Recensie

Elke scène is een uitroepteken in ‘Spaak’

Drama

Vreemde camerahoeken, montagetrucjes, amateuristisch acteren, ‘Spaak’ is een dieptepunt.

Tim Douwsma en Saskia Elise in Spaak, een geromantiseerde biopic over wielrenner Paul Rood.

Hoe meer films Steven de Jong (Stuk!, De Hel van ’63, Kameleon 2 ) maakt, hoe slechter ze worden. Spaak is het voorlopige dieptepunt. De film is gebaseerd op het levensverhaal van Paul Rood, een wielrenner die drugs smokkelde. Rood schreef er een ‘geromantiseerde biografie’ over, eentje die nu nog eens veel verder is geromantiseerd.

Hoofdpersoon Luuk (gespeeld door zanger Tim Douwsma), een nogal irritante en arrogante jongen, doet in zijn vrije tijd aan wielrennen. Zijn studie scheikunde gebruikt hij vooral om zelf drugs te kunnen vervaardigen, die hij eerst lokaal en later internationaal verkoopt. Tot hij tegen de lamp loopt en in een Zweedse gevangenis belandt, waar hij uiteindelijk tot inkeer komt: drugs zijn slecht.

What drugs can do, you can do better’ is het motto van deze film. Dat blijkt een tikje overdreven: Luuk wordt tweede bij het Nederlands kampioenschap baanrennen.

In anti-drugsfilm Spaak is elke scène een uitroepteken, met vreemde camerahoeken, montagetrucjes, een volgesmeerde geluidsband en amateuristisch acteren. Nog minder subtiel zijn de bijzonder krukkige dialogen, die meer en meer op de lachspieren werken. De ene bal die Spaak krijgt, is voor Aart Staartjes, die Luuks wielrencoach speelt. Het shot waarin hij zijn drankflesje aflikt, is onbetaalbaar. Verder snel vergeten, deze janboel.