Recensie

Finale Twin Peaks laat kijker verbijsterd achter

Surrealistische serie

Met de finale van Twin Peaks zet regisseur David Lynch de kijker wederom op het verkeerde been. Maar het is wel een passend slot. Let op, heel veel spoilers.

FBI-agenten Cooper (Kyle MacLachlan), Diane (Laura Dern) en Gordon (David Lynch) in de finale van Twin Peaks: The Return. Suzanne Tenner/SHOWTIME

Wat had je dan verwacht? Een bevredigend, allesverklarend einde aan Twin Peaks? Dat krijg je niet. Het eerste kwartier nadat het scherm voor het allerlaatst op zwart gaat, zit je verbijsterd met de ogen te knipperen. En na een nachtje peinzen, vraag je je nog steeds af: wat is hier gebeurd? Was dit het?

Tot aan deze wonderlijke finale leek de surrealistische, bovennatuurlijke thriller – een van de allerbeste series ooit gemaakt – zo mooi richting één punt te sturen. Eerder in de serie raakt de held, FBI-agent Cooper, in tweeën gesplitst. Zijn slechte versie, de door de boze geest Bob bezeten Bad Cooper, zwerft door Amerika en zaait dood en verderf. De goede Cooper is - na 25 jaar wachten in de Red Room (een soort voorportaal van de geestenwereld) - zijn geheugen kwijt en komt per ongeluk terecht in het leven van verzekeringsagent Dougie in Las Vegas. Na zestien afleveringen is de goede Cooper eindelijk weer bij zinnen en spoedt zich terug naar het stadje Twin Peaks. Ook zijn FBI-collega’s en zijn slechte alter-ego gaan die kant op. Alles klaar voor de grote confrontatie.

Die te verwachten showdown krijgen we ook, maar te vroeg – aan het begin van aflevering 17 – en te onbevredigend. Niet Cooper, maar de plaatselijke politie-telefoniste Lucy schiet Bad Cooper dood. En niet Cooper, maar een Britse jongen met superkracht in zijn magische klushandschoen stompt de boze geest Bob vervolgens terug naar de Red Room. Niet zo magistraal als gehoopt.

Daarna gaat Cooper op nóg een missie. Hij moet Laura Palmer vinden. Met de moord op het tienermeisje is de serie ooit begonnen. Eerder hadden we al gezien dat een goede geest, de reus The Fireman, Laura had geschapen, vlak nadat de kwade krachten Bob naar de aarde stuurden. En de stervende zieneres The Log Lady had gezegd: „Laura’s the one.”

Maar er is iets met Cooper aan de hand. Op zich doet hij de goede dingen: hij heeft eindelijk seks met zijn secretaresse Diane, hij komt onderweg op voor een aangerande serveerster, en hij vindt Laura in Odessa, Texas. Maar Cooper is niet áárdig. Hij kijkt koud, als Bad Cooper. Dat is vooral verontrustend in de tergend lange seksscène met Diane. Zij geeft zich, maar hij bestudeert slechts onbewogen haar gezicht. Zij legt haar handen op zijn gezicht. Het doet onaangenaam veel denken aan haar eerdere verkrachting door Bad Cooper.

Cooper vindt Laura en neemt haar mee terug naar Twin Peaks, naar haar ouderlijk huis, waar haar moeder is achtergebleven, verdrinkend in drank. Dat Laura denkt dat ze iemand anders is, lijkt geen bezwaar: dat had Cooper zelf ook een tijdje. Dat ze in Texas een doodgeschoten man op de bank achterlaat, lijkt al helemaal een onbelangrijk detail. Maar aangekomen in Twin Peaks, blijken er andere mensen in haar ouderlijk huis te wonen. De Palmers? Nee, nooit van gehoord. Cooper snapt het niet. „Welk jaar is dit?” vraagt hij. Laura schreeuwt nogmaals haar schreeuw van doodsangst.

Dat is het.

Wat is hier gebeurd? Zit Cooper in een droom, in een parallel universum? We zullen het nooit weten.

Dat geeft niet want deze serie draaide al nooit om de plot. Wie Twin Peaks kijkt, moet doorlopend zijn verwachtingen bijstellen. Het westers brein is gewend om realistische series te kijken, met een duidelijk verhaal. Twin Peaks is surrealisme. Hoewel de hoofdlijn met enige inspanning wel te volgen is, gaat het meer om de sfeer, de symboliek, de gruwel en de tragiek die je met het verstand niet helemaal kunt bevatten, maar die je wel diep raken. Soms moet je je gewoon overgeven aan een kunstwerk.

Dat neemt niet weg dat Lynch en Frost wel degelijk iets willen vertellen. Deze serie gaat over verval en verlies. Zelfs het hilarische gestuntel van verzekeringsman Dougie (Cooper met geheugenverlies) doet pijnlijk veel denken aan iemand die dementeert, of die een hersenbloeding heeft gehad. Vaak eindigt de aftiteling met een ‘in memoriam’: vele acteurs uit de eerste serie uit de jaren negentig zijn inmiddels overleden, of stierven tijdens en na de opnames.

Ook vele personage sterven, doorgaans gewelddadig. Maar de dood leek nooit het einde in Twin Peaks: je komt in de Red Room terecht en je kon weer terug, eventueel als geest in andermans lichaam, of als ‘tulpa’ – een gefabriceerde dubbelganger. De titel van dit derde seizoen is Twin Peaks: The Return. De terugkeer.

Met dit slot zeggen Lynch en Frost streng: nee, er is geen weg terug. Je kunt niet terug naar huis, je kunt het niet overdoen, je kunt niet alles rechtzetten. Twin Peaks is veranderd. Laura is dood. Cooper is verdwenen. En ze komen nooit meer terug.

Luister hier naar de muziek van Twin Peaks: