Na de Brexit: EU-hof als souffleur?

IJsland, Liechtenstein en Noorwegen nemen de EU-spelregels voor het handelsverkeer over. Geldt dat straks ook voor het VK?

Foto Stephanie Lecoco/EPA/

Er zijn allerlei modellen denkbaar voor toezicht op en arbitrage in de toekomstige handelsrelatie tussen het VK en de EU. Een van de ook door Londen genoemde opties is aansluiting van het VK bij de Europese Economische Ruimte (EER). Dat is de vrijhandelsunie die de EU vormt met IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. Deze drie landen zijn geen lid van de EU, maar ze nemen wel de EU-spelregels voor het handelsverkeer over. Het toezicht daarop berust bij een speciale toezichthouder en voor het beslechten van geschillen bestaat een apart hof, net als het Europees Hof gevestigd in Luxemburg.

Om handelsruzies te voorkomen, oriënteert dit Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie (‘EVA-hof’) zich nadrukkelijk op de uitspraken van het Europees Hof. Zo loopt er momenteel een procedure tegen Noorwegen, dat volgens de EVA-toezichthouder een potje heeft gemaakt van de aanbesteding voor de bouw en exploitatie van een ondergrondse parkeergarage in de gemeente Kristiansand. Het dossier staat zo bol van de verwijzingen naar jurisprudentie over de Europese aanbestedingsregels, dat het wel heel raar moet lopen wil Noorwegen geen schrobbering krijgen. Met andere woorden: ook in het EVA-model krijgt de regering-May te maken met de reikwijdte van het Europees Hof.

www.eftacourt.int: zaak E-4/17