Column

De grote disco in de lucht: ‘Close Encounters’ jubileert

‘Close Encounters of the Third Kind’ van Steven Spielberg bestaat 40 jaar. Hij zou de klassieker nu niet meer zo maken.

Ter ere van het veertigjarig jubileum vond afgelopen zaterdag een speciale vertoning plaats van Close Encounters of the Third Kind bij Devils Tower. Die monumentale berg in Wyoming staat centraal in de ontknoping van Steven Spielbergs sciencefictionklassieker uit 1977. Daar vindt het spectaculaire contact plaats tussen mens en buitenaards leven, in een symfonie van licht en tonen, zoals Mozes de Tien Geboden ontving op de Sinaï. Spielberg werkt simpel, consequent en rechtlijnig naar die nog steeds betoverende ontknoping toe – hij schreef het scenario dan ook achterstevoren.

Het jubileum van Close Encounters, nog steeds een van Spielbergs meest geliefde films, is hier en daar aanleiding voor kopzorgen. Zou in de huidige, pessimistische tijd nog een film gemaakt kunnen worden over het eerste contact tussen aardbewoners en aliens, dat zo warm, naïef en vreedzaam verloopt als in de film, die Spielberg op zijn 28ste maakte?

In ieder geval niet door Spielberg zelf. Zijn wereldbeeld is al lang niet meer zo rooskleurig. En zijn geloof in het bestaan van ufo’s is hij ook al kwijtgeraakt. Spielberg noemde zichzelf destijds een ‘agnost’ als het ging om het bestaan van buitenaards leven. Maar dat was een ‘niet weten’ dat dicht in de buurt kwam van het ware geloof. Dat geeft aan zijn film een oprechtheid die niet valt te faken. Close Encounters bevat geen greintje cynisme.

Spielberg bekijkt de wereld, zeker in zijn vroege films, vaak door de ogen van een kind. In Close Encounters voert hij liefst drie personages op, die alle drie de wereld zien met kinderlijke verwondering, zo legde hij ooit uit: de zesjarige Barry (Cary Guffey), die wordt meegenomen door een vliegende schotel, de Franse ufo-wetenschapper Claude Lacombe (François Truffaut) en electricien Roy (Richard Dreyfuss), die na zijn ‘close encounter’ met buitenaards leven vrouw en kinderen achterlaat en gelukzalig instapt in het kolossale moederschip.

„Precies wat ik zelf ook gedaan zou hebben”, verklaarde Spielberg destijds, maar inmiddels heeft hij als ‘family man’ meer moeite met de monomane treken van zijn hoofdpersoon.

Dat kinderlijke perspectief betekent niet dat Close Encounters geen duisternis bevat. De keerzijde van Spielbergs affiniteit met kinderlijke naïviteit, is zijn grote inlevingsvermogen in kinderlijke angst en dreiging. Roys gekte, als hij gedreven door zijn visioenen aan het knutselen slaat, is behoorlijk verontrustend en echt angstaanjagend. In zijn twee latere hermontages van de film koos Spielberg ervoor om die sequenties in te korten.

Met Roy komt het helemaal goed, hij gaat op in de witte, gele en oranje lichtshow van de kosmische disco in de lucht. Maar Close Encounters laat ook zien – meer dan Spielberg achteraf lief was – hoe nogal wat kinderen er in die tijd bekaaid afkwamen – terwijl hun ouders opgingen in grote dromen en utopische vergezichten.