Cultuur

Interview

Interview

Drummer Lars Ulrich van Metallica tijdens het concert in Ziggo Dome Paul Bergen ANP

Vijftiger Metallica vlammend als altijd

Ook bij nieuwe nummers van Metallica brult het publiek mee. ‘We horen nu vaak: speel meer nieuwe nummers’, zegt drummer Lars Ulrich.

Lars Ulrich, oprichter en drummer van Metallica, komt maandagmiddag de kleedkamer binnen met een stomende kop thee in z’n handen. Godzijdank. Een paar minuten eerder bespraken twee crewleden op de gang van de Ziggo Dome dat Lars, die jarenlang het imago van een erg opgewonden standje had, die thee toch echt ogenblikkelijk nodig heeft. „Waar is die thee? Kom op man, als Lars nu geen thee krijgt, vreet hij die journalist daar binnen levend op!”

Het is vier uur voor Metallica zijn eerste optreden in de Amsterdamse zaal zal geven. Als Ulrich (53) op de bank ploft, een slok thee neemt en onvermoeibaar op het eeuwige stokje in zijn mondhoek begint te kauwen, blijkt hij gelukkig lekker in zijn vel te zitten. Niet zo gek, de 36-jarige heavy metalband heeft met het onlangs uitgebrachte Hardwired… To Self-Destruct hun beste plaat in 25 jaar gemaakt. Ze spelen er die avond zes songs van, verklapt hij trots. „We horen nu vaak het zinnetje: ‘speel meer nieuwe nummers!’ En dat is een zin die we nog nooit zo vaak hebben gehoord”, zegt Ulrich doelend op een publiek dat vooral komt om de klassiekers te horen.

Metallica begint maandagavond zoals altijd met Ennio Morricone’s ‘The Ecstasy of Gold’ op hun prachtige, achthoekige podium. Maar ze spelen direct daarna de nieuwe nummers ‘Hardwired’ en ‘Atlas, Rise!’ die makkelijk worden meegebruld. De energie van de explosieve en bevlogen start houdt de band goed vast. Ulrich staat al snel met de handen boven z’n drumkit te zwaaien, en de gruizig en scherp zingende James Hetfield wisselt constant tussen één van de acht microfoons, zodat de hele zaal alle aandacht krijgt.

Om de lange speeltijd van tweeëneenhalf uur spannend te houden heeft de band een reeks aan nieuwe visuele trucs meegebracht. Bij ‘Moth Into Flame’ zweeft een paar dozijn kleine lichtjes vanuit de vloer de lucht in. Het zijn kleine drones die als vuurvliegjes dan weer in formatie, dan weer kriskras door elkaar boven het podium dansen.

De lichtgevende drones. Klik op de afbeelding voor een video:

Metallica had kleine, lichtgevende drones. Hoe cool is dat?!

Een bericht gedeeld door Peter Van Der Ploeg (@heepvdp) op

De band heeft al jaren een podium waar het publiek helemaal rondom staat. Maar voor de pas begonnen Europese tournee is dit specifieke exemplaar nieuw ontworpen. Dat het nog wennen is, zoals Ulrich al had aangekondigd, wordt tijdens de show pijnlijk duidelijk als halverwege ‘Now That We’re Dead’ zanger James Hetfield plots in de vloer verdwijnt. In het podium zitten vier trapgaten, waaruit de bandleden aan het begin van de show verschijnen en daar is Hetfield ingelazerd. Met hulp van crewleden krabbelt hij op en laat het publiek ‘I’m allright’ liplezen, terwijl de band als een vliegtuig met nog maar één motor het nummer afmaakt. Alleen zijn ego is beschadigd, zegt hij na na afloop.

En dat terwijl ze tegenwoordig zo goed op zichzelf letten. De heren zijn allemaal in de vijftig. „Niks mis mee hoor,” zegt Ulrich, voor de grap met z’n ogen rollend bij een vraag over zijn leeftijd. „Touren is anders nu. We gaan telkens maar twee weken op pad. We spelen dan zo’n zeven tot acht concerten, en dan gaan we weer naar huis om bij te tanken en voor de kinderen te zorgen. En daarna is het net alsof ik er vandoor ga met een rock ‘n roll-band, om weer twee weken shows te spelen. Zo hou ik het leuk voor mezelf.”

Metallica past zo tegenwoordig meer tussen de fitgirls op Instagram dan in de ruige hardrockwereld. Backstage is meer yoghurt en yoga dan Jack Daniels te vinden, bevestigt de drummer. „Alles wordt nu gedaan met onze gezondheid in het achterhoofd. We slapen in goede hotels en we eten goed dankzij onze eigen kok. Ik drink wel een glas wijn of champagne, maar niet veel en ik zie ook echt de zon niet meer opkomen, zoals vroeger.”

Een video van het moment waarop James Hetfield in het trapgat viel, rond 4:10:

Dat werkt. De geboren Deen voelt zich sterk de laatste jaren, en hij heeft het idee dat het publiek die energie meekrijgt. „Volgens mij is het is nog steeds relevant wat we doen en zit er nog een bepaald gewicht achter.” De grote afwezige in Amsterdam is het beste nummer van Hardwired…: ‘Spit out the Bone’, de vlijmscherpe afsluiter van het album en het meest venijnige thrashmetalnummer van de laatste twintig jaar. Maar spelen doen ze het niet. Hoe zit dat? Ulrich zucht. „Iedereen vraagt naar dat nummer. Maar we houden het nog even voor onszelf. Dat nummer is complex, daarvoor moeten we ons eerst helemaal op ons gemak voelen op dit podium.”