Rio ontdekt zijn slavernijverleden

Brazilië

Met het blootleggen van de haven die eeuwenlang een spil was in de slavenhandel, herontdekt Brazilië zijn Afrikaanse wortels.

Brazilianen doen capoeira-oefeningen bij de voormalige slavenwerf. Deze door plantageslaven ontwikkelde vecht-verdedigingsdans is tegenwoordig het bekendste Braziliaans culturele exportproduct. Foto AFP

Het was bij toeval dat arbeiders zes jaar geleden tijdens graafwerkzaamheden in het oude havengebied in Rio de Janeiro op een verzameling oude stenen stuitten. Archeologen werden erbij gehaald en na onderzoek concludeerden ze dat het de resten moesten zijn van wat ooit de grootste slavenhaven van Noord- en Zuid-Amerika was: Cais do Valongo, de werf van Valongo.

De slavenwerf en aangrenzende slavenmarkt werden gebouwd in 1779 en tot 1831 werden hier naar schatting bijna een miljoen geketende Afrikanen aangevoerd en verhandeld. Na een maandenlange, mensonterende zeereis werden ze te werk gesteld op koffie- en suikerplantages en in de goudmijnen. Nadat de slavenhandel uit het centrum van Rio hiernaartoe was verplaatst, kon Cais do Valongo blijven doorgroeien. Ver buiten het zicht van de elite, die klaagde vanwege overlast.

„Het gebied werd vroeger – en nu nog – Klein Afrika genoemd. Er was een bloeiende handel, volledig gericht op de slavenhandel”, vertelt historicus Cláudio Honorato terwijl hij naar de opgestapelde, schoongemaakte stenen tuurt waarin de contouren van de oude haven duidelijk te herkennen zijn. Stinkende bussen en auto’s razen rond de historische plek, die door stadsvernieuwing nu pal aan een doorgaande weg ligt. „In de pakhuizen die je daar verderop nog ziet”, wijst hij, „werden pas aangekomen Afrikanen ondergebracht om aan te sterken zodat ze meer geld opleverden op de slavenmarkt. ‘Casas de Engorda’ [vetmesthuizen, red.] werden ze genoemd.”

Recentelijk maakte Unesco bekend dat de resten van Cais do Valongo op de Werelderfgoedlijst geplaatst worden. Volgens de VN-organisatie moet de historische slavenkade dezelfde status krijgen als Hiroshima en Auschwitz. „Zodat we ons aspecten van de menselijke geschiedenis herinneren die niet vergeten mogen worden”, schreef Unesco in de toekenning.

De na opgravingen blootgelegde resten van de voormalige slavenwerf Cais do Valongo, in Rio de Janeiro. Foto EPA

Aan de vergetelheid onttrokken

De slavenwerf was volledig in de vergetelheid geraakt, nadat in 1843 de toenmalige keizer Dom Pedro II er een kade overheen liet bouwen om zijn verloofde Theresia van Bourbon-Sicilië, die vanuit Portugal per schip aankwam, te ontvangen. In Braziliaanse geschiedenisboeken heet de plek dan ook de Keizerinkade. Over de slavenhaven werd vóór de herontdekking in 2011 nauwelijks met een woord gerept. „Wij, historici en antropologen, wisten wel dat hier ergens de oude Cais do Valongo moest liggen, maar Brazilië verdoezelt zijn slavernijgeschiedenis graag. Het is alsof onze Afrikaanse voorouders wilden dat we deze plek, waar zo veel geleden is, uit de vergetelheid zouden halen. Nu het op de Werelderfgoedlijst staat, krijgt het eindelijk de plaats die het verdient in onze geschiedenis”, zegt historicus Honorato.

Rond de historische kade zijn afbeeldingen geplaatst waarop te zien is hoe het er hier vroeger uitzag. Met kleine bootjes werden de Afrikaanse slaven vanaf grote zeilschepen naar de kade gevoerd. Daar stonden Portugese handelaren met hoge hoeden hen op te wachten, ondergingen ze een medisch onderzoek en werden ze in afwachting van de verkoop, naar de pakhuizen gebracht. De Engelse schrijfster Maria Graham (1785-1842) bezocht de plek in 1823 en schrijft er over in haar dagboek: „Bijna alle huizen in de omgeving zijn depots voor slaven. Op sommige plekken liggen deze arme schepselen op de vloer, veel te zwak om op te zitten. Er komen constant schepen binnenvaren in de haven vanuit Afrika. Wat hier gebeurt, is massa-import”, schrijft ze.

