Coalitie-in-wording wil dat de ‘polder’ doorpraat

arbeidsmarkt

De formerende partijen willen graag dat de sociale partners verder praten over een nieuw akkoord. Dat zien de vakbonden niet zitten.

FNV-voorzitter Han Busker. Foto REMKO DE WAAL/ANP

De werkgevers wilden wel, de vakbonden niet. Zij leggen het dringende verzoek naast zich neer dat de vier formerende partijen – VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – op dinsdagmiddag aan hen deden: of ze toch verder wilden praten om tot een akkoord te komen over de arbeidsmarkt.

Het ‘polderoverleg’ liep vorige week vast. De werkgevers willen dat er iets verandert aan de verplichte loondoorbetaling bij ziekte en het ontslagrecht, de vakbonden willen dat er een eind komt aan de groeiende flexibilisering. Daar kwamen ze, na bijna twee jaar praten, niet uit.

De aanstaande regeringspartijen zitten er niet op te wachten om het dan maar zelf vorm te geven, met het risico van acties tegen hun plannen voor de arbeidsmarkt. Werkgeversvoorzitter Hans de Boer was op dinsdagmiddag bij de formerende partijen en kwam naar buiten met de mededeling dat híj het nog wilde proberen. De werkgevers willen dan wel van de „rare risico’s” af als ze mensen in dienst nemen, zoals de verplichte loondoorbetaling van twee jaar bij ziekte. Pas dan zouden ze de „excessen in de flex” wegnemen.

‘Doorzichtige poging’

Maar FNV-voorzitter Han Busker, die na De Boer langs was bij de formatietafel, wees het idee af. „We hebben na heel lang praten gezegd: we komen er niet uit. Waarom zou dat nu anders zijn?” CNV-voorzitter Maurice Limmen noemt de bereidwilligheid van de werkgevers om toch weer verder te praten „niet geloofwaardig” en „een doorzichtige poging om de zwarte piet bij de werknemers te leggen”.

SP-leider Emile Roemer zei eerder op dinsdag dat hij „niet rouwig” was over de mislukking van het polderoverleg. „Het is nu tijd voor strijd.”

Werkgevers en vakbonden praatten al bijna twee jaar over een ‘nieuw sociaal akkoord’ over zzp’ers, flexwerk en doorbetaling bij ziekte. Informateur Gerrit Zalm had 1 september als deadline aan de sociale partners gesteld voor het eventueel bereiken daarvan.