Shahnour Aznavourian en de elastische tijd

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: een liefdadige lunch voor Armenië.

Een van ’s werelds bekendste Armeniërs is zo Frans als stokbrood en brie. Vandaag is Charles Aznavour weer even Shahnour Aznavourian, thuis in de Armeense diaspora van New York.

We zijn gekomen voor een lunch met hem op de 31ste verdieping van een wolkenkrabber in Manhattan. Als we uit de lift stappen worden we begroet door de twee Armeense aartsbisschoppen, indrukwekkende mannen in zwarte habijten met grote gouden medailles om hun nek met iconen van Jezus en Maria. De bijeenkomst wordt geopend door Vartan Gregorian, zelf ooit gevlucht uit Tabriz, nu president van de Carnegie Corporation. Hij verbaast zich erover dat iedereen op tijd is. „Voor Armeniërs is tijd elastisch.”

Na de volkerenmoord op de Armeniërs (1915-’17), die Turkije tot op de dag van vandaag ontkent, vluchtten vele naar Amerika. In New York woonden ze in de wijk die destijds Little Armenia heette. Het werd een ontmoetingsplaats voor mensen die elkaar kwijt waren geraakt tijdens de dodenmarsen.

Aznavour heeft de banden met zijn wortels altijd warm gehouden. Na de aardbeving in 1988 richtte hij de liefdadigheidsinstelling Aznavour for Armenia op. Er is een plein naar hem vernoemd en hij is gekozen tot Nationale Held.

Zijn filantropisch werk heeft grote invloed op het land gehad. Tijdens de lunch vertelt een jonge vrouw over de twee uur stroom per dag die ze dankzij hem kreeg na de grote aardbeving. De overgang die dat betekende voor haar gezin, de hele gemeenschap. Ze herinnert ze zich hoe haar moeder het klaar speelde in die korte tijd het huishouden, van koken tot wassen, in orde te maken.

Vandaag is hij hier om aandacht en geld te vragen voor het Aznavour-museum in Armenië, dat de trots van het land moet bevestigen door inspiratie te geven voor kunst en muziek.

Aznavour, frêle maar sterk, beklimt kwiek het podium. Niets wijst erop dat hij 93 is. Rap wisselt hij, soms in een zin, van Frans naar Engels naar Armeens. Op de achtergrond klinken de bekende klanken uit mijn jeugd. La mama, La bohème.

Hoe hij zichzelf in een woord samenvat? vraagt iemand in de zaal. „Liefde”, zegt hij. Liefde voor zijn gezin, met een knik naar zijn jonge zoon Nicholas naast hem die het project begeleidt, voor de wereld, voor de mensheid. Hij wil geven, teruggeven, en niet alleen zijn muziek. „Een man zonder wortels is geen man”, zegt hij.

„Ik ben er trots op dat de Armeniërs de meest geïntegreerde minderheid zijn in Frankrijk. We hebben de wereld veel gegeven, maar we geven niets aan onszelf. Dat moet veranderen.” Op de achtergrond klinkt het lied Pour toi Arménie: „De wereld is met je, met je vergeten volk.”

Aan het eind mag ik met hem op de foto. Hij kijkt me aan met glimoogjes. „Welke taal moet ik tegen je spreken?”, vraagt hij.

„Nederlands”, grap ik.

„Ah, Nederland”, zegt hij. „Daar kom ik vaak en graag. Binnenkort weer, voor een concert. Iedereen zegt altijd dat het wel mijn laatste zal zijn, maar ik heb geen idee waarom. Waarom zou ik in hemelsnaam stoppen?”

Dus toch. Elastische tijd.

Reacties naar pdejong@ias.edu