AMC en vuMc

ACM: Amsterdamse ziekenhuizen mogen fuseren, patiënten houden genoeg keuze

De fusie tussen de Amsterdamse medische centra VUmc en AMC kan doorgaan. Volgens de Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft de krachtenbundeling geen grote, negatieve gevolgen voor andere ziekenhuizen. In een dinsdag gepubliceerd besluit schrijft de toezichthouder dat er ook na het samengaan van beide ziekenhuizen voldoende te kiezen blijft voor patiënten en zorgverzekeraars.

Dat de fusie van beide medische centra niet al te schadelijk is voor de concurrentie komt volgens de marktmeester doordat VUmc en AMC elkaar voor een deel aanvullen: op complexe onderwerpen bieden beide „bepaalde unieke zorg” die elders niet wordt geboden. Door het samenvoegen van de twee bedrijven wordt de marktpositie in die gebieden dus niet sterker.

Voldoende keuze

Ook buiten die hele specifieke gebieden is de concurrentie met andere ziekenhuizen in de regio echter beperkt, schrijft de ACM. In geen geval is daar na de fusie sprake van een marktaandeel groter dan 30 tot 40 procent. „De ACM concludeert dat patiënten ook na de fusie voldoende keuze overhouden.”

Over de fusie van AMC en VUmc wordt al meer dan zes jaar gesproken. Pas vorig jaar zomer kregen beide partijen toestemming voor hun plannen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), die bij fusies vooral kijkt naar of de besluitvorming goed is verlopen. Volgens de NZa hebben beide ziekenhuizen „hun personeel, cliënten en overige stakeholders zorgvuldig betrokken” bij het gehele proces.

Na de toestemming van de zorgautoriteit moest alleen de ACM nog instemmen met de fusieplannen. Daarvoor moesten het VUmc en de Vrije Universiteit twee aparte rechtspersonen worden. Begin dit jaar kondigde de kartelwaakhond nog aan dat nog meer onderzoek nodig was voor zo’n besluit, maar nu dat is afgerond ziet de toezichthouder geen reden om de fusie tegen te houden.