‘Universiteiten groeien ongericht’

Rathenau Instituut

Universiteiten worden geprikkeld groter te worden, maar hun budget slinkt. De technische universiteiten staan onder grote druk.

Olympisch zwemmer Kyle Stolk racete vorig jaar tegen het TU Delft-studententeam Wasub, een zelf ontworpen en gebouwde onderzeeër. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het is een van de grote dilemma’s voor universiteiten in de komende jaren: blijven ze eindeloos doorgroeien of niet?

Universiteiten worden namelijk betaald op basis van hun aantallen studenten en diploma’s. Maar terwijl ze steeds meer diploma’s uitreiken, krijgen ze steeds minder geld per diploma en groeit hun budget voor onderwijs nauwelijks. Dat blijkt uit een analyse van het onafhankelijke Rathenau Instituut in Den Haag die deze maandag bij de opening van het academische jaar verschijnt.

Van 2009 tot 2016 studeerden aan dertien Nederlandse universiteiten gemiddeld 33 procent meer bachelors en 29 procent meer masters af dan in dezelfde periode daarvoor, terwijl de rijksbijdrage daarvoor met slechts 3 procent reëel steeg (13 procent nominaal). Met de collegegelden en vaste onderzoeksbijdragen van het ministerie (eerste geldstroom) erbij was de reële inkomstenstijging 7 procent.

Universiteiten krijgen wel meer geld voor opdrachtonderzoek uit de tweede geldstroom van bijvoorbeeld de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Maar meestal moeten die subsidies worden aangevuld uit de vaste overheidsbijdrage, waardoor het budget wordt uitgehold. Vooral bij de technische universiteiten groeit de kloof tussen de stagnerende inkomsten en het aantal diploma’s hard.

De groei van het aantal diploma’s zit vooral in het aantal buitenlandse studenten dat in de bestudeerde periode verdubbelde. Driekwart van die buitenlandse studenten komt uit de EU en omgeving. Voor hen moet de rijksoverheid evenveel geld bijleggen als voor Nederlandse studenten. Een kwart van de buitenlandse studenten, Chinese en Amerikaanse bijvoorbeeld, moet de volledige kosten van de studie zelf betalen.

Chinese studenten

Toch vraagt directeur Melanie Peters van het Rathenau Instituut zich af of daarmee alle kosten voor deze buitenlandse groep studenten gedekt zijn: „Denk maar aan het begeleiden van een essay voor een Chinese student. Er is geen enkel bewijs voor dat je financieel binnenloopt met Chinese studenten.”

Volgens Peters is de groei van universiteiten ongericht: „We kwamen uit een tijd van emancipatie. We wilden dat zo veel mogelijk kinderen met talent een opleiding konden volgen. En we willen ook dat studenten naar het buitenland gaan en tegelijkertijd voldoende talent naar Nederland halen. We hebben bijvoorbeeld specialisten voor digitalisering of cybersecurity nodig. Willen we die ook écht hebben of zijn we alleen maar bezig met het opleiden van zo groot mogelijke aantallen?”

Zijn we alleen maar bezig met het opleiden van zo groot mogelijke aantallen?

De universiteiten verschillen in de mate van studentenwerving. Aan de ene kant is er bijvoorbeeld de Universiteit Utrecht, waar het aantal diploma’s meer gelijke tred houdt met het budget. Met zijn centrale ligging is Utrecht altijd verzekerd van aanwas, zodat de universiteit minder actief hoeft te werven dan bijvoorbeeld die in Groningen. Aan de andere kant is er bijvoorbeeld de Universiteit Maastricht, met een enorme groei van diploma’s en in meerderheid buitenlandse, vaak Duitse studenten.

Een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs bestrijdt de cijfers van Rathenau. De rijksbijdrage voor universiteiten groeit in de toekomst meer dan het onderzoeksinstituut suggereert, zegt hij. Volgens de Vereniging van Universiteiten (VSNU) ontvangen universiteiten in de toekomst 265 miljoen per jaar extra, dankzij de besparingen door de gedeeltelijke afschaffing van de studiebeurzen (leenstelsel). Het jaarlijkse budget voor wetenschappelijk onderwijs is ruim 4 miljard euro, waarvan ongeveer de helft voor onderwijs.

Studentenstops

Bij de vier technische universiteiten (in Delft, Eindhoven, Twente en Wageningen) staat grote spanning op het budget. Voor twaalf technische opleidingen worden er voor het studiejaar 2018-’19 studentenstops ingesteld, terwijl er juist een tekort aan technici is. „Wij onderschrijven wat Rathenau zegt”, zegt Jan Mengelers, voorzitter van het college van bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven.

Technische opleidingen zijn populair, omdat die veel kans bieden op een baan. In zeven jaar is de instroom in Eindhoven gegroeid van 1.100 naar 2.300. Daar zijn driehonderd buitenlandse studenten bij. Driekwart van die buitenlandse studenten blijven uiteindelijk werken bij de vele technische bedrijven in de regio.

Rector magnificus Frank Baaijens van de TU in Eindhoven zegt dat de werkdruk van de staf enorm is, met vaak werkweken van vijftig tot zestig uur. Bij gebrek aan onderwijsruimte moeten er avondcolleges worden gegeven. „Er is geen geld om nieuwe gebouwen neer te zetten”, zegt hij. Aan niet alle studies is evenveel behoefte, vindt hij. „Bij veel sectoren, van geneeskunde tot en met sociale wetenschappen is de vraag naar afgestudeerden gelijk aan het aanbod. Bij technische studies is de vraag twee keer zo groot als het aanbod.”