Column

Stront aan de knikker

Dat was even schrikken. Opeens leek ik het Centraal Justitieel Incassobureau op mijn dak te krijgen. Ik moest vóór 31 augustus 540,91 euro betalen. Lukte me dat niet, dan zou mijn bank de opdracht krijgen om mijn betaalrekening te blokkeren „tot het volledige bedrag is voldaan”.

Stront aan de knikker, dacht ik, ook omdat ik het jammer vind dat deze gezonde Nederlandse uitdrukking steeds meer moet wijken voor het Amerikaanse ‘shit happens’. Ik maande mezelf tot rust en begon de bijbehorende brief te lezen, die onder het briefhoofd van het Ministerie van Veiligheid en Justitie mij was toegemaild.

„Geachte heer/mevrouw, U heeft van ons onlangs een beschikking en twee aanmaningen ontvangen met betrekking tot het overtreden van een verkeersvoorschrift. Wij hebben meerdere malen per brief verzocht om deze betaling alsnog te verichten (sic). Het verschuldigde openstaand bedrag is tot heden niet bijgeschreven op de rekening van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Daarom heeft CJIB uw particulieren (sic) bank in opdracht gesteld (sic) uw betaalrekening te blokkeren met ingang van 31 augustus 2017.”

Daaronder volgde een overzicht van mijn schanddaden. Ik had op 31 december 2016 ergens (er stond niet bij wáár) 115 km per uur gereden waar maar 100 km was toegestaan. Dat kostte me een boete van 534,91 euro plus 6 euro administratiekosten: maakt 540,91 euro. Dat was, toegegeven, goed opgeteld, maar toch voelde ik een warme golf van geruststelling naar mijn hoofd stijgen.

Dat was al begonnen bij de taal- en tikfauten (sicje) in de brief, maar bij kennisneming van de gruwelijke feiten wist ik het zeker: hier deugde geen zak (‘fuck’) van. Sinds ik in Amsterdam woon, nu twintig jaar, bezit ik geen auto meer en rijden in andermans auto doe ik evenmin, ook al heb ik nog wel een rijbewijs.

Ik had geen advocaat van het kaliber Spong of Knoops nodig om me tegen deze beschuldiging teweer te stellen, leek me. Ook al probeerde de briefschrijver(s) me wel bang te maken met de mededeling: „Niet eens met de beslissing? Dan kunt u na de betaling hiertegen schriftelijk beroep instellen bij de kantonrechter.”

Trouwens, wie kon die briefschrijver wezen? Even overwoog ik nog de mogelijkheid dat ze zich bij het CJIB in Leeuwarden hadden vergist in de naam, maar dat was een naïeve gedachte. Als je even ‘fraude CJIB’ googelt, krijg je meteen deze mededeling van het CJIB: „Hebt u een mail ontvangen waarin staat dat u een boete moet betalen? Dan is dit altijd een nepmail van oplichters, die zo aan uw geld proberen te komen. Wij mailen nooit een boete of aanmaning. Klik niet op de links in de verdachte mail en open geen bijlage(n).”

Wat mij zo teleurstelt in zulke oplichters is het gebrek aan niveau. Als ik toch moet worden opgelicht, dan graag door een briljante professional, niet iemand die nog te beroerd is om een foutloze brief op te stellen en na te kijken of ik eigenlijk wel een auto heb. Oplichters van Nederland! Stel een beroepscode op en schrap de beunhazen.

Ten slotte: deze rubriek verschijnt voortaan driemaal per week: op maandag, woensdag en vrijdag. Staat er op de andere dagen toch een column van Frits Abrahams in de krant, dan is dat een nepcolumn.