Cultuur

Interview

Interview

Knife in the Clear Water laat twijfelen of beelden documentair zijn of gefictionaliseerd.

Wachten op de dood van een koe

Regisseur Xuebo Wang

‘Knife in the Clear Water’ is de eerste speelfilm over de islamitische Hui-Chinezen. Maar het is geen politieke film volgens regisseur Xuebo Wang: „Film is kunst.”

Knife in the Clear Water speelt zich af in Xihaigy, in het zuiden van Ningxia Hui, een autonome regio op de grens met Binnen-Mongolië. Deze regio is toegewezen aan de islamitische Hui-Chinezen, en volgens het United Nations World Food-programma is het een van de droogste en behoeftigste gebieden ter aarde.

Regisseur Xuebo Wang (1984) vertelde begin dit jaar tijdens het Filmfestival Rotterdam hoe hij er bijna een jaar doorbracht. Voor research. „Het verhaal van de film is gebaseerd op een kort verhaal van Hui-schrijver Shi Shuqing. Ik ben zelf niet Hui, dus ik wilde de streek en de mensen leren kennen.”

In die periode maakte hij drie korte documentaires, de Xihaigu-trilogie, waar Knife in the Clear Water uit voortkwam.

Zijn interesse in de Hui is dubbel. Als producent initieerde Wang meer films die zich op vergeten etnische groeperingen in Azië focussen, zo produceerde hij bijvoorbeeld het Tibetaanse Tharlo, over een herder die een identiteitskaart nodig heeft en zich zo gaat afvragen wie hij eigenlijk is. Wang beschrijft zichzelf als „nieuwsgierig, maar niet op een sociologische of antropologische manier”.

Geen geloof in sociale films

Voor veel toeschouwers zal dat een zwaktebod zijn. De film maakt ook nieuwsgierig naar specifieke omstandigheden, waar hij misschien om politieke, en misschien om andere redenen weg van blijft. Wang is stellig: „Ik geloof helemaal niet in politieke of sociale films. Ik zie film in de eerste plaats als een kunstvorm. Wat mij aansprak was het verhaal.” Knife in the Clear Water gaat over een oude man die volgens gebruik na de dood van zijn vrouw zijn koe moet offeren. „Een koe waarvan hij zielsveel houdt. In die zin is de hele film ook een kroniek van een aangekondigde dood. Zijn vrouw is dood. Zijn koe moet dood. En hoe lang zal hij het nog maken? Het boek zit vol met beschrijvingen van hoe hij zich voelt en wat hij denkt. Hoe vertaal je dat zonder tekst en voice-over?” Wangs oplossing was: in lange, contemplatieve beelden, waar door de olieverfachtige, bijna vierkante composities de toeschouwer zijn eigen begrip van sterfelijkheid, offer en rouw maar op moet projecteren. Pastoraal. Meditatief.

Bewegende schilderijen

Filmkunst als verlenging van de schilderkunst: bewegende schilderijen waar de wind een vleugje leven in geblazen heeft. Wang: „Schilderkunst is voor mij een belangrijke inspiratiebron. Ik heb voor deze film gekeken naar de boerenlevens van Jean-François Millet, waarin je nooit een landschap ziet zonder dat er iemand aan het werk is, en de Amerikaanse schilder Andrew Wyeth, die zijn personages zo in het landschap positioneert dat je altijd meteen begrijpt dat ze eenzaam in de ruimte zijn. Daarom heb ik ook nauwelijks lege landschappen gedraaid. Ik wilde mooifilmerij en exotisme vermijden.” In hoeverre dat gelukt is, is deels natuurlijk de vraag.

Naar aanleiding daarvan hebben we het erover dat de camera zo’n machtig instrument is, dat die suggereert dat alles wat we zien realistisch is – zeker bij observerende beelden die weinig ingrepen in de werkelijkheid lijken te doen. Je zou je moeten afvragen of Knife in the Clear Water ‘een’, ‘zijn’, of ‘het’ beeld van de Hui in China geeft. Want de precisie waarmee Wang bijvoorbeeld rituelen filmt kan de vraag oproepen of het een documentaire beeld of een gefictionaliseerd beeld is. Voor veel filmkijkers is het immers de eerste keer dat ze een film over de Hui zien. Wang zegt dat hij snapt dat het voor veel mensen zo werkt, maar dat het voor hem uiteindelijk een universeel menselijk verhaal is. „Xihaigi is een van de dunstbevolkte, onherbergzaamste gebieden op aarde. De mensen die er wonen hebben niets. Dat ze de moeite nemen om vijf keer per dag te bidden, zichzelf te wassen voor elk gebed, en zoveel rust en respect voor hun eigen lichaam en geest hebben, heb ik als iets heel bijzonders ervaren.”