Kacheltje in IJszee laat de diertjes opbloeien

Klimaat

Als de Zuidelijke IJszee warmer wordt zullen er veel bodemdiertjes opbloeien. Dat blijkt uit een uniek experiment.

De verwarmingselementen voor de bodemdieren worden uitgezet in de poolzee. Foto Gail Ashton

Aan de ijskoude kusten rond de Zuidpool, onder water en zee-ijs, houden kleine, trage diertjes zich vast aan rotsen en stenen. Het zijn schelpjes, kokerwormen, mosdiertjes. Ze zijn aangepast aan een temperatuur die altijd dicht rond het vriespunt ligt, zomer en winter. Wat gebeurt er met die dieren, die niks van warmte gewend zijn, als het zeewater opwarmt door klimaatverandering? De kustdiertjes zouden verzwakken en verdwijnen, waarschuwden onderzoekers vijftien jaar geleden.

Nu is die hypothese voor het eerst ter plaatse getest, simpelweg door het zeewater ter plaatse verwarmen met elektrische kachels. En inderdaad, één graad Celsius opwarming maakt veel verschil voor de kustdiertjes. Maar de gevolgen zijn totaal anders dan voorspeld. Eén soort mosdiertje profiteerde, en nam de boel over.

Onverwachte toename

Onderzoekers van de British Antarctic Survey schreven vrijdag in Current Biology een publicatie over hun unieke experiment. „We hebben veel jaren onderzoek gedaan naar vissen en ongewervelden uit het Zuidpoolgebied”, vertelt onderzoeker Simon Morley in een e-mail. „Sommige soorten kunnen maximaal 1°C opwarming aan. Dus we verwachtten die massale toename in groei helemaal niet.” Dat kwam vooral door het mosdiertje, maar andere diersoorten hielden ook stand.

De BAS heeft een onderzoeksstation op het Antarctisch Schiereiland, dat richting Zuid-Amerika wijst. Vijftien jaar geleden constateerden oceanografen dat het zeewater daar sterk (1°C in vijftig jaar) was opgewarmd.

Onorthodox

BAS-dierfysioloog Lloyd Peck kwam destijds met zorgelijke labresultaten: sommige schelpdieren konden niet tegen die opwarming. „Een temperatuurstijging van 2°C kan ertoe leiden dat hele populaties of soorten verdwijnen uit de Zuidelijke IJszee”, schreef hij in 2004.

Om dat te testen, begon een team rond Peck in 2014 een onorthodox onderzoeksproject dat nog steeds loopt. Duikers installeerden met veel moeite elektrische verwarmingselementen op 15 meter diepte, op de rotsen voor de kust bij het BAS-onderzoeksstation. De panelen waren zo afgesteld, dat ze het water eronder precies 1°C of 2°C konden opwarmen. Dat is veel, voor dieren die leven in water waarvan de temperatuur altijd tussen -1,9 en +1,8°C schommelt.

Elektrische kacheltjes op 15 meter diepte, bij het Rothera Research Station, Antarctica. Foto Sabrina Heiser

Onder de panelen zit een ruimte van 10 centimeter waar het zeewater vrij stroomt. Daar, op een vers geïnstalleerd betonblok, leven diertjes die ook normaal in het donker leven, onder stenen.

IJsberg

De bedrading werd twee keer kapotgeslagen door een ijsberg – „de eerste keer al na een week”, vertelt Morley – maar toch lukte het uiteindelijk om het kwetsbare ecosysteem op de rotsen 9 maanden lang te volgen, tijdens de Antarctische zomer in 2014-2015. De diertjes zijn „goed aangepast” om de opwarming van de komende vijftig jaar te overleven, concluderen de onderzoekers. Wel veranderde de soortensamenstelling sterk. Bij 2°C waren de gevolgen nogal divers en onvoorspelbaar – in ieder geval in die 9 maanden.

Binnenkort publiceren de onderzoekers gegevens over eenzelfde experiment dat 2 jaar heeft gelopen. Morley: „We hebben allerlei manieren gevonden om de panelen tegen ijsbergen te beschermen.”