NRC checkt: ‘Formeren met vier partijen is veel ingewikkelder’

Dat zei VVD-leider Mark Rutte anderhalve week geleden.

Foto Robin Utrecht / ANP

De aanleiding

De kabinetsformatie sleept zich voort (het is dag 174 van de formatie) en dus krijgen de betrokken politiek leiders vaak de vraag waarom het zo lang duurt. VVD-leider Mark Rutte gaf ruim een week geleden op landgoed De Zwaluwenberg als verklaring dat het „veel ingewikkelder is” nu er vier partijen aan tafel zitten. „Je zou denken dat het van drie naar vier partijen 25 procent ingewikkelder wordt, maar, de complexiteit neemt enorm toe”, zei Rutte. We checken of er inderdaad een duidelijk verband is tussen het aantal partijen aan de formatietafel en de duur van kabinetsformaties.

Waar is het op gebaseerd?

De VVD reageerde niet op verzoeken om een toelichting.

En, klopt het?

Als we kijken naar de naoorlogse kabinetsformaties, is er op het eerste gezicht geen duidelijk verband tussen het aantal partijen aan tafel en de duur van de formatie. De formatie van de tweepartijkabinetten Lubbers II (VVD-CDA, in 1986) en recenter Rutte II (VVD-PvdA, in 2012) ging inderdaad vrij rap met respectievelijk 53 en 52 dagen, wat Ruttes theorie lijkt te bevestigen.

Maar in de jaren vijftig en zestig werden ook vier- of vijfpartijenkabinetten in vrij hoog tempo geformeerd, zoals het kabinet-Drees III in 1952 (69 dagen) en het kabinet-De Quay in 1959 (68 dagen). Bovendien staat het record van langste formatie nog altijd op naam van een tweepartijenkabinet, het kabinet-Van Agt I (VVD-CDA in 1977, 208 dagen).

Simpelweg het aantal partijen en de formatieduur vergelijken is te makkelijk, zegt Tom van der Meer, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zo verschillen hedendaagse kabinetsformaties wezenlijk van die in de jaren vijftig en zestig, toen er „minimale regeerakkoorden werden opgesteld waarin niet alles werd dichtgetimmerd zoals tegenwoordig”, zegt Van der Meer.

Twitter avatar Datagraver Datagraver De formatie heeft de tweede plek bereikt qua duur van alle naoorlogse formaties na verkiezingen https://t.co/0o2qJmPF2H

Tot begin jaren tachtig zaten vaker vier of vijf partijen om de tafel, maar dit betrof partijen die ideologisch op elkaar leken of zelfs al afspraken hadden gemaakt, zoals de confessionele partijen KVP, ARP en CHU – die later fuseerden tot het CDA. Dit maakte het bereiken van overeenstemming makkelijker.

Kabinetsformaties zijn altijd uniek, maar er zijn wel patronen te ontdekken, zegt Van der Meer. In het algemeen verlengt de toename van het aantal partijen aan tafel de duur van formaties, blijkt uit een uitvoerige studie uit 2008 van Belgische wetenschappers. Zij keken naar alle formaties in West-Europa van de naoorlogse periode tot en met de jaren negentig.

Dat de hedendaagse formaties in Nederland relatief lang duren, heeft volgens Van der Meer nog een andere verklaring: de ‘kernpartij’ is verdwenen. Het CDA was vanaf de jaren tachtig jarenlang de partij die voor vrijwel elke coalitie nodig was en daarmee een „belangrijke, dwingende rol” had. Dat verklaart de snelle formaties van de drie kabinetten-Lubbers (rond de zestig dagen).

Sinds de jaren negentig is het CDA echter sterk gekrompen en is er – afgezien van de kabinetten-Balkenende – geen vanzelfsprekende kernpartij meer. De fragmentatie van het Nederlandse partijenstelsel heeft geleid tot een moeizamer formatieproces. Van der Meer: „Er zitten tegenwoordig meer partijen aan tafel die ideologisch sterk verschillen. Denk in deze formatieperiode aan de VVD en GroenLinks, of D66 en de ChristenUnie.”

Conclusie

Het klopt dat er een verband is tussen het aantal partijen en de duur van hedendaagse Nederlandse formaties, maar het toegenomen aantal partijen is niet de enige reden dat formaties langer duren. We beoordelen de uitspraak van premier Rutte als grotendeels waar.