Filmfestival Toronto

Caniba(lisme) karaoke in Toronto

Automatische verversing

Caniba(lisme) karaoke in Toronto

Kun je een film maken over kannibalisme die niet sensationeel is en niet weerzinwekkend? Caniba, na zijn première op het Filmfestival Venetië te zien in het experimentele Wavelenghts-programma in Toronto probeert het. Lucien Castain-Taylor en Verena Paravel, beiden verbonden aan het Sensory Ethnographic Lab van de Universiteit van Harvard maakten naam met hun baanbrekende immersieve ‘scifihorrorgothic-monsterdocumentaire’ Leviathan (2012) over de visindustrie en zoeken in al hun films naar zintuigelijke, vaak intuïtieve manieren om verhalen te vertellen.

Ze kwamen in aanraking met het verhaal van Issei Sagawa, de Japanner die in 1981 in Parijs een Nederlandse medestudente vermoorde en opat, toen ze in Japan waren voor hun Fukushima-documentaire Ah Humanity! (2015). Ze deden vervolgens onderzoek naar het typische Japanse genre van de pinku eiga, of pink film, erotische films waar bijna elke Japanse regisseur zich wel eens aan heeft gewaagd toen ze ontdekten dat Sagawa na zijn terugkeer in Japan in dat soort films optrad.

Caniba zal in cinefiele kringen beslist een van de meest bediscussieerde films van het jaar worden. Wie erheen gaat om zijn nieuwsgierigheid bevredigd te zien zal teleurgesteld worden. De film begint met een disclaimer dat de makers Sagawa’s daad niet willen goedpraten. En waarschijnlijk willen ze hem ook niet eens proberen te begrijpen. Freudianen zullen smullen van de getuigenissen van Sagawa’s broer Jun, die zo met zijn eigen demonen en obsessies worstelt, en een verontrustend inkijkje in hun jeugd geeft.

Castaing-Taylor en Paravel draaiden de film als een bijproduct van een nieuwe pinkufilm die de inmiddels bijna zeventigjarige man aan het opnemen was, en observeerden vooral zijn gezicht. Van zo dichtbij, en vaak zo onscherp dat het lijkt alsof het filmdoek vleesgeworden huid is. Het heeft een vreemde aantrekkingskracht. Wat zal er gebeuren als je uit je bioscoopstoel opstaat om het aan te raken? Zal Sagawa dan in je vinger bijten? De relatie tussen film en voyeurisme is veelvuldig onderzocht en beschreven. Maar zijn filmkijkers niet ook een soort kannibalen?

Het is vaak niet duidelijk of Sagawa helemaal bij is – hij werd destijds ontoerekeningsvatbaar verklaard en werd de rest van zijn leven op een andere manier door zijn daad achtervolgd. De enige manier om in zijn levensonderhoud te voorzien was door optredens in talkshows en films (vorig jaar nog in de Vice-docu Interview with a Cannibal), door het schrijven van boeken, kortom door steeds maar weer te herbeleven wat zijn grootste fantasie en zijn grootste straf was. Hij werd een popcultureel fenomeen. The Stranglers schreven in 1981 het nummer La Folie over hem, dat in een karaokeversie de film afsluit.

De Citizen Kane van slechte films

Lange tijd gold Ed Wood als de slechtste regisseur aller tijden, zeker sinds Tim Burton in 1994 een liefdevolle hommage aan de cultheld uit de jaren vijftig maakte met een crossdressende Johnny Depp in de hoofdrol. Maar Ed Wood wordt nu links en rechts ingehaald door de merkwaardige geschiedenis van Tommy Wiseau, die in 2003, anders dan Wood die nog van het studiosysteem afhankelijk was, in eigen beheer de film The Room produceerde. En regisseerde. En de hoofdrol voor zijn rekening nam. Geen onverdeeld succes overigens. Het slechte acteren, de merkwaardige subplots en onuitgewerkte plottwists, gecombineerd met abominabel camerawerk en montage – de film werd een flop.

