Libanon: tijd dat Syriërs vertrekken

Vluchtelingenkampen Libanon

Met 4 miljoen inwoners herbergt Libanon een miljoen vluchtelingen uit Syrië. Die horen steeds vaker dat ze terug moeten. Vluchtelingen in de Bekaavallei weten beter. „Niemand met hersens gaat vrijwillig naar Idlib.”

Foto Jamal Saidi en Hassan Abdallah/Reuters

Het bord bij het binnenrijden van Kherbet Qanafar liegt er niet om: Syriërs wordt verzocht zich na acht uur ’s avonds niet meer op straat te begeven, en niet na zeven uur in de winter.

Dit voornamelijk christelijke dorpje in de Westelijke Bekaavallei kwam vorige maand in het nieuws toen de gemeenteraad besliste dat het geen nieuwe Syrische vluchtelingen zal toelaten op zijn grondgebied. Eerder nam de gemeenteraad al maatregelen om de vluchtelingen – zo’n 800 op een bevolking van drieduizend – uit het straatbeeld te weren.

De tenten die her en der waren opgesteld verdwenen. Syriërs die hier in de appel- en peerboomgaarden werkten, moesten verkassen naar het terrein van hun sponsor. Wie geen sponsor had, werd verbannen naar een braakliggend terrein buiten het dorp.

„Het was geen gezicht”, zegt wethouder Marcel Karam. „Hun tenten stonden overal, zelfs voor de toegang tot de West Bekaa Country Club. Ze stalen de elektriciteit, ze deden hun behoefte in de boomgaarden.” Karam zegt dat het bestuur niet meer doet dan de woorden van Libanons president Michel Aoun in de praktijk brengen. Die zei in juli dat het tijd is dat de Syrische vluchtelingen terugkeren naar hun land. Het kleine Libanon, aldus Aoun, „is niet langer in staat om deze massieve last te dragen”.

In de eerste zes maanden van dit jaar keerden 471.000 Syriërs terug. Dat blijkt uit een rapport van de UNHCR.

Libanon telt officieel een miljoen Syrische vluchtelingen, op een bevolking van vier miljoen. Officieus wordt hun aantal op zo’n 1,5 miljoen geschat. De Verenigde Naties zijn in 2015 op verzoek van Libanon gestopt met het registreren van vluchtelingen. In datzelfde jaar werden ook de verblijfsvoorwaarden strenger, waardoor veel vluchtelingen nu illegaal zijn en niet langer in de officiële cijfers voorkomen.

Dertien Syrische families die geen sponsor hadden, wonen nu in een minikampje net buiten Kherbet Qanafar, nabij de rivier de Litani. Het is zwaar hier, zegt Abu Nasr. „We hebben geen elektriciteit of stromend water. Ze willen ons dwingen terug te keren naar Syrië.”

Ook zijn buurman Abu Nour is verbolgen. „Ik kom hier al achttien jaar als seizoenarbeider. Iedereen kent mij. Dan moet ik plots ophoepelen, zogezegd voor mijn eigen veiligheid”, moppert hij. Veel Syriërs werkten als gastarbeiders in Libanon; toen de oorlog uitbrak, lieten zij hun families overkomen.

Veilige aftocht

De terugkeerdiscussie wordt ook aangezwengeld door het vertrek van duizenden Syriërs uit de regio Arsal. Het Libanese leger en de shi’itische militie Hezbollah voeren daar een offensief tegen Al-Qaeda en IS in het grensgebied met Syrië.

Eerder deze maand ging Jabhat Fatah al-Sham, de nieuwste incarnatie van Al-Qaeda in de regio, akkoord met een staakt-het-vuren in ruil voor een veilige aftocht naar Idlib in Syrië. Zo’n 8.000 mensen – strijders en vluchtelingen – werden in bussen geëvacueerd. Maandag vertrokken nog eens 3.000 mensen naar Syrië. Voorafgaand aan het offensief in Arsal waren ook al honderden vluchtelingen teruggekeerd.

De Libanese autoriteiten zeggen dat de vluchtelingen vrijwillig zijn teruggekeerd. Maar de manier waarop de evacuatie tot stand is gekomen, doet denken aan de bestanden in Syrië, waar het regime burgers en strijders in rebellengebied dwong te kiezen tussen vertrekken of uitgehongerd en gebombardeerd worden.

