Column

Israël is in bezet Palestijns gebied. En blijft. Voorgoed

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Vijftig jaar plus drie maanden heeft het geduurd tot een Israëlische premier onomwonden kon zeggen dat zijn land in bezet Palestijns gebied blijft. Gewoon blijft. Voorgoed. Zonder dat de Europese Unie of de Verenigde Staten zelfs maar zo’n vermoeid „dit helpt het vredesproces niet” uit de lamme-verklaringen-la trokken. Integendeel, de nieuwe Amerikaanse ambassadeur sprak in zijn eerste grote interview in Israël van de „vermeende bezetting”. Geen piep uit de Arabische wereld. Er is natuurlijk ook geen vredesproces, geen spoortje van, al geen jaren, maar toch.

In juni 1967 bezette het Israëlische leger in de zesdaagse oorlog de Westelijke Jordaanoever inclusief Oost-Jeruzalem, de Gazastrook, de Golan en de Sinaï. Voor wie het Israëlisch-Palestijnse conflict niet dagelijks volgt: de VN-Veiligheidsraad onderstreepte op 22 november 1967 in resolutie 242 unaniem dat het ontoelaatbaar is door oorlog gebied te verwerven, en eiste de ontruiming van bezet gebied en erkenning van soevereiniteit en integriteit van alle staten in de regio. Land voor vrede werd dat, het uitgangspunt voor Arabisch-Palestijns-Israëlische vredesonderhandelingen en de twee-statenoplossing, Israël naast Palestina.

Terug naar vandaag: de Sinaï is weer bij Egypte, de Gazastrook wordt op afstand bezet via een blokkade, Oost-Jeruzalem en de Golan zijn in strijd met het internationaal recht door Israël geannexeerd. De Westelijke Jordaanoever is wat betreft Israël niet bezet maar „betwist” gebied. Egypte en Jordanië hebben vrede gesloten met Israël en gemeenschappelijke angst voor dat griezelige Iran bewerkstelligt dat ook de Arabische Golfstaten centimeter voor centimeter dichter naar Israël toekruipen.

„Wij zijn hier om te blijven, voorgoed”, zei premier Netanyahu vorige week voor duizenden kolonisten in de nederzetting Barkan op de Westelijke Jordaanoever waar hij die 50ste verjaardag vierde. „Er worden geen nederzettingen meer gesloopt in het Land van Israël. Bewezen is dat dat vrede niet helpt. [..] We zullen onze wortels verdiepen, we zullen bouwen, versterken en koloniseren.”

Ach, wat geeft het dat daar tussen 588.000 kolonisten bijna drie miljoen Palestijnen in de verdrukking leven die volgens het delingsplan van de VN in 1947 en diverse andere VN-resoluties zelfbeschikkingsrecht hebben. Voorbeeld van verdrukking: de doorgaande inbeslagneming en sloop van Palestijnse huizen en bezittingen die in weerwil van Israëlische regels zijn gebouwd of geïnstalleerd. Volgens de EU zijn het afgelopen jaar alleen al meer dan honderd huizen, scholen, watertanks etc. gesloopt of geconfisqueerd waarin Europees geld is geïnvesteerd. U herinnert zich misschien de verwijderde Nederlandse zonnepanelen. Verzoeken om bouwvergunningen worden zo goed als altijd afgewezen, en internationale donors hebben daarom geen keus dan maar vergunningloos aan het werk te gaan. De autoriteiten zeggen dat hun bulldozers de wet volgen.

Ja natuurlijk, de wet. Klein vraagje dan: hoe zit het met die stuk of honderd illegale buitenposten van nederzettingen die de afgelopen 20 jaar op Palestijns privéland zijn gebouwd? De nederzettingen zelf zijn legaal volgens Israëlisch recht, maar de buitenposten niet. Waarom zijn díe niet meteen gesloopt? Sterker nog, de staat heeft zojuist het Hooggerechtshof opgeroepen de bezwaren af te wijzen die Palestijnen en Israëlische mensenrechtenorganisaties hebben ingediend tegen een nieuwe wet om de buitenposten te legaliseren. Die wet is immers „een menselijk, proportioneel en redelijk antwoord op het werkelijke leed van de Israëlische inwoners”. Het leed? Hun onzekere woonsituatie.