Commentaar

Uitzenden militairen vraagt om debat met een volwaardig kabinet

Demissionair of niet, het tweede kabinet-Rutte is van plan waarschijnlijk nog eind deze week te beslissen over voortzetting van de Nederlandse militaire aanwezigheid in het buitenland. Ter voorbereiding op de besluitvorming hebben de vier meest betrokken demissionaire ministers de Tweede Kamer alvast een brief gestuurd waarin de contouren worden geschetst.

De hoofdlijn: de krijgsmacht blijft met haar grotere missies ook volgend jaar zitten waar zij nu al zit. Dus in Mali, in Irak, in Afghanistan, in Litouwen en op zee voor de kust van Somalië. Nieuw is dat F-16-gevechtsvliegtuigen van de luchtmacht na een jaar van afwezigheid zullen terugkeren boven Irak en Syrië.

Weliswaar gaat het om uitzendingen die in het verleden op ruime politieke steun konden rekenen, toch blijft het opmerkelijk dat het demissionaire kabinet zich deze taak toe-eigent.

Over de vraag of een demissionair kabinet een verhoudingsgewijs luttel bedrag in de rijksbegroting mag reserveren voor een breed gedeeld verlangen om het onderwijsbudget te verhogen brak deze zomer een grote politieke storm los. Maar een kabinet op weg naar de uitgang dat zijn opvolgers bindt aan militaire presentie in het buitenland roept geen weerstand op bij de toekomstige coalitiepartners.

Het is al vaker vastgesteld: de wereld wacht niet totdat Nederland eindelijk weer een volwaardig kabinet heeft. De internationale partners waarmee Nederland militair samenwerkt, hebben recht op duidelijkheid. Dit geldt evenzeer voor de uitgezonden militairen. In die zin is de voortvarendheid van het demissionaire kabinet ook te billijken. Tegelijk knelt het dat een nieuw kabinet op zo’n wezenlijk onderdeel van het buitenlands en veiligheidsbeleid straks met voldongen feiten zit.

Dat Nederland zijn verantwoordelijkheid in het buitenland blijft nemen, is overigens terecht. Bewust is begin jaren negentig na het einde van de Koude Oorlog de keuze gemaakt voor een expeditionaire krijgsmacht die elders in de wereld in multilateraal verband aanwezig is. Dat schept verplichtingen. De bijdragen die het kabinet wil verlengen zijn over het algemeen bescheiden. Passend bij een krijgsmacht waarvan gezegd wordt dat deze na alle bezuinigingen „piept en kraakt”.

Waar het vooral om gaat, is dat Nederland zich met zijn militaire aanwezigheid politiek bindt aan internationale conflictoplossing. Over die positie van Nederland mag in het sinds de verkiezingen flink gewijzigde politieke landschap best wel weer eens een fundamenteel debat worden gevoerd. Met een volwaardig kabinet.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.