Voorzitter zijn van de PvdA – dat wil bijna niemand

PvdA-voorzitter

Drie mensen willen PvdA-voorzitter worden. Geen geweldige oogst, zeggen ingewijden. Maar het is dan ook „geen droombaan”.

PvdA-voorzitter Hans Spekman buiten bij het Beatrixtheater tijdens de politieke ledenraad van de Partij van de Arbeid. Spekman stapt op na de nederlaag bij de Tweede Kamerverkiezingen. Foto Robin Utrecht/ANP

Ze heeft „niet alles in haar mars” om een goede partijvoorzitter te worden, zegt oud-Kamerlid Astrid Oosenbrug. Dat geldt, zegt ze, ook voor haar mede-kandidaat Gerard Oosterwijk. ,,Maar samen hebben we alles.” Dus stelden ze zich deze zomer kandidaat als duo-voorzitters van de PvdA. „Ik ga ervan uit dat we gaan winnen.”

Tot deze maandag konden PvdA’ers zich melden die partijvoorzitter willen worden. De vereisten zijn niet gering. Hij of zij moet „een toegankelijke en gezaghebbende leider” zijn en een „toonbeeld van verbinding”, zo valt te lezen in de profielschets, alsmede een „inspirator en aanjager van maatschappelijke verandering en actie”.

Volgende week is de officiële presentatie van de kandidaten. Maar het partijbureau bevestigt dat zich verder niemand anders heeft gemeld dan de drie PvdA’ers die dat nu publiekelijk hebben gedaan: het duo Oosenbrug-Oosterwijk en de Zwolse wethouder Nelleke Vedelaar.

Lees ook onze reconstructie van de PvdA-lijsttrekkersverkiezing: ‘Doe het niet, Lodewijk, alsjeblieft

Al met al geen geweldige oogst, geven PvdA’ers achter de schermen toe. Oosenbrug was een weinig zichtbaar Kamerlid dat het in maart na één termijn voor gezien hield, Oosterwijk werkt op dit moment voor de PvdA in het Europees Parlement. Ze willen onder meer dat de partij beter gaat communiceren met de leden, door „goeie appgroepen” en – voor de digibeten onder de leden – „een betere telefooncentrale”. Vedelaar is sinds 2010 wethouder in Zwolle. Ze wil dat de PvdA weer „lokaal gaat kijken” en dat „de inspiratie weer van de mensen komt”.

Nadat Hans Spekman zijn vertrek als voorzitter had aangekondigd, was de hoop dat zich een zwaargewicht zou melden. De taak waarvoor de nieuwe voorzitter staat is enorm: samen met politiek leider Lodewijk Asscher de partij weer van de grond af aan opbouwen na de verpletterende nederlaag bij de Tweede Kamerverkiezingen (van 38 naar 9 zetels). Afdelingen in het land moed geven. Zorgen dat het weer een beetje gezellig en inspirerend wordt op partijbijeenkomsten.

Er is ook een hele urgente taak. Over minder dan acht maanden zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De PvdA dreigt daar opnieuw dramatisch te gaan verliezen – onder meer door de concurrentie in de grote steden van GroenLinks en Denk. De partijvoorzitter is bij de PvdA traditioneel de campagneleider. Het was dus een opsteker geweest als zich een kandidaat had gemeld met veel campagne-ervaring.

We moeten op die positie niet een soort tweede politiek leider hebben, maar iemand die de partij op orde houdt

Het liefst, zeggen ingewijden, had Asscher iemand als voorzitter gehad die hij goed kent. In bestuurderspartij PvdA lopen genoeg mensen rond die daarvoor in aanmerking komen, bijvoorbeeld onder de oud-bewindslieden die straks zonder werk zitten. Ook zijn er sinds maart nog zeker twintig oud-Kamerleden op zoek naar een baan.

Maar het draaide uit op een potje ‘bedanken voor de eer’. Bovenaan Asschers lijstje stond Carolien Gehrels, met wie hij in Amsterdam zes jaar samen wethouder was. Zij wilde niet. Campagnestrateeg Erik van Bruggen dacht er serieus over na, maar haakte af om gezondheidsredenen. Er werd eventjes gehoopt op het ervaren oud-Kamerlid Roos Vermeij, maar die vertrok naar een pensioenfonds. Keklik Yücel, een andere ex-parlementariër, overwoog naar eigen zeggen ook om zich te kandideren, maar deed het niet. Oud-Kamerleden Mei Li Vos en Loes Ypma werden beiden „van verschillende kanten” benaderd, maar hapten ook niet toe.

Ach, zeggen PvdA’ers vergoelijkend, misschien is het ook wel eens goed als de nieuwe voorzitter een wat minder prominent figuur is. Spekman trok wel erg veel aandacht naar zich toe, met uitspraken als „nivelleren is een feest”.

„We moeten op die positie niet een soort tweede politiek leider hebben, maar iemand die de partij op orde houdt”, zegt Tweede Kamerlid Gijs van Dijk, die zich vanuit de fractie veel met de vereniging bezighoudt. Hij verwijst naar het CDA, waar voorzitter Ruth Peetoom in de luwte opereert. „Daar loopt het gesmeerd.”

Toch moet ook Van Dijk toegeven: het PvdA-voorzitterschap is een post die weinigen ambiëren. Met gevoel voor understatement: „Na het vertrek van Hans zal niet iedereen het als droombaan zien.”