Recensie

Een horrorclown en Loserclub die wat sleets aanvoelen

Horror

De nieuwste versie van ‘It’, naar het boek van Stephen King, is een nogal fantasieloze kopie van de populaire miniserie uit 1990. Met betere special effects, dat wel.

Pennywise (Bill Skarsgård), de dansende clown in It.

Conceptueel was It nooit het meest overtuigende monster van horrorschrijver Stephen King. Een interdimensionale alien die elke 27 jaar ontwaakt in het dorp Derry, Maine, om zich te voeden met – ja, wat eigenlijk? Kinderangst, kindervlees? Angst is het zout op het vlees, legt It in de roman uit. Het horrormonster exploiteert de nachtmerries van de ‘Loserclub’: prepubers die om allerlei redenen – obees, zwart, joods, stotterend, dominante moeder, misbruikvader – buiten de boot vallen. Waarom zij? Omdat ze kwetsbaar zijn: It is een uitvergroting van de bullebakken die de ‘Loserclub’ in het dagelijkse leven treiteren. Alleen solidariteit kan ze redden.

Maar waarom neemt It dan in al die nachtmerries steeds de vorm aan van Pennywise, de dansende clown? Toch niet elke prepuber lijdt aan coulrofobie? Omdat Clown Pennywise de vormloze It ponem geeft, sterker nog: de immens populaire mini-serie It betekende in 1990 de doorbraak van de horrorclown. Na ‘horrorclownjaar’ 2016 is deze remake dus tijdig.

Jammer dat de film een nogal fantasieloze kopie van de mini-serie is. Vanaf de nu iconische beginscène – Pennywise die een jochie naar een rioolput lokt om zijn arm af te rukken – sampelt hij de serie, maar dan sneller, met betere special effects. Suspense blijkt niet besteed aan Andy Muschietti, bekend van de prima horrorfilm Mama. Hij heit de nachtmerries er monotoon in: het joodse jongetje zijn dibboek, de stotteraar zijn dode broertje, het meisje een fontein van menstruatiebloed.

Werkt dat? Zo’n beetje, zij het dat anno 2017 zowel de horrorclown als de Loserclub wat sleets aanvoelt. Maar op naar deel twee, als de helden 27 jaar later naar Derry terugkeren om definitief af te rekenen met Pennywise. Net als in de mini-serie.