Opnieuw Nederlandse F-16’s naar Irak

Internationale veiligheid

Nederland moet zijn missies in het buitenland voortzetten, vindt het kabinet. Als F-16’s weer gaan jagen op IS-strijders, komt er een grote missie bij.

Nederlandse militair traint Koerdische Peshmerga-strijder. De cursisten volgen de infanteriecursus en leren hoe ze terreurorganisatie IS op de grond kunnen bevechten. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

De Nederlandse militaire aanwezigheid in het buitenland zal volgend jaar naar verwachting worden verlengd. „De internationale veiligheidssituatie vereist dat Nederland ook in 2018 verantwoordelijkheid neemt en actief bijdragen levert aan de internationale militaire inspanningen om instabiliteit het hoofd te bieden”, schrijft het kabinet deze maandag in een brief aan de Tweede Kamer.

Met bijna driehonderd militairen is de vredesmissie in Mali in omvang de grootste bijdrage van Nederland. Wanneer er, zoals het kabinet overweegt, opnieuw F-16-gevechtsvliegtuigen naar Irak gaan om boven dat land en Syrië op jacht te gaan naar strijders van Islamitische Staat, kan dat een nieuwe, grote missie worden.

Verder wil Nederland op beperkte schaal de veiligheidsdiensten in Afghanistan blijven trainen. Dichter bij huis zullen militairen vanuit Litouwen hun bijdrage blijven leveren aan de multinationale battle group om de Baltische staten te beschermen tegen dreiging uit Rusland. Ten slotte zal de Nederlandse marine blijven meedoen aan antipiraterijmissies voor de kust van Somalië. De concrete bijdragen worden in de brief aan de Tweede Kamer nog niet gespecificeerd. Dat gebeurt zeer binnenkort in aparte ‘artikel-100-brieven’.

Over het graf heen regeren

Het demissionaire kabinet heeft niet willen wachten tot er een nieuw kabinet zit. „Het was een serieus dilemma”, zegt demissionair minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) daarover. „Maar op het terrein van de buitenlandse en veiligheidspolitiek liggen er serieuze uitdagingen en we moeten regeren. Daarnaast moeten we duidelijkheid geven aan onze partners maar ook aan onze eigen militairen en politiemensen die zijn uitgezonden.”

Het kabinet kan zich deze vorm van ‘over het graf heen regeren’ veroorloven omdat de militaire missies die het wil voortzetten ook bij de waarschijnlijke aanstaande coalitie weinig omstreden zijn: VVD, CDA, D66 en ChristenUnie steunden de missies in het verleden allemaal.

Het besluit moet bovendien worden bekrachtigd door een meerderheid van de Tweede Kamer. Want hoewel het uitzenden van troepen volgens de Grondwet een beslissing van het kabinet is, is de praktijk van de afgelopen jaren dat het parlement wordt gehoord.

Veruit de gevoeligste militaire operatie die Nederland wil voortzetten, is die in Irak. De Nederlandse F-16’s die tot vorig jaar actief waren, zullen opnieuw worden uitgezonden. Om hoeveel toestellen het gaat, zal het kabinet nog bekendmaken. Eerder betrof het zes vliegtuigen, waarbij 250 militairen waren betrokken. Daarnaast zitten er nu al 150 Nederlandse militairen om Iraakse en Koerdische strijdkrachten te trainen.

In de Nederlandse binnenlandse politiek was het mandaat aan de F-16’s aanvankelijk omstreden. De vliegtuigen mochten op aandringen van de PvdA alleen boven Irak vliegen en niet boven Syrië. De reden was dat Irak de internationale gemeenschap om hulp had gevraagd en het Syrische regime niet. Later is dit verschil volkenrechtelijk afgedekt met het argument dat IS-strijders vanuit Syrië Irak binnenkwamen en zodoende met een beroep op collectieve zelfverdediging ook boven dat land mochten worden bestreden. Volgens het kabinet blijft dit later aangepaste mandaat bij een nieuwe inzet „onveranderd”.

In de brief aan de Kamer schrijft het kabinet dat „de strijd nog niet is gestreden”, ook al is er sinds 2014 70.000 vierkante kilometer op IS heroverd. Volgens het kabinet hebben de crises in Syrië en Irak „directe gevolgen voor onze veiligheid en die van onze partners en bondgenoten”. Daarbij wordt gewezen op de ideologische aantrekkingskracht van IS en aanverwante organisaties op Europese ingezetenen. Nederland is „alert op terugkerende buitenlandse strijders onder wie Nederlanders”, aldus de brief.

Trump stuurt troepen

Nederland is nog met zo’n honderd militairen aanwezig in het noorden van Afghanistan om militairen en politieagenten te trainen als onderdeel van de NAVO-missie Resolute Support. Het kabinet besluit binnenkort over voortzetting. Twee weken geleden kondigde de Amerikaanse president Trump aan opnieuw gevechtstroepen naar Afghanistan te sturen. De NAVO vroeg al eerder om extra militairen. Van uitbreiding of een andere inzet is in de plannen van het demissionaire kabinet echter vooralsnog geen sprake.

Tien jaar geleden zat Nederland op grote schaal (gemiddeld 2.000 man) met gevechtstroepen in Afghanistan die actief vochten tegen de Talibaan. Daarbij verloren 23 Nederlandse militairen het leven. De vraag of de missie moest worden voortgezet leidde in 2010 tot een crisis in het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie. Later is een veel kleinere opleidingsmissie van gemiddeld 500 militairen en politieagenten naar Kunduz, in het noorden van Afghanistan, gestuurd. Deze missie eindigde in 2013.

In de brief aan de Kamer staat dat er als gevolg van de verslechterde veiligheidssituatie in de regio’s ten oosten en ten zuiden van Europa en de daarmee verbonden terreurdreiging en migratieproblematiek een steeds groter beroep is gedaan op de krijgsmacht. „Dit zal op korte termijn niet veranderen”, aldus het kabinet.