‘VN-militairen zijn niet langer alleen maar een buffer’

De VN zijn Nederland dankbaar voor de inzet bij hun missies. Die is een voorbeeld voor de toekomst, vindt topfunctionaris Jean-Pierre Lacroix.

„Nederland is een echte vriend van de Verenigde Naties”, zegt de topman van de volkerenorganisatie. Jean-Pierre Lacroix heeft de toezegging op zak. Er werd al op gerekend bij de VN, maar het is altijd goed als het nog eens wordt bevestigd: Nederland neemt binnenkort een besluit over een bijdrage in 2018 aan de VN-vredesmissie Minusma in het Afrikaanse Mali, waaraan nu een kleine 300 Nederlandse militairen meedoen.

Minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) heeft dit vrijdag gezegd tegen Lacroix, ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties belast met vredesoperaties. De Fransman was een dag op bezoek in Den Haag.

In de nieuwe huisvesting van het ministerie van Buitenlandse Zaken zetten Lacroix en Koenders in een kort vraaggesprek uiteen welke rol de ‘blauwhelmen’ van de VN kunnen spelen. De tijd dat VN-militairen als een menselijke buffer tussen strijdende partijen stonden, is voorbij. Er is sprake van „een nieuwe dimensie” zegt Lacroix.

Lees ook het nieuwsbericht: Opnieuw Nederlandse F-16’s naar Irak

Het gaat tegenwoordig niet meer alleen om conflicten tussen landen, maar ook om groeperingen die zich bedienen van asymmetrische en daarom veel minder overzichtelijke oorlogsvoering. Dat betekent dat VN-militairen niet kunnen afwachten maar actief op zoek moeten naar mogelijke aanvallers. Niet alleen voor de bevolking die zij moeten beschermen, maar ook voor zichzelf.

Lacroix: „De mandaten voor VN-missies zijn robuuster geworden. We moeten een veel betere informatiepositie hebben en flexibeler kunnen reageren. Verkenners die fungeren als ogen en oren zijn cruciaal. Daarom zijn we ook zo blij met de Nederlandse bijdrage in Mali, die zich hierop richt. Zij zijn niet alleen belangrijk voor ons werk in het land zelf, maar ook een voorbeeld voor toekomstige missies.”

Het kabinet zal de Tweede Kamer binnenkort naar verwachting informeren dat de Nederlandse militairen in Mali dezelfde opdracht houden: in hoofdzaak het verzamelen van inlichtingen over de bewegingen van opstandelingen. „Dit is echt van het grootste belang om de belangrijkste taak, het beschermen van burgers, uit te kunnen voeren”, benadrukt minister Koenders. „Maar het is wel iets nieuws. Eerder kon het woord intelligence bij VN-vredesoperaties niet worden genoemd. Want het raakt de soevereiniteit van landen.”

‘Mali’ is een gevaarlijke missie.

Lacroix: „Het is één van de landen waar we in een gevaarlijke omgeving werken, niet het enige. Het is de verantwoordelijkheid van de VN en de landen die troepen leveren om die gevaren zo veel mogelijk tegen te gaan. Dat zal vooral moeten komen van politieke inspanningen. De rol van Minusma in Mali is belangrijk, maar uiteindelijk gaat het om de politieke oplossing.”

Koenders: „Het gaat ook om de houdbaarheid van vredesoperaties. Het is van belang dat landen niet te vroeg vertrekken maar tevens dat er duidelijke afspraken zijn over aflossing. Hierbij ligt er een rol voor Afrikaanse landen, maar ook voor Europa. Wij zitten nu in Mali met negenhonderd Duitse militairen. Het zou goed zijn als ook andere Europese lidstaten zich melden. Want het belang voor Europa is dat Mali een stabiel gebied wordt om te voorkomen dat nieuwe migratiestromen ontstaan.”

De VN-vredestroepen in Afrika hebben een slecht imago. Zie de verhalen over seksueel misbruik door blauwhelmen in de Centraal-Afrikaanse republiek. Wat gaat u daaraan doen?

Lacroix: „Wat daar is gebeurd, is schokkend en onacceptabel. Vooral ook omdat vredeshandhavers, die burgers moesten beschermen, zich hieraan schuldig hebben gemaakt. Dit in de toekomst voorkomen is een topprioriteit van de secretaris-generaal van de VN [de Portugees António Guterres]. De verantwoordelijken hiervoor hebben strenge straffen gekregen. Als een land niet afdoende reageert, wordt het uit de missie verwijderd.”

Beïnvloeden dit soort gebeurtenissen het debat over het nut van VN-missies?

Koenders: „Politici worden hier terecht op aangesproken. De wereld is klaar met de verhalen over misbruik. Ik heb er als hoofd van een VN-missie ook mee te maken gekregen. Blauwhelmen moeten door de bevolking gezien kunnen worden als een teken van hoop en niet als een risico voor jonge meisjes.”

Houdt u er rekening mee dat de VN ook vredestroepen naar Syrië gaan sturen?

Lacroix: „De rol van de VN in Syrië ligt nu op het humanitaire vlak en bij het zoeken naar een politieke oplossing. Of er ook vredeshandhavers naartoe moeten, is aan de lidstaten. Die zullen moeten kijken naar de toegevoegde waarde van zo’n missie. Maar we zijn nog niet in het stadium dat dit zou moeten worden overwogen.

Koenders: „Wat nu in Syrië gebeurt, is een schande voor de internationale gemeenschap. De VN kan dit niet kwalijk worden genomen want die zijn afhankelijk van de overeenstemming in de Veiligheidsraad en die is er niet. Maar aan het eind zal iedereen toch weer bij de VN eindigen, want die zijn het afvalputje van de wereld. Vaak te laat, maar het moment zal komen.”