schrijven, de perverse consequentie dat de industrie alle winst moest halen uit middelen waarvan het patent nog liep. Niettemin zou de gezamenlijke inkoop van medicijnen om zo de industrie te dwingen tot een gunstigere prijsstelling een stap op weg naar een oplossing kunnen zijn. De pilot die Nederlandse ziekenhuizen en verzekeraars nu hebben afgesproken, juist met de gezamenlijke inkoop van het geneesmiddel tegen leukemie, valt daarom toe te juichen. De vraag blijft daarbij wel waarom partijen pas zo laat tot dit initiatief zijn gekomen. En of het wel fors genoeg is om werkelijk indruk te maken. Met een inzet van een bedrag van 50 miljoen euro, terwijl dure medicijnen in totaal 2 miljard euro kosten, gaat het om een heel kleine stap op de voor farmaciegiganten relatief onbetekenende Nederlandse markt.

Een oplossing zou mogelijk dichterbij komen als Europese lidstaten zoals Duitsland, Frankrijk en Italië waar grote farmaceutische bedrijven zijn gevestigd, zouden komen tot gezamenlijke inkoop en het bedingen van een kwantumkorting. Zolang die landen hun eigen industrie beschermen, blijft dat echter een fata morgana.