Hij zou roemloos ten onder zijn gegaan als filmliefhebbers daar nu niet juist de charme van hadden ingezien en de The Room omhelsden als een cultfenomeen. Helemaal toen Wiseau’s vriend en vertrouweling Greg Sestero die in de film een van de hoofdrollen heeft tien jaar later het wrang-grappige The Disaster Artist schreef, waarin hij de geschiedenis van wat de ‘Citizen Kane van de slechte film’ is gaan heten uit de doeken doet. Van dat boek is nu door James Franco een film gemaakt, die ook maar meteen – Wiseau style - de hoofdrol voor zijn rekening nam.

En hoewel de film op papier alles in zich had om nog slechter te worden dan het origineel, is het feitelijk een van de meest idiote en bizarre films van het jaar geworden. Goed zelfs, in al z’n lepe lijzigheid. Zo goed, dat vakblad Variety Franco bij de work-in-progress-première van de film eerder dit jaar op het hippe South by Southwest-festival alvast tipte voor de Oscars, iets wat nu door veel Amerikaanse journalisten hier op het Filmfestival Toronto wordt herhaald. Videovergelijkingen aan het einde van de film, en inmiddels ook op YouTube verschenen, laten zien hoe goed James Franco in de huid van de mysterieuze, en onwaarschijnlijk rijke, Wiseau is gekropen.

Het is imitatie op het unheimliche af. Franco’s broer Dave speelt Sestero. Naast de onherkenbaar gemaakte James (tot hij af en toe met zijn karakteristieke grijns uit zijn rol valt) heeft dat een ander uncanny effect: de gelijkenis tussen beide broers geeft het idee dat je naar een jonge James Franco zit te kijken. En dat is natuurlijk ook zo. De droom van Wiseau en Sestero is de droom van duizenden jonge acteurs en filmmakers.

Daarom houdt Hollywood van z’n gevallen helden als geen ander.

Het eerste grote mediaschandaal in de Amerikaanse sport

Actrice Margot Robbie had nog nooit van figuurschaatster Tonya Harding gehoord. Ik trouwens ook niet, noch de andere drie journalisten aan de interviewtafel tijdens het Toronto Filmfestival. Regisseur Craig Gillespie (Lars and the Real Girl) kan het niet geloven. "Dat was het eerste grote mediaschandaal in de Amerikaanse sportwereld! Harding versus Kerrigan! En een paar maanden later had je O.J."

Hij verwijst natuurlijk naar de voormalige American footbalspeler die midden jaren negentig eerst werd vrijgesproken en later alsnog veroordeeld voor de moord op zijn ex-vrouw en haar vriend. De nasleep van die zaak zet het incident rondom Harding en haar tegenstander Nancy Kerrigan nogal in de schaduw. Harding was niet alleen de eerste die een drievoudige axel uitvoerde, maar was ook betrokken bij een nogal schimmige zaak om haar opponente uit te schakelen tijdens de Amerikaanse kampioenschappen van 1994.

En nu is er dus I, Tonya. Een biopic die geen biopic is, maar een eclectische fake documentaire met een hilarische soundtrack. Robbie is niet alleen hoofdrolspeler, maar ook initiatiefnemer en producent van de film. Haar aanvankelijke ongeloof veranderde in fascinatie toen ze na het lezen van het script het “zwarte gat van het internet indook” en zo’n beetje elke foto en video van Harding bestudeerde. "Dit is de ‘unmaking’ van een Amerikaanse heldin", zegt ze. "Haar verhaal is absurd en tragisch, maar de media zijn genadeloos geweest." De Australische Robbie, bekend van Suicide Squad en Wolf of Wall Street, produceert zelf films "omdat er niet genoeg interessante vrouwenrollen zijn." Een klacht die eerder dit festival ook al van actrice Jessica Chastain te horen was. Die houdt zich daarom aan een zelfopgelegd quotum: "Om meer diversiteit in de filmindustrie te krijgen heb ik me voorgenomen om elk jaar minstens een film met een vrouwelijke regisseur te maken. Ik hoop daar snel regisseurs van meer verschillende achtergronden aan toe te kunnen voegen."