Rodrigo Braz Vieira organiseert speciale ‘Afrikaanse erfenis’-tours in het gebied, volledig gericht op de zwarte diaspora in Rio de Janeiro. Met toeristen loopt hij vanaf Cais do Valongo, langs de oude slavenmarkt en de voormalige slavendepots, in de richting van de plek waar ooit de Cemitério dos Pretos Novos was, de begraafplaats voor ‘Nieuwe Zwarten’. Hier werden de pas aangekomen tot slaaf gemaakte Afrikanen begraven, die kort na de afmattende overtocht veelal door uitputting en ziektes overleden.

Volgens archeologen zijn hier minstens 20.000 tot 30.000 Afrikanen, in de leeftijd van 18 tot 25 jaar, feitelijk in een enorm massagraf gedumpt.

Volgens archeologen zijn hier minstens 20.000 tot 30.000 Afrikanen, in de leeftijd van 18 tot 25 jaar, feitelijk in een enorm massagraf gedumpt. In de loop der jaren is er een complete wijk op deze plek gebouwd en in 1996 ontdekte bewoonster Mercedes Guimarães, per toeval botten, schedels en beenderen in haar kelder toen ze haar huis wilde verbouwen. Na de vondst stelde Guimarães haar huis beschikbaar aan onderzoekers en geïnteresseerden. „Ik kom hier vaak met Afro-Amerikanen die enorm geïnteresseerd zijn in de Braziliaanse zwarte geschiedenis. Zelf hebben de Brazilianen een hele moeizame, bijna schizofrene relatie met hun eigen Afrikaanse, zwarte wortels”, zegt touroperator Braz Vieira terwijl hij zich buigt over de meest recente ontdekking: een nog volledig intact skelet van een jonge Afrikaanse van rond de 20 jaar.

„Aan de ene kant zijn we als Brazilianen trots op onze Afrikaanse erfenis, bijvoorbeeld in de samba. En capoeira, een door plantageslaven ontwikkelde vecht- en verdedigingsdans, zou je ons belangrijkste culturele exportproduct kunnen noemen, want overal ter wereld wordt er les in gegeven. Met oud en nieuw vereren we met miljoenen landgenoten, van wit tot zwart en alle kleurschakeringen daartussenin, de belangrijkste Afro-Braziliaanse godin Iemanjá”, vertelt de gids.

Toch lijkt Brazilië daarmee, volgens hem, slechts op de oppervlakte een ideale culturele smeltkroes. „Kijk je goed naar deze samenleving dan zie je dat ‘wit’ (lees: Portugees of Europees) nog steeds de maatstaf en dominant is, terwijl ruim de helft van onze bevolking zwart of gekleurd is. In het bedrijfsleven of in de politiek ziet 95 procent er Europees uit, ook op televisie bijvoorbeeld in de immens populaire telenovelas [soaps, red.]. Zwarte of gekleurde Brazilianen zijn nauwelijks te zien of alleen in stereotype rollen als sloppenwijkbewoner, dief of prostituee”, zegt Braz Vieira. „Weet je dat ik nog nooit in mijn leven een zwarte of gekleurde arts of tandarts heb gezien in Brazilië?”, zegt hij ineens verbaasd.

Historische prent toont de koloniale blik op slavernij in Brazilië. Beeld iStock

Mythe van één ‘Braziliaans ras’

Racisme zit diepgeworteld maar is ook verscholen. Brazilië ziet zichzelf, met zijn uiterst gemengde bevolking, vaak als een ‘raciale democratie’. Dit is een term uit de jaren dertig van de vorige eeuw, geïntroduceerd door antropoloog Gilberto Freyre (1900-1987), die Brazilië beschrijft als de ideale mengelmoes van nazaten van indianen, Afrikanen en Europeanen die in harmonie het ‘Braziliaanse ras’ vormen. Raciale spanningen, apartheid of segregatie zoals in de Verenigde Staten of Zuid-Afrika zijn er hier nooit geweest en Brazilië gelooft graag in de raciale mythe dat iedereen gemengd en gelijk is. „Maar de realiteit is heel anders”, zegt Rodrigo Braz Vieira, die zelf indiaanse, Europese en Afrikaanse voorouders heeft. „Toen ik jonger was moest ik niet veel hebben van mijn Afrikaanse roots, wel was ik trots op mijn Europese en indiaanse wortels. Ik wilde af van mijn bos krullen en knipte mijn haar zo kort mogelijk, zodat het er heel steil uit zag”, zegt hij. „Pas later, toen ik ging reizen, werd ik me bewuster. ‘Wat ben jij lekker bruin en wat heb je een mooie krullen’, zeiden vrouwen in Europa tegen me. Zo had ik mezelf nooit gezien want in Brazilië was dat niet het gangbare schoonheidsideaal”, zegt hij lachend. Tegenwoordig knipt Braz Vieira zijn haar niet meer af, maar laat hij zijn volle bos krullen staan.

