Recensie

Alleen Erik Bosgraaf laat Telemann gloeien

Componist Georg Philipp Telemann bedacht een winstgevend verdienmodel: hij schreef veel werken niet alleen voor kerk of podium, maar gaf ze zelf in feuilletonvorm uit. De populariteit van zijn tijdschrift maakte hem rijk; hij kon er de gokschulden van zijn vrouw mee aflossen.

Deze werkwijze om zijn kunst dienstbaar te maken aan de ‘amateur’ kostte hem wel de nodige plekken in de muziekgeschiedenis. De partituren blinken uit in eenvoud, sommige musici vinden zijn notenbeeld zelfs ronduit saai. Aan de andere kant biedt Telemann daardoor alle ruimte voor improvisatie. Het heilige vuur zit hem niet in wat er op papier staat - zoals bij tijdgenoten als Bach, Händel en Vivaldi - maar hangt af van de vertolker.

Dat bleek wel tijdens het Telemann-weekend van het Festival Oude Muziek. In een achttal concerten werd de 250ste sterfdag van de componist herdacht. Van de vier bezochte optredens voldeed alleen dat van de Nederlandse blokfluitist Erik Bosgraaf. Gambist Philippe Pierlot, violist Manfredo Kraemer en ensemble Il Caravaggio brachten wel het vakmanschap van Telemann voor het voetlicht, maar nergens lieten zij de noten echt gloeien. Verder dan het oor reikten hun uitvoeringen niet.

Maar Telemann bloeide als bloem op in de vingers en adem van blokfluitist Erik Bosgraaf, violist Dmitry Sinkovsky, cellist Balázs Máté en klaveciniste Alexandra Koreneva. Met hun verbeeldingskracht benutten zij de vrijheid die de partituur biedt. De muziek groeide uit tot theater, met dramatiek en humor. Blokfluit, met Bosgraaf soms vervaarlijk op één been balancerend, en viool daagden elkaar uit, verleidden elkaar, vreeën, twistten, grapten, dansten.