Column

Robbens ereronde

Dat was een lekker ererondje van Arjen Robben over het lege veld. Of ererondje, misschien was het eerder een dankrondje of zelfs een schaamrondje. Aanvoerder Robben vond het in ieder geval normaal om het publiek te bedanken. Hij was de enige. De rest van het Nederlands voetbalelftal was al naar de kleedkamer waar cameraman Ruud Gullit klaarstond voor zijn eigen feestfilmpje.

Fantastic game!’ riep de assistent-bondscoach naar het oog van zijn mobieltje.

Nou, zo fantastisch was de wedstrijd tegen Bulgarije niet geweest. Voorzichtig schuifelende verdedigers, een middenveld zonder initiatief, zoekende aanvallers. Nederland was een onzeker elftal dat niet leek te weten dat elders in Europa concurrent Zweden lekker aan zijn doelsaldo werkte.

Robben klapte zijn handen stuk terwijl hij langs de tribunes liep. Vreemd idee dat hij ook applaudisseerde voor Danny Blind, de falende bondscoach die ook in het stadion aanwezig was. Zou Blind zijn duim opgestoken hebben?

Op het terrein achter het doel zat een vrouw in een groene regenjas in haar rolstoel. Robben sprong over de reclameborden, trok zijn wedstrijdshirt uit en gaf het aan haar. De vrouw wist niet wat haar overkwam en deed pas haar vuist omhoog toen de aanvoerder alweer naar het veld sjokte.

Met dat gebaar maakte Robben in zijn eentje duidelijk waar profvoetbal, en zeker spelen in het nationale elftal – uiteindelijk om draait: het is een spel waar je als speler zelf veel plezier aan mag beleven en miljoenen verdienen is je gegund, maar je doet het voor het publiek. Voetbal is vermaak, professioneel vermaak.

„Die mensen zijn toch maar weer gekomen. Ik voelde me lullig, het is geen ereronde van mij alleen. Ik zal het er straks binnen met de jongens over hebben, al doen ze dit niet bewust”, zei Robben.

Lees ook: Oranje wint met 3-1 van Bulgarije, WK nauwelijks dichterbij

Hij mag dan aan het einde van zijn carrière zijn beland, Robben heeft nog altijd het heilige vuur. Voor, tijdens en na de wedstrijd. En hij is kritischer op het vertoonde spel dan bondscoach Advocaat en zijn assistent. Hij noemde het elftal ‘apathisch’ en zei met stemverheffing: „Je moet goals maken, je wilt goals maken. Nog een. En nog een!”

Hij bekende lichamelijk eigenlijk nog niet in orde te zijn na veelvuldig blessureleed – „ik ben helemaal leeg, op” – maar toch; hier stond een jongeman met vuur in het kapot gespeelde lijf.

In de catacomben begon het hemeltergende gegoochel met cijfertjes. Wat als Zweden een punt verspeelde, wat als Nederland nou eens flink uit zijn slof schoot? Een hard feit is dat Zweden in doelsaldo zes goals voorligt. Arjen Robben ging daarom niet mee in de euforie van ‘het-kan-nog-altijd’.

„Sommige dingen heb je niet meer in eigen hand”, zei hij en liep naar de kleedkamer waar Ruud Gullit zijn ‘fantastic’ filmpje net de wereld in had gezonden.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.