Column

Kooi

„Die lege caviakooi”, zei mijn geliefde eind vorige week, „Doe je daar nog iets mee?” Hij wees op het stalen gevaarte waar mijn cavia’s, toen ze klein waren, in woonden. Tegenwoordig hield ik ze in een enorme stellage gemaakt van draadkubussen. Omdat ik nou eenmaal slordig ben stond de oude kooi nog steeds middenin mijn woonkamer, dat was handig want zo kon ik er schoenen, kranten, jassen en lege verpakkingen op kwijt. Mijn geliefde was het een doorn in het oog. Hij is erg opruimerig en maakt regelmatig ongevraagd mijn keuken schoon (ter mijn verdediging: ik kan andere dingen weer heel goed zoals ademhalen en brood eten). Zijn grootste ergernis was echter die lege kooi.

„Nee, ik doe er niets mee”, zei ik dus maar.

„Mag ik hem op Marktplaats zetten?”

„Okay.”

Een uur later werd de kooi opgehaald. Obstakel weg, woonkamer een stuk overzichtelijker. Ik was blij maar ook verbouwereerd. Ik had me heus ook wel geërgerd aan die kooi. Ik maakte allemaal plannen hoe ik ervanaf kon komen maar had nooit de doorzettingskracht. In één uurtje had mijn geliefde voor elkaar gekregen waar ik al een jaar tegenaan hikte.

„Ik stond erbij, keek ernaar en voelde me zo stom,” zei ik die avond tegen mijn zus.

„We hebben allemaal onze sterke en zwakke kanten”, zei mijn zus, „Jij hebt je zoogdieren altijd tip top in orde, een ander laat zijn tuin niet verslonzen.”

Toch bleef het knagen. Ik moest denken aan wat ik die dag had gelezen, Dankboek, van Ernst-Jan Pfauth, waarin hij het heeft over de lastige neiging van de moderne mens om altijd naar meer en beter te streven. Terwijl we daardoor vergeten om te koesteren wat we al hebben, wat we al kunnen. In ons streven zo multifuncti te zijn als een Zwitsers zakmes raken we dus alleen maar gefrustreerd.

Ik herkende mezelf daarin. Ook ik vind mezelf constant incompleet. Dat heeft zijn goede kanten (je werkt door, wil altijd een betere versie worden) maar het zorgt ook voor rusteloosheid. Je bent bij voorbaat al moe als je stilstaat bij hoeveel dromen je nog moet verwezenlijken om jezelf enigszins okay te vinden. Misschien is het goed om soms, zoals Pfauth betuigt, even stil te staan bij wat wél lukt. Wat je al wél hebt, zoals in mijn geval een woonkamer waarin de gasten niet meer hun nek breken over een leegstaande caviakooi. Mijn zus knikte.

„Misschien moeten we het gewoon simpel houden”, zei ze. „En als je van een kooi af wilt, moet je hem gewoon op Marktplaats zetten. Wie weet volgen de kooien in je hoofd dan vanzelf.”

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.