Van de pakweg twintig films die hier draaien die voor distributie in Nederland zijn aangekocht zijn er zeventien biopics en twee Ian McEwan-verfilmingen (On Chesil Beach en The Children Act). Dat zegt evenveel over het aankoopbeleid van de Nederlandse distributeurs en de smaak van het Nederlandse publiek, als over een trend die er in de (Engelstalige) mainstreamfilm zichtbaar is. Film is de nieuwe geschiedschrijving. Met alle gevaren van dien. Film is namelijk ook indikken, focussen, en buiten beeld laten. Voormalig oorlogscorrespondent Peter Landesman wilde daarom dat zijn film over FBI-baas Mark Felt "100% journalistiek correct was." De feiten achter de fictie moesten onfeilbaar zijn. Anderen, zoals Gillespie zijn meer op zoek naar een vorm van "verhevigde waarheid": datgene wat fictie kan openbaren.

Dat laatste is ook wat regisseursechtpaar Jonathan Dayton en Valerie Faris (bekend van Little Miss Sunshine) deden in een andere sportersbiografie, The Battle of the Sexes, over de tenniswedstrijd tussen Billie Jean King (Emma Stone) en Bobby Riggs (Steve Carrell) in 1973. Ook al zo'n media-evenement. Hun film gaat over tennis, en over het seksisme in de sport, over allerlei dingen avant-la-lettre, van de vercommercialising van de sport tot doping (Riggs slikt "vitaminen" alsof het Skittles zijn) en de coming-out van King. Maar hij gaat vooral over "mensen die een gok durven nemen." Ze schetsen male chauvinist pig, oplichter en gokverslaafde Riggs met evenveel compassie als de door haar sport geobsedeerde en door de liefde ontwakende King. Ook zij deden trouwens enorm veel historisch research: "Zelfs het ondergoed onder de tennisjurkjes is authentiek. De film mag dan soms over the top zijn, hij moest wel tot in elke vezel kloppen."

Toronto bedankt nu ook oorspronkelijke bewoners

Het Toronto Filmfestival is net als dat van Rotterdam een publieksfestival. Natuurlijk draaien achter de schermen de industrie en de publiciteitsmachines op volle toeren. Er moet immers weer een hele trits Oscar-kanshebbers aan de man worden gebracht. Maar er worden elke dag ook ruim zestig publieksvertoningen van allerlei films georganiseerd. Die worden sinds dit jaar behalve met de gebruikelijke bedankjes aan sponsoren en het verzoek om toch alsjeblieft je mobiele telefoon uit te zetten en de mededeling dat illegale filmverspreiding gewoonweg “niet cool” is, ook ingeleid met een dankwoord aan de verschillende groepen oorspronkelijke bewoners van het land waar Toronto op is gebouwd. Volgens artistiek directeur Cameron Bailey is het een “teken van respect” dat past in een nieuw bewustzijn over hoe Canade met z'n geschiedenis omgaat.

De Canadese acteur Michael Greyeyes is Plains Cree, de grootste groep oorspronkelijke bewoners van Canada. En toen de film Woman Walks Ahead in première ging werd er bij dit eerbetoon net iets harder geklapt. In die anti-western van de Britse regisseur Susanna White speelt hij Sitting Bull, een legendarisch Sioux-opperhoofd dat al in veel films is opgevoerd, maar nog nooit zo aards en alledaags als nu. Woman Walks Ahead gaat over de geestverwantschap tussen de vrijgevochten kunstenares Catherine Weldon (Jessica Chastain) en Sitting Bull tegen de achtergrond van een snelle beolkingsgroei en ingebruikneming van het land, de zogeheten “Dakota Boom” in de late negentiende eeuw.

Hoewel regisseur White al tien jaar met het project rondliep heeft het natuurlijk juist nu een onverwacht actuele betekenis, door de protesten rondom de Dakota-pijplijn en de hernieuwde discussie rondom landrechten. Woman Walks Ahead kijkt naar het achterdoek van de geschiedenis, en kiest het perspectief van in de filmhistorie te weinig vertegenwoordigde minderheden.


