Recensie

De onvergetelijke stem van een Congolese moeder

Melodrama

Rond de hoofdpersoon Félicité spon regisseur Alain Gomis een film die over alles gaat: liefde, corruptie, feminisme, het drama Afrika.

Véro Tshanda Beya Mputu, een worstelende zangeres en moeder in Félicité.

Félicité kan met gemak zo’n film zijn die je je hele leven bijblijft als je de Congolese zangeres en hoofdrolspeelster Véro Tshanda Beya Mputu eenmaal hebt horen zingen. Regisseur Alain Gomis spon een heel verhaal om haar heen, waarin hij in zijn losse, semi-documentaire, maar hoogenergetische observaties ruimte vond voor een film over alles (liefde, corruptie, feminisme, het drama Afrika). Maar de scènes waar het er echt toe doet zijn die waarin zijn hoofdpersoon met de Kasai Allstars het podium betreedt, als haar gezicht het licht van de nacht opvangt en haar stem een echo wordt van alles wat er de hele dag om haar heen is: al het lawaai en alle pijn.

Ze zingt niet alleen haar eigen mix van traditionele en westerse muziek, maar in droomachtige sequenties ook Arvo Pärts My Heart’s in the Highlands met het symfonieorkest van Kinshasa.

Er is een plot, natuurlijk, geweven rondom een ongeluk en plotselinge ziekenhuisopname van haar minderjarige zoon. Dat is waar de film je dingen laat zien die je met je westerse blik wel denkt te weten, maar nog nooit hebt gevoeld: namelijk wat het betekent als je niet genoeg, nooit genoeg geld hebt om te voorkomen dat je kind een been verliest. Als het DNA van de maatschappij waarin je leeft ervoor zorgt dat je altijd tekortschiet, als moeder, als vrouw, als minnares. Maar Gomis heeft oog voor deze vrouw, en haar lied, en zij schenkt ons haar hart, en dus gaan we van haar houden, zoals we ooit van Pasolini’s Mamma Roma gingen houden, waarvan Félicité met z’n zelfde gevoel voor straatrumoer en terloopsheid een hedendaagse zuster is.