Abu Nour in Kherbet Qanafar, zelf afkomstig uit Idlib, gelooft niet dat de evacuatie vrijwillig was. „Niemand met hersens gaat vrijwillig naar een oorlogsgebied als Idlib. Ze zijn gedwongen te vertrekken. Het kan mij niet schelen wat de Libanese media vertellen.”

Een bijeenkomst van Hezbollah-aanhang. Foto Jamal Saidi en Hassan Abdallah/Reuters

Vergaarbak

Idlib, de laatste grote stad in handen van de Syrische opstandelingen, is een vergaarbak geworden van strijders en burgers die elders moesten vertrekken. Vorig jaar nog trokken 34.000 mensen naar Idlib vanuit Oost-Aleppo, nadat dat onder de voet was gelopen door het regime.

Daar komt nog bij dat Al-Qaeda de stad sinds juli helemaal onder controle heeft. De verwachting is dat het Syrische leger en Rusland vroeg of laat een offensief gaan inzetten tegen Idlib, zoals eerder tegen Aleppo.

De VN zijn niet betrokken bij de evacuaties uit Arsal. „Onze positie is dat terugkeer altijd een individuele beslissing moet zijn, gebaseerd op objectieve informatie en vrij van druk”, zegt Lisa Abou Khaled van het VN-vluchtelingenagentschap in Beiroet. „Wij hebben geen toegang gekregen tot Arsal. Bijgevolg hebben wij niet uit eerste hand kunnen vaststellen wat de situatie is.”

Of de evacuatie uit Arsal ook een grotere terugkeerbeweging inluidt valt nog te bezien. Volgens de VN zijn in de eerste helft van dit jaar 602.759 Syriërs teruggekeerd naar hun huizen. De overgrote meerderheid zijn ontheemden die naar elders in Syrië waren gevlucht; zestien procent keerde terug uit de buurlanden.

Zes jaar geleden begon de opstand tegen de Syrische president Assad. Hoe gaat het nu met de mensen die leven onder zijn regime? NRC reisde door Syrië en sprak met studenten, teruggekeerde vluchtelingen, oppositieleden en trouwe supporters van Assad.

Maar in El Marj, een stadje in de Bekaavallei, peinst niemand over terugkeer naar Syrië zolang president Assad daar aan de macht is. In El Marj wonen vooral sunnieten en de – eveneens sunnitische – Syriërs zeggen dat zij hier goed behandeld worden. „Toen ons kamp twee jaar geleden afbrandde, hebben de Libanezen hun huizen voor ons geopend”, zegt een vrouw in een geïmproviseerd kamp die haar naam niet wil geven.

Mohamed, een apotheker uit de Bekaavallei, zegt dat de Libanezen niet over één kam mogen worden geschoren. „Zij die president Assad steunen, willen dat de Syriërs teruggaan. Maar daar waar veel sunnieten wonen, zijn de mensen de vluchtelingen juist goedgezind. Wij willen helemaal niet dat ze teruggaan zolang het niet veilig is.”

Kamp voor Syrische vluchtelingen in Libanon. Foto Jamal Saidi en Hassan Abdallah/Reuters

Harde trap

De vluchtelingen in El Marj klagen wel over het optreden van het Libanese leger. Een man loopt de tent uit en stormt dan weer binnen nadat hij de deur een harde trap heeft gegeven. „Zo valt het Libanese leger bij ons binnen. Bij voorkeur om vijf uur ’s ochtends wanneer onze vrouwen nog niet aangekleed zijn.”

Veel mannen, zegt hij, slapen ’s nachts elders. Ze zijn bang om gearresteerd te worden omdat hun papieren niet in orde zijn. „Wij zijn bang dat de druk zo groot wordt, dat wij geen andere keuze zullen hebben dan terug naar Syrië te gaan, of het daar nu veilig is of niet.”

De VN vinden dat de voorwaarden voor terugkeer nog niet zijn vervuld. Tegelijk, zegt Lisa Abou Khaled, „heeft elke vluchteling het recht om naar zijn land terug te keren, op voorwaarde dat dit niet onder dwang gebeurt”. Maar zij waarschuwt: „Als vluchtelingen te vroeg terugkeren, en onder slechte omstandigheden, kan dat juist een negatief effect hebben op de terugkeer op lange termijn.”