The Rider van de Chinees-Amerikaanse regisseur Chloé Zhao (bekend van haar Songs My Brothers Taught Me, gesitueerd in het Pine Ridge Reservaat in Zuid-Dakota) brengt een andere onder-gerepresenteerde groep in beeld. In haar eigen woorden: "De Trump-stemmers, van wie ik niets begrijp.” Geen boze witte mannen, maar gepassioneerde, zachtaardige en vooral heel arme rodeorijders. Mannen die op hun manier met het land verbonden zijn. Een nieuw plan om een film over de pijplijnprotesten te maken liet Zhao toen de gemoederen hoog oplaaiden even liggen. Ze "wil kijken wat er gebeurt als mensen die nu tegenover elkaar hebben gestaan straks weer buren zijn, en hun kinderen naar dezelfde school moeten brengen."

Filmfestival Toronto kiest tenniswedstrijd als motto

Was het tijdens de roemruchte en zenuwslopende Wimbledonfinale tussen Björn Borg en John McEnroe in 1980 dat een sportcommentator vertwijfeld uitriep dat het zo bloedstollend spannend was dat het wel leek alsof filmmaker Alfred Hitchcock het scenario had geschreven?

Het is in ieder geval een uitspraak die de Deense regisseur Janus Metz (vooral bekend van oorlogsdocu Armadillo) tot zijn film over die beroemde match moet hebben geïnspireerd. Borg vs. McEnroe is niet alleen een energieke sportfilm waarin er tennisballen in alle hoeken van het kader worden geslagen, maar ook een mentaal portret van twee mannen die altijd als rivalen zijn afgeschilderd, maar misschien wel meer op elkaar leken dan gedacht.

Afgelopen donderdag opende hij het 42ste Toronto International Film Festival (TIFF), een 'festival of festivals' dat zijn naam eer aan doet, met meer dan 400 films, en tientallen wereldpremières waaronder traditiegetrouw ook veel Nederlandse. Het tien dagen durende festival positioneert zich als de officieuze kick-of voor de 'prestigefilms' die in het najaar in de bioscopen komen en later de Oscars moeten gaan domineren. Met veel vertoningen van eerdere premières uit Cannes en Venetië is het bovendien de plek waar de laatste deals voor die films worden gesloten, al is de markt er niet zo dominant als in Berlijn of Cannes. Het is met z'n vele programmaonderdelen ook een festival waar, om in tennistermen te blijven, wedstrijden op vele banen tegelijk worden gespeeld.

Overzicht is onmogelijk. Het is een supermarkt naar Noord-Amerikaans model. Maar de individuele onderdelen zijn doordacht samengesteld, met name het programmaonderdeel voor experimentele films Wavelenghts kent een grote schare internationale fans. En de nu drie jaar oude Platformcompetitie heeft alles in zich om, ook dankzij een forse geldprijs, op termijn een geduchte concurrent voor andere artfilmcompetities te worden.

Artistiek directeur Cameron Bailey varieerde in zijn openingsspeech ook gretig op de tennismetafoor. Een tenniswedstrijd kun je op vele manieren winnen, zei hij. Met kracht, op uithoudingsvermogen, door strategisch inzicht. Kwaliteiten die hij graag aan zijn diverse palet van regisseurs (waaronder eenderde vrouwen, waarmee het festival een grote voorsprong op Cannes en Venetië heeft) toeschreef. Sommige films imponeren door techniek, andere door geraffineerde psychologie.

In Borg McEnroe maken de beide hoofdrolspelers Sverrir Gudnadson, een uncanny lookalike van Borg, en Shia LaBeouf, high op dezelfde soort gevaarlijke adrenaline die door McEnroe's aderen stroomt, indruk met beide. Iceborg versus Superbrat werd het treffen van de beide tennisiconen destijds genoemd. Hoewel Gudnadson, en Stellan Skarsgaard die zijn trainer speelt, in een interview stelden dat acteren in tegenstelling tot tennis niet competetief en solistisch kan zijn, is de match tussen deze twee jonge talenten even enerverend.