Column

Kernproefzondag

Drie, vier mensen springen van de fiets en zetten hem op slot voordat ze in de gaten krijgen dat de supermarkt nog dicht is. Zondagochtend, Utrecht-Oost. Iedereen loopt in een jurkje of een korte broek en dat de openingstijd in september verschoven is van 10 naar 12 uur, is het enige wolkje aan de blauwe lucht boven Nederland. Nu moeten ze tweehonderd meter verder fietsen naar een supermarkt die al wel open is.

Op de hoek van mijn straat, de rustigste van de stad, staat sinds een half jaar een fluorescerend plastic mannetje met een pet op. Op zijn buik is ‘slow’ geschreven. Er gaat geen weekend voorbij of er is wel een buurtlunch of een kinderspeeldag.

Bij het ontbijt ontdek ik op de kaasverpakking een nieuw diagram dat de ‘smaaksterkte’ aangeeft. Van de vijf staafjes zijn er geruststellend twee ingekleurd. Je mocht eens overvallen worden door een onverwachte smaaksensatie.

De Nederlandse Spoorwegen waarschuwen dat reizigers in september vaker zullen moeten staan in de trein. SIRE vraagt of wij onze jongens wel jongen genoeg laten zijn en looft een onverslijtbare broek uit voor goeie buitenspelers. En ja, er waren werkelijk eieren besmet met luizengif, maar één vergadering van de Tweede Kamer en de burgers zijn alweer gerustgesteld.

Zo ver zijn onze ongemakken verwijderd geraakt van de strijd om het bestaan.

In het Wilhelminapark in Utrecht is deze zondag een bunker opengesteld. Hij werd in 1940 door de Duitsers gebouwd tegen de geallieerden, daarna in de Koude Oorlog gebruikt door de Nederlandse landmacht. De telegrafeerapparatuur en de kleine wc verwijzen naar een tijd dat Nederlanders de nabijheid van oorlog nog voelden in het dagelijks leven. Dat men de aanwezigheid van een bunker in de buurt nog als een troost ervoer. Nu staat er bij de gezellige, met klimop overwoekerde entree: „Ik ben geen schuilplaats meer, maar een toevluchtsoord.”

Beeldend kunstenaar Johnny Wiekhart heeft in de bunker een draaiende bal opgehangen, vet van smeer. De bezoekers zien er een onderdeel van wapentuig in. Wiekhart zit buiten een sigaretje te roken. „Je wereld wordt zo klein gehouden”, zegt hij. „We zijn al van slag als de bus twee minuten te laat komt.”

„Oorlogstaal klinkt heel ver weg”, zegt zijn vriend.

„En altijd in technische bewoordingen: kilotonnen en controlesystemen”, zegt Wiekhart. En dan meldt het journaal alweer dat het tijd is voor de WK kwalificatiewedstrijd Nederland-Bulgarije.

Zou iemand geloven dat een Noord-Koreaanse waterstofbom in één keer aan dit alles een eind kan maken?

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.