In beeld

Voyager 40 jaar

Op een afstand van zeventien miljard kilometer van de aarde (115 keer zo ver weg als de zon) raast Voyager 2 door het heelal. De sonde Voyager 1 is zelfs ruim 20 miljard kilometer ver weg (bijna 140 keer de afstand aarde-zon). Veertig jaar geleden werd deze supersuccesvolle NASA-sonde-tweeling gelanceerd.
Herdenkingsposters van de NASA ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van de Voyagers. De laatste jaren maakt de NASA regelmatig (vaak nogal nostalgische) posters ter gelegenheid van jubilea of nieuwe ontdekkingen. Zie https://www.jpl.nasa.gov/visions-of-the-future/ Foto NASA / JPL
Beide Voyagers werden uitgerust met een gouden plaat met muziek en geluiden, zoals begroetingen in 55 talen, Johnny B. Good van Chuck Berry, Mozarts Koningin van de Nacht, Peruaanse panfluiten, maar ook geluiden van een startende autobus en krekelgetjirp. Ook bevatte de plaat ruim 100 foto’s van aardse taferelen, van schoolkinderen tot een rivier. Hier wordt de plaat aangebracht op de buitenkant van Voyager 2, in het Safe-1 gebouw van het Kennedy Space Center. De plaat was bedoeld als een soort tijdscapsule om eventuele buitenaardse wezens die misschien ooit de sonde zouden oppikken iets te vertellen over de aarde. Foto AP / NASA
De buitenkant van de gouden plaat met geluiden en foto’s van de aarde die aan beide Voyagers zijn meegegeven. Te zien is een uitleg hoe de plaat af te spelen en maar ook de locatie van de zon ten opzichte van 14 nabije pulsars – een nogal problematisch 'tomtom' volgens sommige moderne astronomen. Foto NASA
Lancering van Voyager 2, op 20 augustus 1977 bovenop een Titan Centaur raket. Voyager 2 vertrok gek genoeg als eerste, Voyager 1 volgde op 5 september, om in een lange zwaai door het zonnestelsel alle grote buitenplaneten te bezoeken. Die stonden toen precies mooi op een rijtje: Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Alleen Voyager 2 maakte het hele rijtje af. Foto AP
Vier weken na de lancering, op 18 september 1977, keek Voyager 2 terug naar de aarde, van een afstand van 11 miljoen kilometer. Op de achtergrond is de maan te zien. Het was voor het eerst dat aarde en maan zo samen op een foto waren gezet (al is deze foto in werkelijkheid de combinatie van drie Voyager foto´s). Foto NASA
De eerste foto van Jupiter door Voyager 1, op 6 januari 1979. De sonde kwam op 5 maart het dichtst langs de gasreus. Foto NASA
De Grote Rode Vlek van Jupiter, gefotografeerd door Voyager 1 op 5 maart 1979. Foto NASA
Op 16 november 1980 was Voyager 1 Saturnus voorbij en keek de sonde terug naar de planeet met zijn bijzondere ringen, van bovenaf. Foto NASA/JPL
Tekening van Voyager 1 in volle actie, ergens in het zonnestelsel. Foto NASA/JPL
De beroemde Pale Blue Dot-foto (naar een idee van de astronoom Carl Sagan) , met de minuscuul kleine aarde gefotografeerd op 14 februari 1990 door Voyager 1 van een afstand van 6,5 miljard kilometer. De aarde is de lichte pixel midden in de baan rechts. De kleurige banen zijn een bij-effect van de vergroting. NASA/JPL
De planeet Uranus, gefotografeerd door Voyager 2 in januari 1986. Tot nu is dit de enige keer dat Neptunus en Uranus van dichtbij zijn bekeken. Foto NASA/JPL
Miranda, een van de manen van Uranus, gefotografeerd door Voyager 2 in 1986. Voyager schoot er vooral langs om een ‘zwaartekrachtzwaai’ te krijgen naar Neptunus, maar Miranda bleek veel interessanter dan gedacht. De maan – ongeveer een derde van de aardse maan - bleek een zeer complex oppervlak te hebben, half rots half ijs, met veel lagen door elkaar van verschillende leeftijd. Een van de verklaringen voor dat vreemde patroon is dat de maan regelmatig door de zwaartekracht van Uranus uit elkaar is getrokken en weer opnieuw bij elkaar is gekomen. Een andere verklaring is dat ijswater opwelt uit de diepte en smelt aan de oppervlakte. NASA
Een van de laatste planetenfoto’s door Voyager 2: Neptunus, aan de rand van het zonnestelsel. Op de blauwe gasreus, die bestaat uit waterstof, helium en een beetje methaan, zijn donkere vlekken en wolken te zien. Veel groter dan de aarde (vier keer zo groot, zeventien keer zo zwaar) lijkt Neptunus toch op die planeet: blauw met witte wolken. Foto NASA/JPL
Het radiosignaal van Voyager 1, vertaald naar zichtbaar licht, zoals gezien op 21 februari 2013. Voyager 1 was toen 18,5 miljard kilometer van de aarde. Het signaal is vergelijkbaar met een cent die je moet proberen te onderscheiden op 8 kilometer afstand. Dat zwakke radiosignaal werd opgevangen door de gecombineerde radiotelescopen van het Amerikaanse National Radio Astronomy Observatory: het 8.000 kilometer wijde Very Long Baseline Array (VLBA), waarin radiotelescopen van Hawaii tot de Maagdeneilanden worden gecombineerd. Met beide Voyager sondes, die zich inmiddels in de lege interstellaire ruimte bevinden, is nog altijd contact, maar de meeste meetinstrumenten en cameras zijn uitgezet. Foto NASA