Nabije planetoïde ‘Florence’ heeft twee mini-manen

Sterrenkunde

Een kilometers grote rots scheerde veilig langs de aarde, op zeven miljoen kilometer. Zij blijkt twee maantjes mee te sleuren.

Radarbeelden van de planetoïde Florence en haar manen. Foto NASA JPL

Een enkele kilometers grote planetoïde die afgelopen vrijdag relatief dicht in de buurt van de aarde kwam, blijkt in het gezelschap te verkeren van twee kleine maantjes. Dat blijkt uit radarbeelden die rond de passage zijn gemaakt met de 70 meter grote NASA-schotelantenne in Goldstone (Californië). Florence – vernoemd naar de Britse verpleegkundige Florence Nightingale – is een ongeveer 4,5 kilometer groot rotsachtig object uit de ‘oertijd’ van ons zonnestelsel. Bij de recente passage naderde de in 1981 ontdekte planetoïde onze planeet tot op 7 miljoen kilometer. Dichterbij was zij al in meer dan een eeuw niet geweest en het zal nog minstens vijfhonderd jaar duren voordat ze dichterbij komt.

10 planetoïden met twee maantjes

‘3122 Florence’, is pas de derde planetoïde in de buurt van de aarde waarbij twee maantjes zijn ontdekt. Eerdere ‘drietallen’ werden in 2009 (1994 CC, 600 m doorsnee) en 2008 (2001 SN263, 2 km doorsnee) ontdekt In totaal zijn er in het zonnestelsel zo’n 10 planetoïden met twee maantjes ontdekt. De eerste is in 2005 ontdekt: 87 Sylvia (280 bij 380 km groot), een van de grootste objecten in de planetoïdegordel tussen Mars en Jupiter.

De radarbeelden van Florence, in een video van de NASA

Hoe groot de maantjes van Florence precies zijn, staat nog niet vast, maar geschat wordt dat hun afmetingen enkele honderden meters bedragen. Het ene maantje cirkelt in ongeveer acht uur om zijn ‘moederplanetoïde’, het andere doet er drie keer zo lang over. Florence zelf tolt in ruim twee uur om haar as. Ze is tamelijk rond van vorm en haar oppervlak vertoont minstens één forse inslagkrater.

Aardscheerder

Samen met ruim 16.000 kleinere en grotere soortgenoten behoort Florence tot de ‘aardscheerders’ – planetoïden die in banen om de zon bewegen die hen regelmatig in de buurt van de aarde brengen. Ongeveer tien procent van deze populatie, waaronder ook Florence, staat te boek als ‘potentieel gevaarlijk’. Deze aanduiding is gereserveerd voor objecten die minstens 100 meter groot zijn en onze planeet theoretisch zo dicht kunnen naderen dat er een (doorgaans zeer kleine) kans op een botsing bestaat.

De planetoïde Florence passeerde de aarde op 17 maal de afstand aarde - maan. Illustratie NASA JPL

Aangrijpen

Astronomen grijpen elke gelegenheid aan om objecten van deze categorie te onderzoeken. Soms gebeurt dat met behulp van een ruimtesonde, maar meestal moeten ze zich behelpen met apparatuur die op aarde staat. Het principe is eenvoudig: zend met een grote schotelantenne een bundel radiostraling naar het object en analyseer de zwakke reflecties die ervan worden opgevangen.

Oppervlaktedetails

Hoe dichterbij de planetoïde komt, des te duidelijker zijn de radarbeelden. Met een beetje geluk tonen ze niet alleen de contouren van het object, maar ook wat oppervlaktedetails. En soms blijkt er een kleiner object om de planetoïde te cirkelen – een maantje dus.

Waar die maantjes vandaan komen is onduidelijk, maar aangenomen wordt dat het om fragmenten van het moederobject gaat. Deze kunnen zijn losgeslagen bij een inslag, maar het is ook denkbaar dat zijn ‘losgewrikt’ door de getijdenkrachten die optreden wanneer een planetoïde dicht langs de aarde (of een andere planeet) scheert.