Hoe God terugkeert in Jorwert

Klooster

Friesland krijgt een protestants klooster, even buiten Jorwert. Want ín het terpdorp zelf, daar wilden ze geen stiltecentrum.

Het Friese terpdorp Jorwert, bekend van Geert Maks Hoe God verdween uit Jorwerd, met in het hart de Sint-Radboudkerk. Foto Siebe Swart

Het is doodstil op straat in Jorwert, de zon breekt door het wolkendek. De glazen deur van de kerk is open. Daarbinnen is het al even stil. In de koffiekamer hangen vilten doeken met de Friese tekst: „Stilte, Besinning, Ferbyning [verbinding]”.

Vijf jaar geleden werd Hinne Wagenaar (55) predikant van de kerkelijke gemeente Westerwird, waar Jorwert met Bears, Weidum en Mantgum deel van uitmaakt. Het werd een van de bijna honderd pioniersplekken van de protestantse kerk in Nederland. Een plek waar nieuwe vormen van kerkzijn in een seculiere maatschappij vorm krijgen. Wagenaar noemde zijn plek ‘Nijkleaster’, wat nieuw klooster betekent.

Hij hield met zijn vrouw Sietske Visser kleine vieringen in de Sint-Radboudkerk en wekelijks ‘pelgrimswandelingen’ (kleasterkuier) in stilte door het landschap. Na afloop werd er gegeten in de kroeg van Jorwert. „Kerk, kroeg, klooster”, was het motto. Want dat was Wagenaars droom: een protestants klooster.

Kop-hals-rompboerderij

Die plek komt er nu, maakte Wagenaar vorige week bekend: een kilometer buiten Jorwert, bij Hilaard. Daar wordt een vervallen kop-hals-rompboerderij verbouwd tot kloostercomplex. In 2020 moet het klaar zijn. Er worden gastenverblijven buiten op het erf gebouwd en twaalf woningen voor toekomstige vaste bewoners. „Dit moet een plek worden van plezier, regelmaat en gebed”, zegt Wagenaar. „Een geloofsgemeenschap: een soort woongroep, die twee keer per dag een ochtend- en avondgebed houdt. En nee, geen celibaat.” Zelf gaat hij er ook wonen. Een nog aan te leggen wandelpad, dwars door het weiland, zal de moderne pelgrims naar Jorwert brengen. Om de weidevogels in het broedseizoen rust te gunnen wordt een vaart gegraven, zodat het klooster ook per boot bereikbaar zal zijn.

Geert Mak

In Jorwert heeft de komst van het klooster flink wat voeten in de aarde gehad. Zo’n twee jaar terug had Wagenaar een andere locatie op het oog, een boerderij pal tegenover het dorpscafé. Een stilteklooster midden in het dorpscentrum: kin dat wol?, vroegen dorpelingen zich af: kan dat wel? „We waren bang dat we er rekening mee moesten houden tijdens de jaarlijkse kermis of het Iepenloftspul [Openluchtspel]”, zegt Ymkje van der Heide (59) in haar keuken. Ze is een van de weinige geboren Jorwerters die nog in het dorp wonen. „Wij hebben niks op de kerk tegen, maar hij moet niet de overhand krijgen.”

Douwe de Bildt (65), oud-voorzitter van vereniging Dorpsbelang, blikt in zijn woonkamer terug op het proces dat hij begeleidde om een locatie voor het klooster te vinden. Dat schrijver Geert Mak ook zijn vraagtekens zette bij een stiltecentrum midden in het dorp, deed Wagenaars zaak geen goed, vermoedt hij. Mak schreef ruim twintig jaar geleden zijn klassieker Hoe God verdween uit Jorwerd, waarin het Friese dorp (volgens de Nederlandse spelling met een d geschreven) model stond voor de verdwijnende voorzieningen op het platteland.

Stilte en rust

Toch vinden sommige dorpelingen het jammer dat het klooster niet in Jorwert zelf komt. Zoals boerin Nina Schaper: „Voor het doel, stilte en rust, is de plek in Hilaard perfect. Maar de verbinding met het dorp is nu weg en dat is jammer.”

Wagenaar: „In Jorwert zelf zouden we als klooster meer wisselwerking hebben gehad met de Jorwerters”, denkt hij. „Maar onze nieuwe locatie is meer een plek van retraite.”

Dat vindt ook toekomstige bewoner Jelle Waringa (45), doopsgezind predikant. Hij gaat met zijn vrouw en drie kinderen naar Nijkleaster verhuizen. „Ik hou van stilte en ruimte. Hier is geen afleiding, zoals in Jorwert, waar je even de kroeg in kunt.” Waarom hij toetreedt? „De eerste helft van mijn leven heb ik geleefd zoals anderen. Nu wil ik een ritme van stilte en bezinning en dat kan beter in een geloofsgemeenschap. Al verklaart onze puberdochter van vijftien ons voor gek. Jij bent verslaafd aan God, zegt ze.”