Soms kan de juiste kleurschakering zeer bepalend zijn voor wat je kunt bereiken in Brazilië, ontdekte Nayara Justino in 2013. De zwarte sambadanseres en actrice deed mee met een wedstrijd voor de jaarlijkse verkiezingen van ‘Globeleza’, de Miss Samba van Globo, de grootste televisiezender van Brazilië. „Het zijn meestal lichtgekleurde meisjes die winnen, maar ik jaag mijn dromen na en heb me dus opgegeven”, vertelde Nayara in een filmpje voor de website van de Britse krant The Guardian. Toen ze de verkiezingen won, was er alom blijdschap en vooral hoop. Zou Brazilië eindelijk aan het veranderen zijn, nu ook een zwart meisje met kroeshaar deze titel kon winnen?

Maar zodra het spotje van Nayara op de televisie verscheen, stroomden de haatmails binnen. „Mensen scholden me uit voor ‘aap’, en iemand schreef: een vrouw met zo’n huidskleur hoort in de keuken thuis of is schoonmaakster. Veel negatieve reacties kwamen juist van gekleurde Brazilianen, een paar tinten lichter dan ik ben. Dat kwetste me nog het meest”, vezucht Nayara in het interview.

Zonder uitleg haalde Globo na alle commotie haar spotje van de zender. Een paar dagen later verscheen er een nieuwe Globaleza op televisie: een lichtbruin meisje met lange loshangende krullen.

Lees ook over Salvador: de stad van capoeira en het Braziliaanse slavernijverleden

Geen tweede Haïti

Het ‘opwitten’ van de Braziliaanse samenleving, in het Portugees ‘branqueamento’ genoemd, is een verschijnsel dat verankerd zit in de Braziliaanse samenleving. Na de afschaffing van de slavernij in 1888, leefde de angst dat Brazilië met zoveel nazaten van Afrikanen en een minderheid aan Portugese kolonisten, een te zwart land zou worden. Haïti, waar na een opstand, slaven de macht hadden gegrepen en de Fransen het land ontvluchtten of vermoord werden, was het schrikbeeld van de Portugese elite. De overheid begon in de late 19de en begin 20ste eeuw, op grote schaal Europese migranten onder meer uit Portugal, Spanje, Italie, Frankrijk en ook Nederland naar Brazilië te lokken met fondsen en stukken grond. Historicus Honorato: „De overheid hoopte dat deze nieuwe Europese migranten zouden zorgen voor de noodzakelijke bevolkingsgroei en zich zouden mengen met de zwarte bevolking zodat de bevolking lichter van kleur zou worden. Voor een deel is onze gemengde bevolking te herleiden tot een puur racistisch nationaal beleid, kun je zeggen.”

Rond Cais do Valongo is het dezer dagen een drukte van belang. Sinds Unesco de oude haven tot werelderfgoed heeft uitgeroepen trekken veel Brazilianen en ook toeristen ernaartoe. In de weekenden komen leden van de plaatselijke Afro-Braziliaanse candomblégroepen er samen voor hun rituelen. Vrouwen en mannen in blauw-witte gewaden dansen op eeuwenoude Afrikaanse-Braziliaanse ritmes. Om hen heen beweegt een publiek van alle kleuren en leeftijden mee. Verderop, rondom de plek waar ooit de oude slavenhaven lag, geeft historicus Cláudio Honorato bevlogen uitleg aan belangstellenden.

Nu Cais do Valongo op de Werelderfgoedlijst staat, hoopt hij dat Brazillianen trotser worden op hun Afrikaanse erfenis en dat dit bijdraagt aan een meer gelijkwaardige afspiegeling in de maatschappij. „Dat is hard nodig, maar ik heb hoop. Kijk, toen ik studeerde was ik ongeveer de enige zwarte student op de universiteit”, zegt hij. „Nu zijn er speciale ‘quota’ om meer zwarte studenten op universiteiten te krijgen. Er komt uiteindelijk een generatie zwarte en gekleurde hoger opgeleide Brazilianen aan. Hopelijk vinden ze goede banen, krijgen ze kansen en eisen ze hun plek op. Want de onzichtbaarheid van de zwarte en gekleurde Braziliaan in deze samenleving, in de politiek en media, moet drastisch veranderen.”