Recensie

Is Coppola’s soldaat een onschuldige charmeur of slang in het paradijs?

Drama

In haar remake van Don Siegels ‘The Beguiled’ kiest Sofia Coppola voor het vrouwelijke perspectief: wat doet de komst van een gewonde soldaat met de inwoonsters van een meisjesinternaat?

Een gewonde soldaat (Colin Farrell) belandt in het meisjesinternaat van Miss Martha (Nicole Kidman).

Bij het plukken van paddenstoelen vindt Amy een gewonde soldaat. Ze neemt hem mee naar het door Miss Martha (Nicole Kidman) geleide meisjesinternaat in Virginia, waar zij een van de leerlingen is. The Beguiled, dat zich afspeelt tijdens de Amerikaanse burgeroorlog, gaat over de impact die korporaal John McBurney (Colin Farrell) op alle vrouwen heeft, van het jongste meisje dat graag in de natuur verkeert tot Miss Edwina (Kirsten Dunst), die er lesgeeft. Eerst is er de vraag of McBurney, een yankee die vecht voor het vijandelijke Noordelijke leger, wel te vertrouwen is. Daarna draait het om de verlangens die McBurney, al dan niet bewust, bij de vrouwen losmaakt. Edwina ziet een kans om via hem het internaat te verlaten en Alicia (Elle Fanning) projecteert haar ontluikende seksuele gevoelens op hem. Waarbij het altijd de vraag is of object van begeerte John een onschuldige charmeur is of een slang die de rust en vrede in het paradijs komt verstoren.

The Beguiled is een remake van Don Siegels gelijknamige film uit 1971, met Clint Eastwood als soldaat. Siegel vertelde het verhaal vanuit het gezichtspunt van McBurney, Coppola draait dat om: hier gaat het om de vrouwen, wier leven op hun kop wordt gezet door zijn aanwezigheid. Het is ook om een andere reden een echte Sofia Coppola-film, want ze keert terug naar de dromerige stijl van haar debuut The Virgin Suicides (1999), niet toevallig ook een film over een groep meisjes (daar zussen) en hun verschillende verlangens.

The Beguiled is prachtig gefotografeerd, met omfloerste, schilderachtige beelden die zowel naar Vermeer verwijzen als foto’s uit de tijd van de Amerikaanse burgeroorlog. Veel scènes zijn gefilmd bij kaarslicht, wat een pastel-achtige gloed aan alles geeft. De omfloerste, soms zelfs aan de randen onscherpe beelden doen denken aan Peter Weirs kostuumdrama Picnic at Hanging Rock – ook al een film die droomachtig begint en gaandeweg steeds duisterder wordt.

Coppola draaide haar film niet digitaal maar op celluloid en koos voor een kader van 1.66:1, waarbij links en rechts zwarte balken in beeld verschijnen. Deze ‘ouderwetse’ kadrering heeft tevens een inhoudelijke functie: hij suggereert dat deze vrouwen gevangen zitten in hun omgeving, al biedt dit isolement ook bescherming tegen de boze buitenwereld. Ook de kostumering en de locatie – Coppola filmde op een plantage bij New Orleans – zijn bijzonder sfeervol. Een fraaie achtergrond voor een film die steeds verhitter wordt en zich ontpopt als onvervalst ‘Southern Gothic’-drama.